Geert Vermaercke leest

Hart der Duisternis

Conrad / Anyango / Mairowitz

Je kan de mensen die Apocalypse Now niet gezien hebben allicht tellen op de vingers van 1 hand. Het is losjes gebaseerd op het boek Heart of Darkness van de Pools/Britse schrijver Joseph Conrad, maar speelt zich af in Vietnam en Cambodja ten tijde van de Vietnamoorlog.
Je kan de mensen die Heart of Darkness niet gelezen hebben allicht niet tellen op de vingers van tientallen handen. Toch zal de film daarin toch enige verandering aangebracht hebben. Ook voor mij was Apocalypse Now de eerste kennnismaking met Captain Marlows zoektocht naar de mysterieuze Kurz.
En nu is er de verstripping (Uitg. Atlas) door de Zweeds-Keniaanse illustratrice en cineaste Catherine Anyango en de Britse schrijver David Zane Mairowitz, die de weg naar de roman zelf alweer een stukje dichterbij brengt. The Guardian noemde het een schitterende verstripping die iedereen zou moeten kopen.
Ik heb het geluk gehad dat de uitgeverij het me zelf toestuurde. Maar ik kan The Guardian alleen maar bijtreden. De tekeningen zijn zwart-wit, zoals het hoort, en soms zie je niet goed wat je moet zien, maar dat is ook de sfeer van de vertelling over de diepdonkere jungle met zijn beangstigende geluiden.

Het verhaal van Joseph Conrad speelt zich af in het Congo van het einde van de 19de eeuw en is gebaseerd op eigen belevenissen van Conrad zelf. In 1890 bevaarde hij zelf als 2de kapitien de Kongo Rivier op de Roi des Belges. Zijn novelle uit 1899 gaat ondermeer over de koloniale exploitatie (met Leopold II als roverhoofdman) van ivoor uit Congo.
Conrad maakte notities tijdens zijn reis en de auteur gebruikt naast de novelle ook dagboekfragmenten. Daardoor krijg je dus 2 boeken voor één!

Elie Wiesel - Dag 

Dit boek kwam heel toevallig bij me aangewaaid, opgestuurd door de uitgeverij (Meulenhoff). De naam deed onmiddellijk een belletje rinkelen: Elie Wiesel, was dat niet de man die ooit de Nobelprijs voor de Vrede had gekregen? Die oude man ook die Obama en Merkel begeleidde bij hun bezoek aan Buchenwald in 2009? De man wie het presidentschap van Israel werd aangeboden, maar die weigerde? Een Holocaust-overlever met grote invloed in de internationale politiek...... maar meer wist ik niet over de man en ik had er zeker nog niks van gelezen. Maar u kent mijn fascinatie al; dus ik begon het onmiddellijk te lezen, zelfs zonder de flaptekst eerst te lezen, wat ik eigenlijk inderdaad nooit doe (enkel achteraf!). Fout! Want daarin stond duidelijk dat Dag (Le Jour) het slotstuk vormt van een trilogie naast Nacht (La Nuit) en Dageraad (L'Aube). De trilogie beschrijft zijn ervaringen tijdens en na de Holocaust.
Maar toch kan je Dag als zelfstandig boek lezen. Het vertelt over een succesvolle journalist en overlevende van de Holocaust die in New York wordt aangereden door een taxi. Hij is zwaar gewond en moet lange tijd in het hospitaal herstellen. In het ziekenhuisbed verkent hij, via dagdromen, nachtmerries, en gewone herinneringen, de historische tragedie die hemzelf, zijn familie en zijn volk overkwam. Net zoals zoveel overlevenden, voelt hij zich schuldig en beschaamd omdat hij overleefde, waarom zij wel en hij niet? Wat betekent het om de ondergang van je eigen ras te overleven? En kun je wel vasthouden aan je geloof als je op die manier bent blootgesteld aan bloedbaden en massavernietiging?
Veel overlevenden konden niet overweg met die vragen (zie bvb. Primo Levi) en hebben achteraf voor zelfdoding gekozen. Ook de ik-figuur in Dag (Wiesel zelf wellicht) overweegt het. Door die knagende vragen verliest hij greep op de werkelijkheid, maakt hij moeilijk relaties en speelt hij vrienden en vriendinnen kwijt. "Ik moet voor de doden of de levenden kiezen", zegt hij zelf. Wiesel heeft ondertussen duidelijk voor de levenden gekozen. Hij is nu bijna 84, woont en werkt in New York samen met zijn vrouw.
Is het een goed boek? Ik zelf heb het in elk geval heel graag gelezen en om te bewijzen dat ik niet alleen ben, geef ik u 2 recensies mee:
"De meest welbespraakte woordvoerder van de mensheid sinds Albert Camus" (The New York Times Book Review
"Wiesel heeft zijn eigen angst met veel verbeelding omgezet in kunst" (Saturday Review)
Ik spoed me nu naar de boekhandel voor Nacht en Dageraad.

Geert Vermaercke leest 'Het Dwaallicht' - Willem Elsschot

Vooreerst mijn verontschuldigingen bij alle Elsschotfans. Met het schaamblos op de wangen moet ik toegeven dat ik Het Dwaallicht nog niet gelezen had. Hoe dat komt, geen idee. Aan de omvang kan het niet liggen, het verhaal is nauwelijks 30 pagina's lang (editie Verzameld Werk 1989 Querido)! Ik ben nochtans een groot bewonderaar van Elsschot (ook een atheist) en zijn werk. In mijn tienerjaren heeft Villa des Roses mij zeer bekoord en deed me meteen naar Lijmen/Het been grijpen, wat nog overweldigender was. Later ontdekte ik dat hij ook een groot dichter was. Zijn directe, koele, geestige en op het eerste gezicht eenvoudige stijl komt in zijn poëzie helemaal tot leven. Lees Het Huwelijk maar ‘s! Verwonderlijk voor mij waren vooral zijn politieke gedichten. In 1934 schreef hij een gedicht voor de linkse internationalist Marinus van der Lubbe, naar aanleiding van diens proces en de ter dood veroordeling voor de Rijksdagbrand in 1933 in Berlijn. In 1946 schreef hij het satirisch gedicht ‘Borms' over een politiek totaal andere (maar net zo omstreden) figuur: August Borms (1878-1946). Deze flamingantische politicus werd zowel na de Eerste (als activist) als de Tweede Wereldoorlog ter dood veroordeeld; na de Eerste werd de doodstraf omgezet in levenslange dwangarbeid, na de Tweede werd hij effectief geëxecuteerd. Sommigen verweten Elsschot dat hij het opnam voor een oorlogsmisdadiger, anderen zien het als een pamflet tegen de doodstraf. Het Dwaallicht bleef ongelezen door mij. Tot ik "Zot van Elsschot" van Pat Donnez hoorde op Klara. Die uitzendingen werkten zo aanstekelijk dat ik mijn stapeltje nog te lezen boeken even opzij schoof en in mijn verzameld werk van Elsschot dook. Het Dwaallicht is het laatste werk in zijn oeuvre, waarin hij in zijn gekende economische schrijfstijl verhaalt hoe hij (eigenlijk zijn alter ego Frans Laarmans) in het gezelschap van 'drie zwartjes' een vruchteloze zoektocht onderneemt naar de vrouw van hun dromen. Ik veronderstel, lezer, dat u al lang Het Dwaallicht en ook de andere werken van Elsschot gelezen hebt. Indien niet, schaam u ook, en begin er aan, NU. En nu spoed ik me naar de boekhandel om Dick Matena's ‘verstripping' ervan aan te schaffen!

Geert Vermaercke leest De Stem van het volk - Jacques Tardi / Jean Vautrin

Ik leerde het werk van Tardi kennen via een vriend die me"Vaarwel Morgendauw" en "Isabelle en het Monster" het eerste en tweede deel van "De fantastische avonturen van Isabelle Avondrood" cadeau deed. Van het verhaal was ik niet echt onder de indruk (Een prehistorisch ei barst open in het Parijse natuurhistorisch museum en een pterosauriër brengt de stad in rep en roer). Ik heb het niet zo voor fantasy. Maar ik was wel helemaal perplex van de tekenstijl van de Franse stripauteur. Ik heb dat ook eerlijk aan die vriend verteld. Die kwam een paar weken later dan aandraven met "Loopgravenoorlog", het verhaal van de Eerste Wereldoorlog in stripvorm.
Het trof me recht in de ziel. Een kunstwerk.
Maar daar bleef mijn Tardi-ervaring bij. Tot ik een tijdje geleden opnieuw naar de bib trok met mijn kleinkindje; ik liet ze weer wat rondhuppelen en in de boekjes voor haar leeftijd (3 jaar) bladeren. Ondertussen begon ik zelf wat te snuisteren in de stripbakken en daar kwam ik plots de vierdelige reeks De Stem van het volk tegen. Ik nam ze onmiddellijk mee.

Vier jaar heeft Jacques Tardi, misschien wel de belangrijkste Europese striptekenaar van de laatste kwarteeuw, gewerkt aan zijn epos De stem van het volk, naar de roman van Jean Vautrin. In meer dan driehonderd bladzijden vertelt hij het verhaal van de Commune, een vergeten revolutie in het Parijs van 1871.

Om te illustreren hoe erg het is gesteld met onze kennis van de geschiedenis en erger nog, die van de hedendaagse jeugd in Frankrijk vertelde Tardi in een interview het volgende verhaal:

"Mijn dochter was aan het studeren voor haar Baccalaureat, het verplichte examen voor elke afstuderende middelbare scholier in Frankrijk, toen ik haar vroeg wat ze op school eigenlijk had geleerd over de Parijse Commune. En wat bleek? Niets! Op mijn aandringen heeft ze aan haar geschiedenisleraar gevraagd hoe dat kwam, en het bleek gewoon niet op het programma te staan".

De Commune is een wat vergeten revolutie in het Parijs van 1871 waarin de revolutionairen een libertaire stadsstaat wilden uitroepen. Ze kregen zware tegenstand van de Franse autoriteiten, die onder meer oorlogskanonnen inzetten die net tevoren in de oorlog met Pruisen waren gebruikt. Twintig- tot dertigduizend mensen sneuvelden in de straten van Parijs. Eerst romanschrijver Jean Vautrin en vervolgens Jacques Tardi brachten dit minder fraai stukje Franse geschiedenis opnieuw in herinnering. Een plejade van verschillende historische en fictieve personages (misschien te veel want op de duur wordt het complex) gebruiken de heren hierbij als instrumenten om er - meer dan een geschiedenislesje - een verhaal van te maken in de meerdere betekenissen van het woord: de moeizame speurtocht naar opheldering van de moordzaak in het begin van het verhaal.
Mooi is ook dat zich onder de personages schilder Gustave Courbet bevindt, de man die het beruchte l'Origine du Monde. Het is altijd al een mysterie gebleven wie model ervoor had gestaan. Volgens Vautrin/Tardi was het de hoer Cafçonc of Gabriella Pucci.
En als model voor die hoer heeft Tardi dan weer zijn eigen vrouw gebruikt. Hij heeft het epos De Stem van het Volk dan ook aan haar opgedragen.
Als het onderwijs het al niet meer doet, dan moeten wij het maar doen! Dus wendt u tot de dichtsbijzijnde bibliotheek of boekhandel en lees De Stem van het Volk.

Hieronder enkele fragmenten uit het boek.

Geert Vermaercke leest 'Kain' van José Saramago.

Toen ik in juni het bericht vernam over het overlijden van de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago, was ik geintrigeerd door de titels van zijn werken, vooral dan "Het evangelie volgens Christus" en "Kain". U kent onderhand mijn meer haat dan liefde-verhouding met religie.
Blijkbaar worstelde de auteur met dezelfde tweeslachtige verhouding. Ik schafte mij onmiddellijk Kain aan, zijn laatste en pas uitgegeven roman. Maar voor ik het begon te lezen, heb ik eerst wat gegoogled, want ik wil vooraf altijd toch iets meer vernemen over een auteur. Bij die lectuur fascineerde de man me nog meer: na zijn eerste roman Terra de Pecado - Het land van de zonde ( 1947) stopte hij met schrijven omdat hij volgens zichzelf 'niets behoorlijks meer te melden' had. Tot 1966 legde hij de pen neer. Een voorbeeld voor veel veelschrijvers!
Nog mooier: Zijn roman 'Evangelie volgens Jezus Christus werd door de Portugese bisschoppen als godslasterlijk bestempeld en daarom door de minister van Cultuur geweigerd als kandidaat voor de Europese Aristeion-prijs. In 1992 verliet hij het land en ging op het Spaanse Canarische eiland Lanzarote in vrijwillige ballingschap wonen.
En nog veel mooier: bij de Europese verkiezingen stelde Saramago zich (op een onverkiesbare plaats) kandidaat voor de Communistische Partij Portugal.
Heerlijke man!
Ook het verhaal van Kain is op zijn zachtst gezegd intrigerend: de Bijbel herverteld met in de hoofdrol Kain, de eerste moordenaar. Maar, vraagt Saramago, is god niet zelf verantwoordelijk voor deze moord, omdat hij het offer van zijn broer Abel wél aanvaardde en dat van hem niet?
Doorheen het hele verhaal, waarin we vaak geestige discussies vinden tussen God en Kain, ontmaskert Saramago god als een meedogenloze, wraakzuchtige, egoistische, grillige en zeer wispelturige figuur. Het boek is een aanklacht tegen die god, die merkwaardig genoeg miljoenen mensen in de ban houdt.
Op het einde komt het zelfs tot een confrontatie tussen god en Kain, met als inzet de hele mensheid. Hoe het afloopt moet u zelf lezen.
Het is me zelden voorgevallen dat ik na één boek van een auteur onmiddellijk goesting kreeg om meteen alles van de man te lezen. En dat ben ik echt van plan.
Wellicht komt het ook door de speciale stijl van Saramago: ernst vermengd met humor en directe aanspreking tot de lezer.
Maar voor ik aan de rest van het oeuvre van Saramago begin, ga ik toch eerst verder lezen in
"Nazi-Duitsland en de Joden" van Saul Friedländer, dat ook al verplichte lectuur is!

Geert Vermaercke leest Het Stenen Bruidsbed van Harry Mulisch

Toen Harry Mulisch stierf moest ik toch even slikken. Ik herinnerde mij op slag een telefoongesprek dat ik ooit met hem had. Nu ja, een ‘gesprek' was het niet echt! Ik wou hem toen uitnodigen als gast in het programma ‘Het beste moet nog komen'. Zij antwoord was: "Waarom zou ik dat doen, mijnheer Vermaercke?" Ja, dan sta je daar, met de telefoon in de hand en met je mond vol tanden. Want inderdaad, waarom zou hij dat doen? Om mij te plezieren? Om Friedl' te plezieren? Om de luisteraars te plezieren?
Zijn antwoord kenschetste de man ten top: zeer voorkomend, ijdel, zelfbewust, geestig.
Het vertelt ook veel over de luxe die we hier in Vlaanderen hebben: zelfs de bekendse schrijvers of andere personaliteiten zijn bijna altijd bereid tot een goed interview. Zelfs Hugo Claus ging graag in op onze uitnodigingen. Eén uitzondering mag ik wel vertellen omdat het ook een geestig antwoord opleverde. Ik belde de dichter Leonard Nolens en zijn antwoord luidde: "In uw plaats had ik mij niet gebeld, mijnheer Vermaercke"!
Maar opnieuw naar Mulisch. De lezer zal na mijn vorige verslagen op dit forum ondertussen begrepen hebben dat ik een fascinatie heb voor boeken over de Tweede Wereldoorlog. Als er 1 man is die ‘boeken over de 2de WO' belichaamde, dan wel Harry Mulisch. "Ik ben de 2de WO", zei hij zelfs ooit. Wat hij daarmee bedoelde moet u maar ergens anders opzoeken. Geen wonder dus dat ik van de man en zijn werk hield. Hij begeleidde me ook in mijn tienerjaren. Voor mijn homologatie-examen na mijn humaniora (1973) schreef ik een opstel over de nederlandstalige experimentele roman. Daarvoor las ik 3 werken van Mulisch: Archibald Strohalm, De Toekomst van gisteren en De Verteller. Van die laatste twee, herinner ik me, verstond ik nauwelijks iets. Maar Archibald Strohalm vond ik geweldig mooi; niet dat ik daar alles van begreep, maar Mulisch verwerkte daarin nog 2 andere geliefde onderwerpen van mij: de mythologie en de bijbel.
Daarna las ik met veel genoegen nog De aanslag, De Procedure, en De Ontdekking van de Hemel.
Toen ik echter een paar weken geleden in de supermarkt aan het winkelen was, zag ik dat er bij de boekenstand niet minder dan 3 van zijn boeken afgeprijsd in grote stapels te koop lagen (een net gestorven auteur verkoopt goed!): De Ontdekking van de Hemel natuurlijk, Twee Vrouwen en Het Stenen Bruidsbed. Ik kocht Het Stenen Bruidsbed omdat ik wist dat het over het bombardement van Dresden ging, die oorlogsmisdaad die nooit als zodanig werd omschreven omdat het, net als Hiroshima en Nagasaki door de overwinnaars werden gepleegd. Net over die tweespalt handelt die roman.
Geen gemakkelijk leesvoer, integendeel, maar zeer beklijvend. Zo'n boek dat je eigenlijk een paar keer moet lezen voor alles goed tot je doordringt.

Geert Vermaercke leest 'Aan het front', een stripreeks van Morvan-Kordey-Walter

Om mijn kleindochter die nu bijna 3 is, zin in boeken te doen krijgen, ga ik met haar elke maand naar onze dorpsbibliotheek. Eén van de mooiste taken die een grootvader zich kan getroosten!
Terwijl zij daar dan tussen de kinderboeken wat rond huppelt en telkens komt aandraven met een boekje dat ze wil meenemen naar huis - het zijn er telkens een 10-tal! - snuister ik wat rond in de afdeling strips, want die is voor een dorpsbib redelijk OK.
Zo vond ik laatst een reeks die me alleen al door de titel "Aan het front" onmiddellijk aansprak. Ik bladerde erdoor en vond de tekeningen schitterend. Ik besloot meteen de hele reeks mee naar huis te nemen.
Waarover gaat het:
Een Amerikaanse journalist bezoekt in Parijs een oorlogscorrespondent om hen te vragen over zijn frontervaringen in WO1. Maar eigenlijk wil de correspondent het maar over één ding hebben. Één iemand: Amareo Zamaï zoon van een Kongolese planter en zijn slavin. Amareo vecht tijdens de Eerste Wereldoorlog mee in de loopgraven. Hij is sneller en sterker dan zijn kameraden. De correspondent beschrijft hem als een soort supersoldaat. Hij wordt tot 'de nieuwe soldaat' gedoopt en iedereen put hoop uit zijn aanwezigheid. Maar toch komt Amareo voor het vuurpeloton terecht. Wat is er gebeurd?
Als u het wilt weten moet u de reeks ook maar 's lezen, u zal het zich niet beklagen. Zoals gezegd zijn de tekeningen heel mooi -tenminste als men van ‘mooi' kan spreken in de hel van de loopgraven - en heel accuraat; het verhaal is heel geloofwaardig, zodanig zelfs dat ik twijfel of de auteur zich niet gebaseerd heeft op ware feiten! Ook de dialogen zijn OK, spijtig genoeg laat de Nederlandse vertaling hier en daar wat te wensen over.

Geert Vermaercke leest Hamlet van Shakespeare herverteld door Ed Franck

In ons programma Moshi loopt de rubriek "Kleur in E mineur", waarin Vlaamse artiesten een nieuwe song schrijven geinspireerd op een schilderij van hun keuze. Enkele voorbeelden:
De Mens over Man in Blue I van Francis Bacon, Kommil Foo over Back van Lucien Freud,
Spinvis over een grotschildering van Lascaux, Elisa Waut over Ophelia van John Everett Millais. Ik probeer me ter voorbereiding telkens goed te informeren over die schilderwerken.
Ophelia van Millais was eerlijk gezegd een werk dat ik niet kende, nochtans een beroemd werk; maar een mens leert elke dag bij. Daarom zocht ik niet alleen informatie op over de kunstenaar (een ‘prerafaëliet'), maar vroeg ik me ook af: "Hoe zat dat nu ook weer met Ophelia en waarom schilderde hij haar op die manier?". Het enige dat ik me herinnerde is dat ze één van de figuren uit Hamlet van Shakespeare was en op tragische wijze om het leven kwam (zoals eigenlijk iedereen in die tragedie!).
Niks beter dus dan Hamlet er zelf bij te halen. Ik had in mijn boekenkast nog een dikke kanjer liggen van Ed Franck: "Te veel verdriet voor één hart. Vier tragedies van Shakespeare opnieuw verteld; met prenten van Carll Cneut". Een prachtige uitgave van Davidsfonds/Literair.
Het boek is bedoeld om een heel breed publiek (opnieuw) te laten kennismaken met het werk van die literaire reus. En wat mij betreft is Ed Franck daar zeer goed in geslaagd. Hij herwerkte de toneelteksten naar vlot leesbaar proza! Ook de tekeningen van Carll Cneur zijn prachtig. Zeer aan te bevelen.

Geert Vermaercke leest 'De plaag' van David Van Reybrouck

Wat een heerlijke en leerrijke ervaring kan lezen toch zijn! Zeker als je een boek als "De Plaag" van David Van Reybrouck leest. Het verscheen in 2001 en we hadden David toen te gast in De Nieuwe Wereld, maar dat was ik al lang vergeten. Zelf heb ik het boek toen ook niet gelezen. Het was Friedl' die me er onlangs op wees toen ik opwierp dat het dit najaar 100 jaar geleden is dat Maurice Maeterlinck de Nobelprijs Literatuur kreeg, tot nog toe de enige van de Lage Landen. Ik had de Radio1-directie voorgesteld om er een special rond te maken en ging al meteen op zoek naar ideeën en leesvoer. Friedl' wees me meteen op 'De Plaag'.
De ondertitel van De Plaag is ‘Het stille knagen van schrijvers, termieten en Zuid-Afrika'. Uitgangspunt is het vermeende plagiaat van Maeterlinck van een termietenboek van de Zuid-Afrikaanse schrijver Eugéne Marais. Maeterlick was namelijk niet alleen dichter, essayist, toneel- en romanauteur, maar ook (vooral voor het geld, suggereert David Van Reybrouck) auteur van diverse populair-wetenschappelijke boeken (La Vie des abeilles (Het leven der bijen, 1901), L'Intelligence des fleurs (Het leven der bloemen, 1907, La vie des termites (1926). Voor dat laatste boek zou hij ruimschoot gebruik hebben gemaakt van 'Die Siel van die Mier' van Marais.
David Van Reybrouck gaat in 'De Plaag' op zoek naar de achtergronden van dat plagiaat. Op die manier leest zijn boek deels als een biografie (Maeterlinck en Marais -een onwaarschijnlijk leven heeft die man gehad!) deels als een geschiedeniswerk (ontstaan van Zuid-Afrika), deels als een natuurboek (het leven van termieten) en deels als een reisverhaal.
Allemaal in 1 boek! Bovendien heeft David Van Reybrouck een heerlijke pen; geen wonder dat zijn uitgever 'De Plaag' als ‘literaire non-fictie' aanprijst. Ik kijk met veel spanning uit naar zijn ‘Congo' dat ook al een tijdje klaar ligt op mijn stapel ‘nog te lezen boeken'.

Geert Vermaercke leest 'Vrijheid scheppen' van F. Nietzsche

Toen ik tijdens mijn tienerjaren worstelde met kerk en geloof en op zoek ging naar bevestiging voor mijn twijfel, kwam me de regel "God is dood" van Friedrich Nietzsche voor ogen. Hoe of waar ik die gelezen heb, ben ik helaas vergeten. Maar wat me wel nog helder voor de geest staat is, dat ik toen voor het blad van onze jongerenclub Percel een verhaaltje heb geschreven met als titel "God is dood". Dat was in de vroege jaren 70 in het provincienest Deinze. De goegemeente was geshockeerd. Mijn ouders kregen verwijten over hun ontaarde zoon te horen. Ik moest toen uitleggen dat die uitspraak niet van mij kwam, maar van een beroemde filosoof die dat al in 1882 had geschreven. Maar dat kon de gemoederen natuurlijk niet bedaren.
De figuur van Nietzsche bleef me van toen af boeien. Ik heb veel over de man zelf gelezen, maar nooit iets vàn hem. Bevreesd voor de moeilijkheidsgraad wellicht. Daarom was ik prettig verrast toen ik een recensie las over de grafic novel "Nietzsche. Vrijheid scheppen" van de Franse filosoof Michel Onfray en de Franse tekenaar Maximilien LeRoy. Het werk is gebaseerd op het filmscenario "L'Innocence du devenir" over leven en werk van Nietzsche van Michel Onfray.
Al was die recensie niet positief, ik schafte me het boek toch aan. Ik had hoge verwachtingen. Eindelijk zou ik een goed overzicht krijgen in de denkwereld van één van de grootste filosofen aller tijden.
Maar! Wat een tegenvaller. LeRoy doet veel pogingen om via tekeningen de gedachtengang van de filosoof weer te geven, maar slaagt daar echt niet in. Zijn tekenwerk is slordig en onsamenhangend. Ook het loutere levensverhaal van Nietzsche hangt met haken en ogen aaneen. Alles wordt eventjes aangeraakt, maar niet of nauwelijks uitgewerkt. Het beste onderdeel is misschien nog het vermeende antisemitisme van Nietzsche en zijn verhouding met Wagner.
Het is blijkbaar toch onmogelijk om in 1 beeldroman van 126 pagina's leven en werk van Nietzsche samen te vatten. Geen aanrader dus!
Misschien moet ik "Menselijk, al te menselijk", "De Antichrist", "Vrije wil en fatum", "Ecce Homo", "De genealogie van de moraal", "Aldus sprak Zarathoestra" enz enz.... toch maar eens beginnen lezen. Maar wanneer?

Geert Vermaercke leest: 'Nagelaten dagen' van Marga Minco

Je, alweer een boek over WOII. Hoe komt het toch dat ik daar zo door wordt aangetrokken?
Komt het door mijn grootvader en mijn ouders die er me veel over vertelden? Komt het door mijn passie voor waar gebeurde verhalen met een historische inslag? WOII zit boordevol verhalen; 'les extrèmes se touchaient', goed en kwaad, schoon en lelijk. En je leert ook altijd bij: weet jij bvb. wat ‘bewariërs' waren? Wie 'Grandma Moses' was? En dat er ten tijde van de mobilisatie in Gurs in het Zuiden van Frankrijk een concentratiekamp voor Duitsers was?
Je moet het maar 's allemaal opzoeken. Ik ken het antwoord dank zij Marga Minco en haar Nagelaten Dagen.

Het was tijdens mijn opleiding als producer dat ik Marga Minco leerde kennen, een Nederlandse schrijfster van joodse origine, die in ons land veel te weinig bekend is. Onze stagebegeleider was toen - en ik prijs me er nu nog altijd gelukkig om - Bob De Groof. Hij gaf aan ieder van ons de novelle 'De Glazen Brug' van Marga Minco, waarin ze haar eigen onderduikverhaal vertelt. Tijdens de oorlog worden haar ouders, broer en zus weggevoerd en is zij de enige overlevende, want ze weet aan de arrestatie te ontsnappen en de rest van de oorlog onder te duiken. 'De Glazen Brug' was toen net uit en Bob vroeg ons wat we ermee als radioproducer zouden aanvangen. Een interview met de schrijfster telde niet mee, dat was te eenvoudig.Ik heb toen een onderduikverhaal opgenomen van de moeder van een vriendin van mij, een Poolse vluchtelinge die tijdens WOII via Duitsland ons land was binnengeraakt. Ook al weer een heel boeiend verhaal.
Maar goed. Bij het overlopen van mijn boekenkast, op zoek naar enkele nog ongelezen boeken om mee te nemen op vakantie, stuitte ik op Marga Minco. 3 boeken stonden er: het al wat verbleekte 'De Glazen Brug', naast 'Het Bittere Kruid' (haar debuut en meteen ook bekendste boek) en 'Nagelaten dagen'. Ik nam 'Het Bittere Kruid' en 'Nagelaten Dagen' mee. 'Het Bittere Kruid' had ik al gelezen, onmiddellijk na 'De Glazen Brug'. Maar ik wou het nog 's doornemen, en dat bleek ook verstandig want 'Nagelaten dagen' bleek wat de verhaallijn betreft, niet zo eenvoudig. De schrijfstijl van Minco mag dan uiterst sober zijn, bijna stoicijns zelfs en dus zeer vlot leesbaar, maar dit boek wemelt van de flashbacks en de flashforwards en houdt dus geen rekening met een chronologische lijn. Daarom was het goed 'De Glazen Brug' nog even te lezen om opnieuw op de hoogte te zijn van het concrete verhaal en de namen die daarin een rol speelden.
In 'Nagelaten Dagen' vertelt ze over de tijd onmiddellijk na WOII toen overlevende joodse mensen op zoek gingen naar nieuws over verdwenen familieleden. Toen de joden in Nederland opgepakt werden - in andere landen zal het wellicht niet anders geweest zijn -
lieten ze hun dure en andere spullen met emotionele waarde achter bij buren of niet-joden die ze te vriend hadden. Dat noemden ze de ‘bewariërs'. Maar toen de overlevenden hun eigendommen of die van hun familie kwamen terugvragen, bleek alles verkocht of ‘verloren' of wisten die bewariërs nergens meer van.
Marga Minco weet toch - op vraag van een schoonzuster (Eva) die ze toevallig op het spoor komt - nog 1 ding te redden, een blauwe kom.
De rest moet je zelf maar lezen.

Geert Vermaercke leest (of hoort) 'Het jaar van de kreeft' van Hugo Claus.

Ja, ik weet het, die 'Zondvloed' geraakt maar niet uitgelezen. Ook geen makkelijk boek hoor!
Enfin, later meer daarover. Ondertussen zou ik hier een lans willen breken - zeker voor ‘luie lezers' het gedroomde alternatief - voor een ‘audiofilm'; dat is eigenlijk een luister- of hoorspel, maar wellicht klinken die termen te ouderwets voor nieuwe oren. Let wel, een audiofilm is geen ‘luisterboek', dus geen voorgelezen roman. Het is wel een gedramatiseerde vertelling gebaseerd op een roman: met verschillende stemmen, geluiden, muziek.
De audiofilm die ik beluisterd heb is "Het Jaar van de Kreeft", een adaptatie van de gelijknamige roman van Hugo Claus uit de vroege jaren '70. Het is een product van Het Geluidshuis, met de stemmen van o.a. Stefan Perceval, Bas Teeken, Katelijne Verbeke, Gilda De Bal en Katelijne Damen.
Ik heb de audiofilm beluisterd tijdens mijn rit naar het werk; paste perfect: een kleine 80'.
Het voordeel is dus dat je een roman kunt ‘lezen' terwijl je aan het rijden bent! En meer dan een echte film wordt je fantasie geprikkeld. Wel iets minder natuurlijk dan door het boek zelf, dat blijft nog altijd de hoogste prikkelaar; daar moet je de stemmen zelf invullen, moet je er de geluiden zelf bij bedenken (het gehijg van kapster Toni tijdens de vele vrijscenes bvb.! Maar dat van actrice Abke Haring in de audiofilm valt best mee).
Dus voor wie 'Het Jaar van de Kreeft' (of het geromantiseerde verhaal van de relatie van Claus met Kitty Courbois) al gelezen heeft, is deze audiofilm een leuke manier om de eigen fantasie te vergelijken met die van de acteurs en de bewerkers. En voor wie de roman nog niet gelezen heeft, kan het zeker een stimulans zijn om het echte werk tot zich te nemen. Want hoe je het ook draait of keert: het boek is altijd beter!

Geert Vermaercke (producer Dubbelcheck, Moshi, Friedl') leest: 'Beminde Ongelovigen' van Anne Provoost

 Ik weet het, ik zou jullie verder moeten onderhouden over mijn leeservaring van de Indië-trilogie van Jeroen Brouwers. Maar ik lees veel boeken tegelijk en er is trouwens eerst een leuk voorval te vertellen dat verband houden met deze blog en hoe die niet enkel leesgierigen, maar ook atheïsten samenbrengt!
Laatst was ik voor de Brievenrubriek van Moshi op bezoek bij Anne Provoost, je weet wel, de auteur van oa Vallen. Ze heeft een prachtige brief geschreven aan Gregory Frateur, de opmerkelijke zanger van Dez Mona. Luisteren dus naar Moshi!
Anne bood me eerst een kopje koffie aan en we geraakten in gesprek, ondermeer over het samenleven met verschillende culturen in onze maatschappij. Toen zei Anne plots: "Geert jij bent atheist hé?" "Euh ja", zei ik "hoe weet je dat?"
"Ik moet dat ergens gelezen hebben," zei ze, "heb je niet ergens een interview gegeven of zo?"
Ik moest lachen, ik ben maar een eenvoudige kracht achter de schermen van de radio en die mensen worden zelden of nooit geïnterviewd.
"Wacht even" zei ze, en ze stapte naar haar bureau. Ze kwam terug met een boekje en gaf me dat cadeau: "Beminde ongelovigen. Atheistisch sermoen. Anne Provoost. Querido 2008"
Ondertussen viel me te binnen hoe Anne wist dat ik atheist was. Door deze blog! Een tijd geleden heb ik hier mijn leeservaring neergepend over het boek "De Bril van God". Daar moet ze het vandaan hebben gehaald!
Het boekje van Anne is een pamflet om atheïsten weerbaarder te maken binnen de renaissance of de nieuwe opmars van de godsdiensten. Er zijn al veel geleerde atheistische boeken verschenen van auteurs als Richard Dawkins, Sam Harris en vele anderen die op gezag van de huidige wetenschap en filosofie een bewijs leveren van het ongerijmde van godsdiensten en het bestaan van een god.
Maar volgens Anne moeten we af van die welles-nietes discussie en bredere argumenten vinden die ons a- of anti-geloof kunnen sterken.
"Doeltreffender lijkt het mij me af te vragen of er iets is wat we tegenover die god kunnen zetten. Wat hebben atheïsten in de aanbieding, hoe zetten wij ons gedachtengoed op de agenda".
"Er is een behoefte aan een atheïstische missie, een stappenplan van het niet-geloof. We moeten een herstelprogramma opzetten met als eerste streefdoel: we laten met meer vastbeslotenheid onaangeroerd wat we toch niet kunnen bevatten."
Eerst moeten we voor onszelf uitmaken in welke graad we gelovig zijn of niet. Daarom heeft ze in het pamflet een ‘religiometer' opgesteld van 10 graden, waarbij de Eerste Graad totale a-religie inhoudt en de Tiende Graad de totale ‘fundamentalistische' overgave aan een godsdienst.
Op het einde van het pamflet schrijft ze haar missie neer. Enkele citaten:
-De atheist kijkt neutraler naar het onkenbare. Hij verwacht niet voorbij de grens van zijn bevattingsvermogen een troostende extramateriële entiteit te vinden. Hij voelt geen behoefte om tegenover zijn feilbaarheid een onfeilbare macht te zetten.
-Zijn troost en hoop put hij uit de verwachting dat hij aan de grens kan morrelen, kleine upgrades kan verwerven door zijn kennis en inzicht steeds verder te ontwikkelen, en uit de verwachting dat hij op die manier altijd weer terrein kan winnen.
Provoost wil ook ‘religieuse' termen recupereren en reclameren: troost, heil, redding, opoffering, barmhartigheid, bezinning, zelfs schepping. Die woorden kunnen atheïsten net zo goed gebruiken. En dan legt ze uit hoe we dat kunnen doen.
Een onmisbaar boek voor alle atheïsten of mensen die bereid zijn na te denken over geloof en religie.

Geert Vermaercke (producer Dubbelcheck, Moshi, Friedl') leest 'Bezonken rood' van Jeroen Brouwers.

Zoals beloofd: Bezonken Rood, het 2de deel van Brouwers' Indië-trilogie. Ook heel kort, 102 pagina's, maar het zijn 102 zeer beklijvende pagina's over Brouwers' verblijf in het Jappenkamp Tjideng, samen met zijn zus, zijn moeder en zijn grootmoeder. Hij ziet er zijn grootmoeder sterven tijdens één van de vele ‘koempoelans' of appèls, die meerdere keren per dag gehouden werden op een plein in de schroeiende zon. De gevangenen moesten er soms urenlang in stilte rechtstaan of bewegen en geluiden maken zoals een kikker, wat de oude grootmoeder uiteindelijk fataal werd.

Hij zag er ook zijn moeder afgeranseld worden, omdat ze wat rijst had gestolen van een Rode Kruiswagen, die de Jappen met voedsel en al  in brand staken. Daarna, zegt Brouwers, zal hij zijn moeder steeds op een andere manier bekijken, gevoelloos, zoals hij van dan af alles gevoelloos begint te bekijken. De jaren in het Jappenkamp hebben hem duidelijk getekend.

Bij het lezen van een boek heb ik nog nooit geweend, ook nu niet, maar ik moet toegeven dat de tranen nu toch klaarzaten. Dat beloofd voor het derde deel, 'De Zondvloed', het grote meesterwerk van Brouwers. Maar dat is wel iets langer: 789 pagina's. Een beetje geduld dus.

Geert Vermaercke (producer Dubbelcheck, Moshi, Friedl') leest 'De Indië-trilogie' van Jeroen Brouwers.

Heeft u dat ook dat een boek 17 jaar op u ligt te wachten om gelezen te worden?
Dat overkwam mij met de Indië-trilogie van Jeroen Brouwers. Het lag 17 jaar op mijn nachtkastje, maar altijd kwam er een boek bovenop te liggen.
Ik kocht het in 1993 naar aanleiding van het bezoek van Jeroen Brouwers aan Het Vrije Westen (voor mensen met een slecht geheugen: dat was een Radio1-middagmagazine dat liep van 1992 tot 1997 en o.m gepresenteerd werd door Bruno Wyndaele). Brouwers was bereid mijn exemplaar te signeren ("Voor Geert, bij onze eerste ontmoeting in de doolhoven van de BRT. Hartelijk. Jeroen Brouwers. Brussel, 14. IX.1993") en ik had het vaste voornemen het onmiddellijk te lezen, zeker omdat een medewerker van het programma maar niet uitgepraat raakte over het werk van Brouwers. Maar toch ben ik er nooit aan begonnen; een ander boek kreeg altijd de voorkeur. Achteraf gezien schandalig natuurlijk, want toch een Nederlandse klassieker die iedereen zou moeten gelezen hebben.
Maar het is er dus nu wel van gekomen. Ik denk omdat ik eindelijk het grote gat dat mijn kennis over de Jappenkampen is, iets kleiner wou maken. Ik heb al een hele bibliotheek verslonden over de Tweede Wereldoorlog, maar dan overwegend over de Europese kant ervan. Wat er zich zoal in Azië afspeelde en hoe schrijvers, die het meegemaakt hebben, er mee om gingen, daar wist en weet ik weinig over.
'Het Verzonkene', het eerste boek van de trilogie heb ik ondertussen uit. 70 pagina's maar!
Het gaat over zijn eerste 2 levensjaren in Batavia. Vooral herinneringen aan zijn moeder en zijn grootvader. Meteen was ik in de ban van het verhaal door de aparte stijl van Brouwers; wat een taalrijkdom heeft die man, met wat een poetische kracht schrijft die man.
Ondertussen ben ik ook al aan deel 2 van de trilogie begonnen: Bezonken Rood. Ik hou u op de hoogte.

Geert Vermaercke (producer Moshi, Dubbelcheck, Friedl') leest: 'De Bril van God' van Maarten 't Hart

Religie is bijzonder actueel. Nine-eleven zal daar wel iets mee te maken hebben. In Amerika roeren de protestante fundamentalisten zich en wijzen de evolutietheorie af. In Nederland hebben ze vele medestanders en is de EO de grootste omroep. De islam, vooral dan discutabele afgeleiden als jihad en sharia, boezemt ons westerlingen angst in.
In de jaren '50 en '60, de jaren waarin ik opgroeide, was godsdienst een evidentie. Daar werden geen vragen over gesteld. Je liet je dopen (hoe kon je anders als dreumes van een paar maanden oud), je ging netjes met je ouders mee naar de 10-uren-mis op zondag, je ging netje ter communie, als je zeven werd deed je je eerste en als je 12 werd je plechtige communie. Zo was het leven.
Maar eind jaren zestig kwam er een kentering. De evidentie werd in vraag gesteld, eerst voorzichtig, later openlijk en rebels. Lectuur heeft me daar bij geholpen. Ik moet zowat een halve religiebibliotheek verslonden hebben. Tenminste, boeken die mij deden nadenken over god en zijn dienst. Ook de tijdsgeest gaf natuurlijk een duwtje in mijn rug. God was aan het sterven, tenminste toch in mijn familie.
Sindsdien ben ik niet gestopt met het lezen over religie, met als toppunten Pascal Boyer "Godsdienst verklaard" en Karen Armstrong "Een geschiedenis van God". Ik evolueerde van een agnost tot een godsbestrijder: "Hoe kunnen intelligente mensen nog in die onzin geloven"? Iemand die aan mijn zijde staat (het is natuurlijk eerder andersom) is de Nederlandse auteur Maarten 't Hart. In 1997 al schreef hij "Wie god verlaat heeft niks te vrezen", uiterst kritische bijbeloverdenkingen. In 2002 verscheen "De bril van God", baldadige overdenkingen over God, de Bijbel, Christus, de Kerk. Ik heb dat boek nu gelezen.
Maarten 't Hart geeft daarin zijn uiterst kwaardaardige cynische kijk op de bijbel, onder het motto van Stendhal "Als verontschuldiging voor God geldt dat Hij niet bestaat". t' Hart schrijft niet enkel met een vlijmscherpe en zeer erudiete pen, maar vooral met heel veel humor.
Wat betekent de titel? Als God bij de Schepping na de zesde dag heel zelfvoldaan "zag dat het goed was", hoe komt het dan, vroeg een klasgenootje van 't Hart zich luidop in de klas af, dat er zoveel mensen slechte ogen hebben?

Geert Vermaercke leest: 'De welwillenden' van Jonathan Littell

Toen we een pilootuitzending maakten voor Friedl' was Lucas Vander Taelen onze ‘proefgast'. Eén van de boeken die zijn leven hadden beinvloed was 'Les Bienveillantes' van de joods-Amerikaanse schrijver Jonathan Littell, die er in 2006 de Goncourtprijs mee won. Lucas sprak er met zo veel vuur en passie over, dat ik meteen dacht: "Dat wil ik ook lezen".
Meteen was daarmee ook de kracht van het programma bewezen!
Ik ben niet zo'n anderstalige lezer, ik moet dus altijd de Nederlandse vertalingen afwachten. Voor dit boek was dat in 2008. Ik heb het toen onmiddellijk gekocht. Dat het dan nog zo lang geduurd heeft voor ik het ter hand nam, heeft gewoon te maken met de stapel boeken op mijn nachttafel, die mij ook al een hele tijd met lees-mij-vragende ogen liggen aan te staren. Ondertussen hadden al heel wat gasten van Friedl' het boek aangeprezen, bv. ook Herman Brusselmans. Vorige maand ben ik er met grote goesting eindelijk aan begonnen. Een kanjer van 950 pagina's en geen hapklare weglezer. Je moet er enige inspanning voor doen. Maar laat niet alle schoonheid zich pas ontsluieren na een inspanning?
Het is mijn zoveelste boek, zowel fictie als non-fictie, over de Tweede Wereldoorlog, maar dit is één van de meest ‘bouleverserende'. Een boek dat blijft nazinderen, dat in je hoofd blijft spoken!
Volgens Herman Brusselmans is het een boek zonder humor, maar dat spreek ik tegen. Het werk is veel gelaagd; het is een psychologische roman, een historische roman én er zit ook een detective-laagje in. De hoofdpersoon heeft wellicht -maar dat kom je als lezer eigenlijk nooit met zekerheid te weten- zijn eigen moeder en stiefvader vermoord (of geef ik nu al te veel prijs van de plot?). Twee rechercheurs zitten voortdurend achter zijn veren, duiken op als hij het niet verwacht en stellen hem vervelende vragen. Klein voorbeeldje: op het einde van het verhaal, en van de oorlog, bij de val van Berlijn (fantastisch beschreven overigens) wil één van de 2 speurders (Clemens) hem eigenhandig berechten en dan ontspint zich deze dialoog: "Weser is dood. Maar ik heb je te pakken." "Kriminalkommissar Clemens, doe niet zo belachelijk. Honderd meter verder zijn de Russen. Die horen het als u schiet." "Ik zou je hier in die vijver moeten verzuipen, vuile smeerlap, je in een zak naaien en je in het water gooien. Maar ik heb geen tijd." "U bent niet eens geschoren, Kriminalkommissar Clemens en u wilt mijn vonnis voltrekken!"
Daar heb ik toch hartelijk om gelachen ondanks de beschreven stortvloed van miserie, smeerlapperij, moord, verkrachting die de val van Berlijn kenschetsten.
Een wonderbaarlijk boek, moet je ZEKER lezen!

Geert Vermaercke leest: 'Nacht' van de Duits-Joodse schrijver Edgar Hilsenrath

"Nacht" is één van de aangrijpendste boeken die ik ooit gelezen heb. Tijdens de vakantie gelezen! Maar niet echt vakantielectuur.

 Het gaat over het Joodse getto in een Oekraïense stadje tijdens WO2. Het getto werd van alles en iedereen afgesneden, zodat de joden er op zichzelf aangewezen waren. Tegen die achtergrond speelt zich het verhaal af, een schrijnend verhaal van een strijd om het bestaan in vergelijking waarmee een kooi uitgehongerde knaagdieren nog een idyllische aanblik biedt.
Want er is niks: geen plek om te slapen, geen gat in de grond om te sterven en in begraven te worden. De vlektyfus heerst, in de goten en de greppels creperen de zieken en uitgehongerden, in de bouwvallen vechten de uitgeteerde overlever om een slaapplaats of de afgetrapte schoenen van een stervende.

 Toen het boek verscheen stemde het de Duitse culturele elite beklemd: deze genreschildering zou het antisemitisme vermoedelijk eerder aanwakkeren dan aan de kaak stellen. Dat komt doordat Hilsenrath het in het geheel niet over schuld en toedracht heeft, moralisme is hem net zo vreemd als sentimentaliteit. Juist daardoor is het effect van zijn roman zo groot. Hij zoekt het absolute nulpunt van de menselijke betrekkingen op, het punt waarop alle emoties tot poeder vriezen.

Grootse literatuur!

Album: #170969

Geef je mening

Enkel je naam en reactie verschijnen op de site.
* verplicht veld

Reacties