Geert Vermaercke (producer Dubbelcheck, Moshi, Friedl') leest 'Bezonken rood' van Jeroen Brouwers.
Zoals beloofd: Bezonken Rood, het 2de deel van Brouwers' Indië-trilogie. Ook heel kort, 102 pagina's, maar het zijn 102 zeer beklijvende pagina's over Brouwers' verblijf in het Jappenkamp Tjideng, samen met zijn zus, zijn moeder en zijn grootmoeder. Hij ziet er zijn grootmoeder sterven tijdens één van de vele ‘koempoelans' of appèls, die meerdere keren per dag gehouden werden op een plein in de schroeiende zon. De gevangenen moesten er soms urenlang in stilte rechtstaan of bewegen en geluiden maken zoals een kikker, wat de oude grootmoeder uiteindelijk fataal werd.
Hij zag er ook zijn moeder afgeranseld worden, omdat ze wat rijst had gestolen van een Rode Kruiswagen, die de Jappen met voedsel en al in brand staken. Daarna, zegt Brouwers, zal hij zijn moeder steeds op een andere manier bekijken, gevoelloos, zoals hij van dan af alles gevoelloos begint te bekijken. De jaren in het Jappenkamp hebben hem duidelijk getekend.
Bij het lezen van een boek heb ik nog nooit geweend, ook nu niet, maar ik moet toegeven dat de tranen nu toch klaarzaten. Dat beloofd voor het derde deel, 'De Zondvloed', het grote meesterwerk van Brouwers. Maar dat is wel iets langer: 789 pagina's. Een beetje geduld dus.
Geert Vermaercke (producer Dubbelcheck, Moshi, Friedl') leest 'De Indië-trilogie' van Jeroen Brouwers.
Heeft u dat ook dat een boek 17 jaar op u ligt te wachten om gelezen te worden?
Dat overkwam mij met de Indië-trilogie van Jeroen Brouwers. Het lag 17 jaar op mijn nachtkastje, maar altijd kwam er een boek bovenop te liggen.
Ik kocht het in 1993 naar aanleiding van het bezoek van Jeroen Brouwers aan Het Vrije Westen (voor mensen met een slecht geheugen: dat was een Radio1-middagmagazine dat liep van 1992 tot 1997 en o.m gepresenteerd werd door Bruno Wyndaele). Brouwers was bereid mijn exemplaar te signeren ("Voor Geert, bij onze eerste ontmoeting in de doolhoven van de BRT. Hartelijk. Jeroen Brouwers. Brussel, 14. IX.1993") en ik had het vaste voornemen het onmiddellijk te lezen, zeker omdat een medewerker van het programma maar niet uitgepraat raakte over het werk van Brouwers. Maar toch ben ik er nooit aan begonnen; een ander boek kreeg altijd de voorkeur. Achteraf gezien schandalig natuurlijk, want toch een Nederlandse klassieker die iedereen zou moeten gelezen hebben.
Maar het is er dus nu wel van gekomen. Ik denk omdat ik eindelijk het grote gat dat mijn kennis over de Jappenkampen is, iets kleiner wou maken. Ik heb al een hele bibliotheek verslonden over de Tweede Wereldoorlog, maar dan overwegend over de Europese kant ervan. Wat er zich zoal in Azië afspeelde en hoe schrijvers, die het meegemaakt hebben, er mee om gingen, daar wist en weet ik weinig over.
'Het Verzonkene', het eerste boek van de trilogie heb ik ondertussen uit. 70 pagina's maar!
Het gaat over zijn eerste 2 levensjaren in Batavia. Vooral herinneringen aan zijn moeder en zijn grootvader. Meteen was ik in de ban van het verhaal door de aparte stijl van Brouwers; wat een taalrijkdom heeft die man, met wat een poetische kracht schrijft die man.
Ondertussen ben ik ook al aan deel 2 van de trilogie begonnen: Bezonken Rood. Ik hou u op de hoogte.
Geert Vermaercke (producer Moshi, Dubbelcheck, Friedl') leest: 'De Bril van God' van Maarten 't Hart
Religie is bijzonder actueel. Nine-eleven zal daar wel iets mee te maken hebben. In Amerika roeren de protestante fundamentalisten zich en wijzen de evolutietheorie af. In Nederland hebben ze vele medestanders en is de EO de grootste omroep. De islam, vooral dan discutabele afgeleiden als jihad en sharia, boezemt ons westerlingen angst in.
In de jaren '50 en '60, de jaren waarin ik opgroeide, was godsdienst een evidentie. Daar werden geen vragen over gesteld. Je liet je dopen (hoe kon je anders als dreumes van een paar maanden oud), je ging netjes met je ouders mee naar de 10-uren-mis op zondag, je ging netje ter communie, als je zeven werd deed je je eerste en als je 12 werd je plechtige communie. Zo was het leven.
Maar eind jaren zestig kwam er een kentering. De evidentie werd in vraag gesteld, eerst voorzichtig, later openlijk en rebels. Lectuur heeft me daar bij geholpen. Ik moet zowat een halve religiebibliotheek verslonden hebben. Tenminste, boeken die mij deden nadenken over god en zijn dienst. Ook de tijdsgeest gaf natuurlijk een duwtje in mijn rug. God was aan het sterven, tenminste toch in mijn familie.
Sindsdien ben ik niet gestopt met het lezen over religie, met als toppunten Pascal Boyer "Godsdienst verklaard" en Karen Armstrong "Een geschiedenis van God". Ik evolueerde van een agnost tot een godsbestrijder: "Hoe kunnen intelligente mensen nog in die onzin geloven"? Iemand die aan mijn zijde staat (het is natuurlijk eerder andersom) is de Nederlandse auteur Maarten 't Hart. In 1997 al schreef hij "Wie god verlaat heeft niks te vrezen", uiterst kritische bijbeloverdenkingen. In 2002 verscheen "De bril van God", baldadige overdenkingen over God, de Bijbel, Christus, de Kerk. Ik heb dat boek nu gelezen.
Maarten 't Hart geeft daarin zijn uiterst kwaardaardige cynische kijk op de bijbel, onder het motto van Stendhal "Als verontschuldiging voor God geldt dat Hij niet bestaat". t' Hart schrijft niet enkel met een vlijmscherpe en zeer erudiete pen, maar vooral met heel veel humor.
Wat betekent de titel? Als God bij de Schepping na de zesde dag heel zelfvoldaan "zag dat het goed was", hoe komt het dan, vroeg een klasgenootje van 't Hart zich luidop in de klas af, dat er zoveel mensen slechte ogen hebben?
Geert Vermaercke leest: 'De welwillenden' van Jonathan Littell
Toen we een pilootuitzending maakten voor Friedl' was Lucas Vander Taelen onze ‘proefgast'. Eén van de boeken die zijn leven hadden beinvloed was 'Les Bienveillantes' van de joods-Amerikaanse schrijver Jonathan Littell, die er in 2006 de Goncourtprijs mee won. Lucas sprak er met zo veel vuur en passie over, dat ik meteen dacht: "Dat wil ik ook lezen".
Meteen was daarmee ook de kracht van het programma bewezen!
Ik ben niet zo'n anderstalige lezer, ik moet dus altijd de Nederlandse vertalingen afwachten. Voor dit boek was dat in 2008. Ik heb het toen onmiddellijk gekocht. Dat het dan nog zo lang geduurd heeft voor ik het ter hand nam, heeft gewoon te maken met de stapel boeken op mijn nachttafel, die mij ook al een hele tijd met lees-mij-vragende ogen liggen aan te staren. Ondertussen hadden al heel wat gasten van Friedl' het boek aangeprezen, bv. ook Herman Brusselmans. Vorige maand ben ik er met grote goesting eindelijk aan begonnen. Een kanjer van 950 pagina's en geen hapklare weglezer. Je moet er enige inspanning voor doen. Maar laat niet alle schoonheid zich pas ontsluieren na een inspanning?
Het is mijn zoveelste boek, zowel fictie als non-fictie, over de Tweede Wereldoorlog, maar dit is één van de meest ‘bouleverserende'. Een boek dat blijft nazinderen, dat in je hoofd blijft spoken!
Volgens Herman Brusselmans is het een boek zonder humor, maar dat spreek ik tegen. Het werk is veel gelaagd; het is een psychologische roman, een historische roman én er zit ook een detective-laagje in. De hoofdpersoon heeft wellicht -maar dat kom je als lezer eigenlijk nooit met zekerheid te weten- zijn eigen moeder en stiefvader vermoord (of geef ik nu al te veel prijs van de plot?). Twee rechercheurs zitten voortdurend achter zijn veren, duiken op als hij het niet verwacht en stellen hem vervelende vragen. Klein voorbeeldje: op het einde van het verhaal, en van de oorlog, bij de val van Berlijn (fantastisch beschreven overigens) wil één van de 2 speurders (Clemens) hem eigenhandig berechten en dan ontspint zich deze dialoog: "Weser is dood. Maar ik heb je te pakken." "Kriminalkommissar Clemens, doe niet zo belachelijk. Honderd meter verder zijn de Russen. Die horen het als u schiet." "Ik zou je hier in die vijver moeten verzuipen, vuile smeerlap, je in een zak naaien en je in het water gooien. Maar ik heb geen tijd." "U bent niet eens geschoren, Kriminalkommissar Clemens en u wilt mijn vonnis voltrekken!"
Daar heb ik toch hartelijk om gelachen ondanks de beschreven stortvloed van miserie, smeerlapperij, moord, verkrachting die de val van Berlijn kenschetsten.
Een wonderbaarlijk boek, moet je ZEKER lezen!
Geert Vermaercke leest: 'Nacht' van de Duits-Joodse schrijver Edgar Hilsenrath
"Nacht" is één van de aangrijpendste boeken die ik ooit gelezen heb. Tijdens de vakantie gelezen! Maar niet echt vakantielectuur.
Het gaat over het Joodse getto in een Oekraïense stadje tijdens WO2. Het getto werd van alles en iedereen afgesneden, zodat de joden er op zichzelf aangewezen waren. Tegen die achtergrond speelt zich het verhaal af, een schrijnend verhaal van een strijd om het bestaan in vergelijking waarmee een kooi uitgehongerde knaagdieren nog een idyllische aanblik biedt.
Want er is niks: geen plek om te slapen, geen gat in de grond om te sterven en in begraven te worden. De vlektyfus heerst, in de goten en de greppels creperen de zieken en uitgehongerden, in de bouwvallen vechten de uitgeteerde overlever om een slaapplaats of de afgetrapte schoenen van een stervende.
Toen het boek verscheen stemde het de Duitse culturele elite beklemd: deze genreschildering zou het antisemitisme vermoedelijk eerder aanwakkeren dan aan de kaak stellen. Dat komt doordat Hilsenrath het in het geheel niet over schuld en toedracht heeft, moralisme is hem net zo vreemd als sentimentaliteit. Juist daardoor is het effect van zijn roman zo groot. Hij zoekt het absolute nulpunt van de menselijke betrekkingen op, het punt waarop alle emoties tot poeder vriezen.
Grootse literatuur!