Samen met de luisteraars schreef Hilde Eynikel deze week een spannend kortverhaal voor Midi Crimi. Marie leverde de tip voor de ontknoping.
Lees het verhaal (je vindt het ook helemaal onderaan in Word- of Pdf-link):
Het lelijke eendje
Voor Marlies is vriendschap samen trendy dingen doen. Punt aan de lijn. Ze is wiskundige en denkt strak. Frivoliteiten horen niet. Ze heeft wel twee wagens, maar dat is uit louter noodzaak. Met de mini rijdt ze naar school en de 2PK was haar moeders trots.
Een keer per jaar rijdt ze met dat erfstuk naar haar jeugdvriendinnetje Floor. Die leeft als een kluizenares in een afgelegen kwadraathoeve. Een tweepeeka kan je met vier mannen optillen, dus mocht ze vastrijden, hoeft ze alleen maar vier gespierde kerels op te trommelen. Die dagdroom is Marlies een troost, want een bezoek aan Floor betekent eindeloos gezeur over eenzaamheid, vermeende ziekten en het grote drama.
Bij drukkend weer weegt Floors gejengel nog zwaarder. Bij die gedachte maakt Marlies bijna rechtsomkeer, maar rijdt dan toch door. Ze parkeert gewoontegetrouw op de plaats waar ooit de mestvaalt stonk. Ze trekt de sleutel uit het contact en schrikt. Floor kijkt door het zonnedak de wagen in. Een verschijning: ongekamd, onopgemaakt en in een vergrijsde witte jurk. Alle voortijdige groeven in haar gezicht zijn nog dieper neergezakt. Hoe kan dat toch! Floor is net zoals Marlies nog geen vijfentwintig!
Marlies moet even op adem komen. Daarom draait ze het dak langzaam toe.
De avond verloopt als gepland: ellendig. Al na een uur zoekt Marlies een excuus om op te stappen. Ze begint met de waarheid: ?Floor, ik moet morgen examens afnemen. Ik moet echt vertrekken.?
Dan volgt: ?Het gaat onweren?.
Een flits, een luide donderslag, het gehamer van regendruppels.
Floor moet Marlies nu wel laten gaan.
Marlies rent naar buiten. Koude druppels spatten in haar gezicht. Achter haar valt de voordeur galmend dicht.
Halverwege de binnenkoer ziet Marlies hoe de alarmlichtjes van haar tweepeekaatje pinken. De portieren staan open.
Marlies rent terug naar de voordeur.
Ze belt aan.
Ze roept ?Floor? en ?Floor? en ?Floor?.
De deur blijft potdicht.
Ze heeft geen keuze. Ze moet in die misschien wel behekste wagen vluchten.
Ze rent terug naar het tweepeekaatje, slaat het passagiersportier dicht en stort neer op de zeiknatte chauffeurszetel. Ze vergrendelt de wagen, zet het alarm af. Trillend rolt ze de canvas van het zonnedak uit. Maar had ze dat daarstraks al niet gedaan? Ze start de motor.
Snel kijkt ze om. Floor staat in een hagelwitte nachtjapon in het verlichte deurgat. Haar handen hangen langs haar lijf. Ze glimlacht tevreden.
Floors verschijning jaagt Marlies de schrik op het lijf.
Maar ze moet bij de feiten blijven.
Ze kent haar jeugdvriendinnetje goed en weet dat Floor niet gestoord is. Die vreemde gelaatsuitdrukking kan ze ook plaatsen. Als Floor bang is, spant ze haar mond tot een glimlach-grimas op. Angst lees je in haar blik, maar die kan ze door de duisternis niet zien.
Wil Floor haar met die grauwe jurk en met de hagelwitte nachtjapon iets vertellen? Maar wat?
En wie heeft er aan het tweepeekaatje geprutst?
Floor zeker niet, want ze waren de hele tijd samen.
Iemand anders?
Marlies heeft geen gestommel, geen zucht gehoord.
Toegegeven, de muziek stond net iets te luid.
Er moet een verklaring zijn.
Juist dan valt de voordeur dicht.
Het is aardedonker op de binnenkoer.
Marlies is bang. Ze moet weg.
Ze kruipt achter het stuur en draait resoluut de contactsleutel een kwart slag om.
De motor pruttelt even en valt dan stil. Ze start de wagen opnieuw, trekt de choke uit, pompt benzine op, verzuipt de motor.
Wanhopig smijt ze de sleutels op de passagierszetel en rent naar de hoeve.
Terwijl ze aanbelt, vliegt de deur open.
Floors gezicht staat koel en uitgestreken.
Ze zegt: ?Dit moet je zien.?
Ze stapt op een stoel, gaat op de tenen staan, trekt in wankel evenwicht een zwaar touw van achter de plafondbalk.
Aan het einde van het touw zit een lus.
Terwijl ze die lus om haar nek hangt, kijkt ze Marlies strak in de ogen.
Marlies wil haar stoppen, maar ze ziet hoe Floors linkervoet tegen de leuning drukt.
?Blijf staan, anders duw ik de stoel omver,? dreigt Floor.
Marlies verstijft als een zoutzuil.
Daarop volgt de beate glimlach.
?Het is wat het is,? kirt Floor. ?Is zelfmoord een oplossing??
Floor houdt het hoofd scheef.
En springt.
Ze ligt op een harde koude vloer.
Tocht slaat haar in de nek.
Ze huivert.
Ze wil wel opstaan, maar kan amper bewegen.
Een vlakke hand kletst haar op de wang.
Ze opent de ogen.
De gang tolt om haar heen.
Daarom sluit ze de ogen opnieuw, want de nachtmerrie zit niet in haar hoofd, maar beloert haar in de gang.
Ze zou liefst blijven liggen, maar nu herinnert ze zich haar moeders wijze raad: ?Een vijand moet je in de ogen zien.?
Als een robot veert Marlies recht.
Ze schrikt zich de adem uit de longen.
Een springlevende en kerngezonde Floor kijkt haar aan.
?Kom, kom,? zegt haar jeugdvriendinnetje. ?Je geloofde toch niet dat ik me ging verhangen.?
?Maar...? fluistert Marlies.
?Het touw hing losjes over de balk,? grinnikt Floor. ?Dat had je toch kunnen zien. Maar nee, je viel flauw. Kostschooldeerne!?
Marlies kruipt recht.
Het gaat wat moeilijk. Ze voelt zich slap.
Ondertussen zet Floor de voordeur op een kier.
Marlies twijfelt, want is die vrouw wel Floor. Floor draagt joggingbroeken, slobbertruien, tentjurken of nachtgewaden. De witte stretchjeans en de met elastiek opgespannen witte T-shirt tonen een afgetrainde vrouw.
Hoewel voor Marlies blijft het een witte schim.
?We moeten opkrassen,? beveelt Floor. ?Deze hoeve is behekst.?
Floor stapt de binnenplaats op.
Marlies volgt schoorvoetend, want de hoeve lijkt haar de veiligste plek. Toch trekt ze gedwee de voordeur in het slot.
Het onweer is gaan liggen.
De volle maan verlicht de strakke contouren van de kwadraatshoeve.
Maar meteen is het weer schrikken.
Het tweepeekaatje is verdwenen.
?Maar, maar,? stottert Marlies. Ze wijst naar de plek waar haar autootje stond.
Uit een hoopje mest kringelt rokerige damp op.
Floor kijkt haar meewarig aan. Ze schudt het hoofd en wijst naar de gesloten ijzeren poort.
Eerst ziet Marlies alleen de symmetrische krullen die een smid ooit ontwierp.
Maar dan ontdekt ze de veldweg.
En op dat modderspoor dragen vier gespierde mannen een reuze katafalk op de schouders. Maar het is geen opgebaarde lijkkist. Het is het tweepeekaatje.
Marlies kijkt naar de lijkstoet voor haar moeders lelijke eend.
Ze rent naar de poort.
Een hangslot houdt de twee vleugels samen.
Marlies en Floor zitten vast.
De twee gevangenen ballen hun vuisten om de tralies
De gespierde lijkbidders verdwijnen met het tweepeekaatje de duisternis in.
?Daar gaat het lelijke eendje,? zegt Floor vlak. ?Nu kan de feniks uit de eigen as opstijgen.?
?Je bedoelt de zwaan,? verbetert Marlies haar.
?Nee, ik bedoel de vurige feniks.?
?Dat is een avondvogel. Die sterft bij zonsondergang. De zon staat al over een uur of twee op.?
Marlies ergert zich feestelijk aan Floor en haar gedoe en draait de poort de rug toe.
?De zwaan groeit uit tot de mooiste vogel van het meer,? corrigeert Marlies opnieuw. ?En omdat ze de mooiste is domineert ze de vijver.?
Floor schudt het hoofd en zucht.
?Je zal wel weer gelijk hebben, juffrouw Laatste Woord. Jij was altijd de zwaan. Ik was het lelijke eendje. Je lieve moeder noemde jou mooi en mij gezellig. Dat deed pijn.?
?Ze maakte een grapje.?
? O nee, meisje. Jij was mooi, jij was perfect en ik was de ideale vriendin, want als ik naast jou stond zagen de mensen pas echt je schoonheid. Je moeder vond ons schooluniform schitterend. De plooirok viel soepel om je heupen. En ik??
Floor trekt een tuitmond.
?En ik, ik was te dik. Maar, goed, dat is het verleden. Nu moeten we uit dit embroglio zien te geraken. Ik ken een uitweg. Volg me.?
Floor spurt naar de schuur.
Marlies tracht te volgen, maar kan Floor niet bijhouden.
Ze raakt al snel achterop.
Floor verdwijnt in de schuur.
Letterlijk want als Marlies de poort binnenstormt, ziet ze haar vriendin nergens.
De schuur is een puinhoop: balen hooi liggen wanstaltig op elkaar gestapeld. Een oude tractor staat voor het vieze venster te roesten en daarachter ligt een schroothoop.
Marlies roept ?Floor? en gelukkig antwoordt haar vriendin met ?Hier?.
Ze tast zich een weg naar de hoek van waaruit de stem komt. Ze stapt op iets hards en voelt een stekende pijn in het hoofd.
De steel van de hark heeft een bloedige wonde in haar voorhoofd geslagen.
?Floor, ik bloed,? roept ze hysterisch.
Het antwoord beperkt zich tot een drukkende stilte.
Marlies duwt de slip van haar hemd tegen de wonde.
Het bloed loopt haar in de neus. Ze hyperventileert.
?Hier kom ik nooit levend uit,? beeft ze.
Maar ze geeft nog niet op. Ze moet die schuur uit.
In de hoek, van waaruit Floors stem had kunnen komen, flikkert een vaag licht.
Een petroleumlamp brandt naast een hooibaal.
?Dat is gevaarlijk,? bedenkt Marlies, terwijl ze de lamp opheft.
Als een kabouter, die naar de mijn trekt, zoekt ze zich een uitweg.
En zo ziet ze het smalle hondenluik. Ze hoopt er zich door te kunnen wringen.
Ze duwt de lamp door het luik en schuift dan op de buik naar buiten.
Daar staat Floor. Haar witte kleren zijn stoffig en vuil.
Meewarig kijkt ze hoe Marlies haar bovenlijf door de enge opening kan wringen. Dan raakt ze toch klem. Ze moet terug de schuur inkruipen. Ze duwt nu eerst haar broek tot op de enkels en zelfs dan moet ze kwabbetjes beginnende cellulitis door het luik trekken.
Ze walgt van zichzelf.
?Mijn moeder had gelijk,? roept ze terwijl ze buiten haar broek terug optrekt. ?Je bent een jaloers venijnig mens.?
?Ben ik dat?? vraagt Floor sarcastisch. ?Heb jij niets op je geweten, meisje? Kom je niet elk jaar bij me op bezoek in het vehikel van je misdaad? Doe je dat om je geweten te sussen? Want ben jij niet de oorzaak van het Grote Drama? De tijd is voor jou gekomen om de vijand in de ogen te zien??
Marlies schudt als waanzinnig het hoofd.
Floor grijpt haar bij de schouders en roept: ?Jouw verleden, je schuld is je grootste vijand.?
?Nee, Floor, ik ga niet bekennen,? fluistert Marlies met bevende stem. ?Ik wil gewoon doorgaan met mijn leven.?
?Het is zoals het is. Je hebt sinds die fatale dag toch geen leven meer,? zegt Floor duidelijk en ze neemt Marlies in de armen. ?Als je met jezelf en je omgeving in het reine komt, zal je verwonderd zijn hoe aangenaam je leven wel wordt. Verborgen schuld is de strengste en vooral de eenzaamste gevangenis. Schudt je vijand van je af. Beken.?
?Red jezelf maar,? roept Floor en rent het modderpad op.
?Laat me niet alleen,? smeekt Marlies. ?Floor, je moet... Please.?
Maar Floor is verdwenen.
De poort is open en het tweepeekaatje staat op de plaats van de vroegere mestvaalt.
Marlies glimlacht. Het was dus een nachtmerrie. Ze heeft er wel vaker. Niets aan de hand.
Straks zal ze haar leerlingen de moeilijkste vragen geven. Geen medelijden. Medelijden is voor doetjes.
De sleutels zitten op het contact en haar tas ligt op de passagierszetel.
Ze duwt de klink naar omlaag, maar de wagen is vergrendeld.
En de poort is opnieuw gesloten.
Marlies vindt het hondenluik in de schuur niet meer terug en dus vlucht ze naar het huis.
Als ze de voordeur openduwt, verblindt haar een koud wit licht.
Toch stapt ze de gang in.
De strop hangt nog aan de balk.
Marlies trekt er met volle kracht aan.
Ze glimlacht tevreden want nu hoort ze muziek, iets van ?be sure to have flowers in your hair.? Ze neemt twee verslenste witte anjers uit de vaas en steekt die in het haar. Zo wil ze wachten tot haar moeder in de witte nachtjapon, waarin ze begraven werd, zal binnenkomen. Dat gebeurt onmiddellijk. Maar haar moeder draagt wel een vaalgrijze jurk. Haar hoofd en hals hangen vol bloed.
Haar moeder zegt heel vriendelijk: ?Verborgen schuld is de strengste en vooral de eenzaamste gevangenis. Beken dat je me in Floor?s boerenkar vermoord heb.?
?Mama,? fluistert Marlies hees.
?Kijk door het raam,? beveelt haar moeder.
Op de binnenkoer laten de vier gespierde mannen het tweepeekaatje in een kuil zakken. Om beurten smijten ze een schep aarde op het wrak.
?Wie zijn die mannen?? vraagt Marlies.
?Hersenschimmen, mijn schatje,? legt de moeder uit. ?Ze zijn de voorboden van de gezichtloze schimmen die je voortaan zullen omringen. Dat is je straf. Je had Floor?s tweepeekaatje maar niet moeten stelen. En waarom vertel je iedereen dat jouw huidig tweepeekaatje een erfstuk is. Ik heb met die pruts niets te maken. Het is speelgoed.?
De moeder glimlacht droevig. ?Beken, meisje dat je zeven jaar geleden met mij een ritje wilde maken in de hoop dat je ook zo een lelijke eend zou krijgen.?
?Je noemde me toen venijnig en jaloers,? herinnert Marlies zich. ?Ik was zo gekwetst en ik heb aan het stuur getrokken en we zwalkten over de weg en toen vloog je tegen het portier aan.?
De moeder knikt.
?Het portier was slecht gesloten. Ik greep de zetel, maar kreeg geen vat. Ik sloeg met het hoofd tegen het beton en was op slag dood. Je hebt naar me gekeken. Je hebt alle portieren opengezet, het zonnedak open gedraaid en de alarmlichtjes aangezet.?
?Het was een ongeluk, mama,? smeekt Marlies.
?Dochter, je bent gevlucht. Floor kreeg de schuld.?
?Ze had me de sleutels maar niet moeten geven,? protesteert Marlies.
?Je hebt de sleutels gestolen, meisje,? zegt haar moeder ijzig. ?En nu beloofde je Floor om tijdens haar maand vakantie de planten water te geven. Je hebt het nooit gedaan. Marlies, je mag je plan niet uitvoeren. Denk aan Floor, de enige vriendin die je hebt. Ze mag je niet vinden.?
Als Floor de volgende avond uit vakantie thuiskomt, zijn gelukkig haar vier vrienden mee binnengekomen.
Marlies hangt levenloos aan een touw.
De politie noemde het een vreemde zaak. De mini van het slachtoffer was in de modder weggezakt. De sleutels zaten op het contact en de tas van het slachtoffer lag op de passagierszetel. De wagen was vergrendeld. Op de binnenplaats was een miniatuur tweepeekaatje half ingegraven. Het slachtoffer, Marlies Robberechts, droeg een wit-grijze jurk, met daarover een hagelwitte nachtjapon. Twee verwelkte anjers hingen in haar haar. Ze had een hoofdwonde en ze hing vol modder. Het tijdstip van de dood werd op zes uur diezelfde morgen geschat.
Volgens de huurder van de hoeve, Florentina Van den Abeele, kampte het slachtoffer met ernstige psychiatrische problemen sinds het overlijden van haar moeder. Verder onderzoek is noodzakelijk, want Florentina van den Abeele zat achter het stuur toen zeven jaar geleden Henriette Marien, de moeder van het slachtoffer, een dodelijke val uit de Citroen CV2 maakte.


Geef je mening
Reacties