Kunstpaus en winnaar van de Prijs voor Algemene Culturele verdienste Jan Hoet wordt 75. In dat leven zijn er heel wat boeken gepasseerd. En lang niet alleen kunstboeken. Welke precies, vertelt hij zondag aan Friedl'.
Jan Hoet pikte 'Moeder, waarom leven wij?' van Lode Zielens uit de boekenkast van zijn vader. Het boek stond op de censuurlijst en net dat vond Jan erg intrigerend. Het aangrijpende verhaal van het gezin dat moet vechten om te overleven greep Jan meermaals naar de keel. De grote boekenkast ten huize Hoet stond er mede dankzij figuren als Stijn Streuvels, die trouwens familie is van Jan Hoet. Zijn moeder heet Vys, en die familie is op haar beurt familie van de familie Lateur, de echte naam van Streuvels. Streuvels bracht vaak zijn goeie vriend Permeke mee. Van de grote schilder weet Jan dat hij gierig was en er niet van hield dat zijn kinderen met de kinderen van de straat speelden.
Standaard Uitgeverij - ISBN 90-02-19790-X
Jan Hoet kende de familie Claus uit Deinze omdat ze patienten waren bij zijn vader toen die tandarts was in Gent. Zo kreeg vader Hoet als één van de eersten 'De Oostakkerse gedichten', hoewel Jan vermoedt dat zijn vader daar niet zoveel van begreep. Jan zelf was heel erg onder de indruk van de gedichten van Claus. Hij kent er zelfs een paar uit het hoofd. Ook als kunstenaar apprecieert hij de schrijver heel erg. Ooit wou hij een tentoonstelling maken van zijn werk in het SMAK maar dat zag Hugo Claus uiteindelijk niet zitten. Hou wou liever een kleine onbekende kunstenaar zijn in een onbeduidende parochiezaal dan in het bekende SMAK.
De Oostakkerse gedichten zijn opgenomen in de bundel 'Nu Nog' (ISBN 9789023425311) en 'Gedichten set in casette' (ISBN 9789023412878)
Uitgeverij De Bezige Bij
Richard Wollheim - Painting as an art
Dit boek is voor Jan Hoet hét boek der boeken als het over schilderkunst gaat. Hoet was midden de jaren 80 zijn geloof in de waarde van schilderkunst bijna verloren. Nà zijn tentoonstelling 'Chambre d'Amis' ontmoette hij Luc Tuymans én een jaar later kwam dit boek uit. Die combinatie heeft hem het vertrouwen terug gegeven. Zelf is Jan ook even kunstenaar geweest tot hij mocht exposeren op de Biënnale in Parijs. Maar vier weken voor de opening haakte hij af. Hij zag de permanente stress om een groot kunstenaar te worden niet meer zitten en is toen kunstgeschiedenis gaan studeren, op zijn 26ste.
Thames & Hudson - 0-500-27581-5 (Engelstalig)
Jan Hoet herkent zichzelf in dit boek van Philip Roth. In 'Alleman' kijkt een oude man achterom en ziet dat hij niet geworden is wie hij eigenlijk wou zijn. Ook Jan Hoet kijkt, nu hij 75 wordt, achterom en ziet de leemtes in zijn leven. Vooral het feit dat zijn drie kinderen alle drie gescheiden zijn, knaagt. Hij vraagt zich af of hij daar schuld aan heeft, dat hij zijn kinderen niet de juiste opvoeding heeft gegeven. Hij vluchtte de probemen, stuurde de kinderen naar de moeder als het nodig was. Want een moeder houdt eerst van haar kind en dan pas van haar man. Roth heeft het ook over de aftakeling van het lichaam, ook daar kan Jan over meespreken. Kanker, een hersenbloeding, een hartstilstand, voorlopig is hij erin geslaagd om dat alles te overwinnen.
Uitgeverij De Bezige Bij - ISBN 90-234-2002-0
Milan Kundera maakt in 'De onsterfelijkheid' het verschil tussen de grote en de kleine onsterfelijkheid. De kleine waarbij de familie en de vrienden je blijven herdenken, de grote waarbij je tot eeuwen na je dood blijft bestaan. Jan Hoet hoopt van de twee te mogen proeven, omdat hij ervan overtuigd is dat hij de man is geweest die de mensen naar kunst heeft doen kijken.
Uitgeverij Ambo - ISBN 9789026318870
Jan Hoet schenkt het boek 'Het meten van de wereld' van Daniel Kehlmann aan de minister van cultuur Joke Schauvliege. Dit boek gaat over de ontmoeting tussen de 2 grote Duitse wetenschappers Von Humbold en Gauss. Hij hoopt dat Schauvliege hiermee zal beseffen dat kunst écht belangrijk is. Zijn opdracht: '
‘Vooreerst dank voor die mooie prijs.
En nu! Steek je voet tussen de deur van onze kunstenaars en van de grote collecties. Moed!
Jan Hoet'
Uitgeverij Querido - ISBN 9789021470306
En dit was de reactie van Joke Schauvliege op het ontvangen van het boek:
Beste Jan,
Hartelijk bedankt voor ‘Het meten van de wereld. Een filosofische avonturenroman over het leven van twee genieën'. Ik kende het oeuvre van Kehlmann niet maar het is een biezonder aangename ontdekking geworden. "Ontdekken" doe je trouwens het hele boek door.
Kehlmann heeft het onder meer over identiteit en hoe bepalend het tijdskader is waarin we leven. Ergens in het begin van het boek laat hij Gauss spreken over "de erbarmelijke toevalligheid van het bestaan, dat je in een bepaalde tijd geboren werd en eraan vastzat, of je wilde of niet. Ten opzichte van het verleden gaf je dat een enorm voordeel, maar het maakte je tot een clown van de toekomst".
Nu, de mateloze drang van Humboldt en Gauss om alles te willen weten, meten en in kaart te brengen, is bewonderenswaardig, bijwijlen heldhaftig, maakt ze soms blind voor wat er rond hen gebeurt, en wekt tegelijk nu en dan ook hilariteit. Dat is bijvoorbeeld het geval met de tocht naar een bergtop van Humboldt en zijn ‘compagnon de route' Bonpland. Beiden maken bijna stilzwijgend een verbond om de geschiedschrijving - want de tocht is niet zonder gevaar - bij de neus te nemen en te beweren dat ze de top bereikt hebben. Bedwelmd als ze zijn door de hang naar succes. Verzinsel en werkelijkheid lopen al eens vaker door elkaar (‘stilering vervalst de wereld').
Dé rode draad van Kehlmann is inderdaad de relativiteit der dingen - of moet ik schrijven "relativitijd". Hoe wankelbaar alles is. Want "de tijd vergaat zo absurd snel", aldus de vergeten held Bonpland. Die gedachte hou ik mezelf altijd voor ogen. Klamp je nergens aan vast, want het beperkt je ruimte. Bovendien, leven is altijd een beetje avontuur, niet?
Hartelijk groet,
Joke Schauvliege
Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur



Geef je mening
Reacties