Zevende album voor de 12-jarige Stereophonics en in zekere zin terug naar de bron. Het moet zijn dat Kelly Jones en de zijnen (voor het eerst officieel een viertal, maar extra gitarist Adam Zindani was er live al langer bij) zelf vonden dat voorganger Pull the Pin van twee jaar geleden wat te gladjes en bombastisch tegelijk klonk. Dus haalden ze er producer Jim Abbiss bij, die eerder al werkte met onder meer Arctic Monkeys en Kasabian en die paste meteen het less-is-more-principe toe. 't Mocht allemaal wat directer, wat rechtvoorderaapser en dat werpt zijn vruchten af. In plaats van de grootsheid à la U2 komt nu de eerlijke songsmederij à la Coldplay (niet dat ze zo klinken, bedoeld is de aanpak). Dat maakt de rockers toegankelijker en de ballads minder stroperig, dus winst aan alle kanten. Niet dat dit over de hele lijn een geslaagde plaat is: de rocknummers "Trouble" en "Live 'n' Love" zijn halve of hele misbaksels, ballad en afsluiter "Show Me How" had beter eens goed naar zijn titel geluisterd (meteen verticaal, die song!), maar anderzijds staan er pareltjes op als de single "Innocent", het naar T-Rex refererende "I Got Your Number" en de kleine electronica-uitstappen (toch wel verrassend voor een gitaarband) "She's Alright" en "Beerbottle". De schuurpapieren stem van Kelly Jones schuurpapiert nog altijd stevig door, de gitaren mogen weer scheuren, maar de songs zijn niet over de hele lijn sterk genoeg. De echte supergroep die Stereophonics ooit leken te worden, zullen ze wel nooit meer worden. Toch niet buiten de UK, waar hun populariteit nog altijd hoog is. (jsp)

Geef je mening
Reacties