








|
|
|
Wouter Mattelin leestWouter Mattelin leest: 'Een bodemloos bestaan' van Dash Shaw
Wouter Mattelin leest :'De dood van Bunny Munro' van Nic Cave.
Als rechtgeaard muziekliefhebber, durf ik ook wel eens een plaat van Nick Cave opzetten, en ik was dan ook heel erg benieuwd naar hoe hij het ervan afbracht in zijn nieuwe fictie-roman 'The Death of Bunny Munro'. Kort: Schoenmaker, blijf bij je leest.
Wouter Mattelin leest ‘De Boekendief' van Markus Zusack
Een verhaal over en door de dood, een thema dat niet meteen tot lectuur op een bikini-strand noopt. Maar daar heb ik mij deze zomer ook hoegenaamd niet bevonden. "Wanneer de dood een verhaal vertelt, kun je maar beter luisteren" zegt de ondertitel van het boek, en in dit geval vertelt de dood het verhaal van Liesel Meminger, een meisje van 13 dat door haar moeder aan een pleeggezin wordt toevertrouwd, omdat ze zelf geviseerd wordt door nazi-Duitsland. Liesel komt in de familie Hubermann terecht, met een vuilgebekte moeder, een lieve vader, en een geïndoctrineerde broer. En dan is er vooral Max, de Jood die ze tijdens de Tweede Wereldoorlog in de kelder verbergen en waar Liesel een innige band mee krijgt. "Anne Frank meets Amelie Poulain", maar Markus Zusak slaagt er wel in om uit de buurt van alle sentimentaliteit of pathetiek te blijven door de grote, levensgrote gebeurtenissen te vertellen aan de hand van kleine situaties. Grote suggesties zitten in de kleinste woorden.
Want meer nog dan dood, oorlog, solidariteit of rechts gedachtegoed, zijn boeken en vooral woorden het centrale thema in dit boek. Pleegvader Hans Hubermann (what's in a name? De zachtaardige Hans weigert nazi te worden, en is in dat opzicht veel meer Übermensch dan de Ariërs wilden zijn) leert Liesel lezen, en brengt haar de kracht van woorden bij. Ze ontdekt hoe ze door boeken voor te lezen de paniek kan bezweren in de schuilkelder tijdens bombardementen, maar ook dat Hitler met woorden een hele natie zot kan maken. En dat woorden als nazi, communist of Jood de levens van veel mensen overhoop kunnen gooien.
Een boek over woorden vereist nu wel enigszins een sprankelend taalgebruik, en dat heeft Zusack begrepen. Hij schrijft zondermeer in een meesterlijke taal. Geen neologismen, hoogdravend dure woorden of uitstallingen van eruditie, maar de gewoonste woorden zo geschikt dat ze nieuwe of meer betekenissen krijgen. Zoals Zusak grote en wrede gebeurtenissen vat door over kleine mensen en beslommeringen te schrijven, zo slaagt hij erin met kleine alledaagse woorden een heel poëtisch effect te krijgen.
Hij maakt ook heel fris gebruik van een soort tussendoortjes, bijna als de commentaren van een stomme film, waarin hij kleine kanttekeningen plaatst bij het gebeuren. En ook het verhaal vanuit het standpunt van de dood laten vertellen is origineel en gedurfd. Want de dood kent natuurlijk de afloop van alle gebeurtenissen, en kan dus vooruitlopen of terugblikken.
Ik kan in elk geval ook terugblikken op een fijne leeservaring. Een boek voor op een schapenvelletje bij de haard. Of beter nog: voor onder de parasol in de tuin. Dan moet je niet zo lang wachten.
Wouter Mattelin leest: 'Things The Grandchildren Should Know' van Mark Oliver Everett
Zelden of nooit lees ik biografieën, en al zeker niet als ze auto-zijn. Te saai, te pretentieus, te vergoelijkend of niet interessant voor buitenstaanders, zegt mijn vooringenomenheid. Maar alle regels vragen om uitzonderingen, en dus ben ik met 'Things The Grandchildren Should Know' van Mark Oliver Everett gaan slapen. Ik heb Everett, beter bekend als E, zanger van Eels, een van de meest authentieke bands van de jaren 90, ooit kunnen interviewen, en na dat intrigerende gesprek heb ik een zekere fascinatie overgehouden voor zijn integere persoonlijkheid. Hij is iemand die niet kan liegen, maar wel kan lachen. Zijn antwoorden op mijn vragen waren van een onthutsende eerlijkheid, maar altijd met de nodige zelfrelativering en humor. En dat is precies de toon die hij ook in dit boek zet. Het begint met een lange verontschuldiging waarom hij het boek schrijft: niet omdat hij zijn leven zo belangrijk of interessant vindt, maar gewoon omdat hij zelf nooit iets van zijn vader heeft afgeweten tot hij stierf, en daar achteraf spijt van had. Dus bij deze een boek, voor als zijn nageslacht zich ooit zou afvragen wat voor figuur opa E eigenlijk was. Een van de dingen die hij moest doen. Check.
Maar kijk: niet alleen het nageslacht zal van dit boek genieten. Ik heb dat in elk geval ook al gedaan en ik zal wel niet de enige zijn. Ondanks alle kommer, kwel en vooral de vele sterfgevallen waarvan het boek bol staat mag er ook gelachen worden: tragikomedie in zijn zuiverste vorm. Zijn vader, zijn zus, zijn moeder, zijn nicht (stewardess op een van de 9/11 vluchten), één na één komen ze te gaan, maar kan E er zijn voordeel uit trekken: na alle miserie kan het voor hem enkel beter worden, en de muziek redt zijn leven: 'goddamn right, it's a beautiful day'! E plukt de dagen en geniet van alle goeie momenten. Onderweg geeft hij af en toe een flard tekst uit zijn songs mee, die dan meteen een kader krijgen en aan diepgang winnen, en bovendien geeft hij een klare kritische kijk op de raderen die de muziekbusiness laten draaien. De honger naar hits, de hypocrisie en hoe marketing en winst boven kwaliteit en authenticiteit gaan. Maar het lukt hem toch om zijn band van de grond te krijgen, en zelfs mensen van het kaliber Tom Waits willen erop meedoen ('You don't tell Tom Waits what to do' is de veelbelovende titel van dat smakelijke hoofdstuk). En dat alles zonder het in zijn bol te krijgen: "Ik ben niet geschapen naar Gods evenbeeld. Tenzij god een harige ectomorf is met een slechte houding."
Hoe je als zoon van een kwantummechanisch maar sociaal gestoord genie kunt opgroeien tot een van de meest gerespecteerde muzikanten van je generatie. En er op je eigen kurkdroge manier om kunt lachen. Heel fijn boek! Dat hij via de link hieronder trouwens op zijn heel eigen wijze in een filmpje voorstelt.
http://www.youtube.com/watch?v=rUtVnMleXSw
Wouter Mattelin las 'Boeddha' van Osamu Tezuka. Als het leven van Boeddha en dus zowat de Bijbel van de Boeddhisten in een strip gieten je onmogelijk lijkt, dan heb je nog nooit van Osamu Tezuka gehoord. Hij heeft de klus geklaard in een reeks van 8 strips, een groots manga-epos van 400 bladzijden, dat tegelijk ontroert, meeslepend is en de weg naar verlichting laat zien. Ik heb er enorm van genoten.
|
|