Het Verdun Verraad. Het spannende kortverhaal van Benny Baudewyns!

_original

Luisteraar Leentje bezorgde gisteren de tip voor het einde van het Midi Crimi - verhaal. Vandaag deelt auteur Benny Baudewyns het boekenpakket uit voor de meest verdienstelijke bijdrage aan het verhaal.


Lees het verhaal (je vindt het ook helemaal onderaan in Word- of Pdf-link):

Het Verdun Verraad

Irreëel. Hallucinant. Absurd.

Ik staarde door het raam van de coupé en keek naar het bevreemdende tafereel buiten. De enorme glazen stationskoepel. De lange perrons met infoborden en zitbanken. De verzameling rails, om en bij de dertig grijze slangen, vijftien sporen. Blinkend in het binnenvallende morgenlicht. En leeg. Geen treinstel te bespeuren. Geen ongeduldige zakenman. Geen slome rugzaktoerist. De leegte. De hogesnelheidstrein uit Brussel gleed het desolate Gare du Nord binnen in complete stilte. Een wereldstad na de pandemie? Hier had je het decor. Een bijdehante regisseur kon meteen aan de slag.

Parijs kreunde onder een staking van het openbaar vervoer. Kranten beweerden dat het enkel de machinistenbonden waren die actie voerden. Het overige personeel was op post. Maar wat heb je aan een drankje in je coupé als er geen machinist in de stuurpost zit? Juist: geen vervoer. Alleen de TGV verzorgde zijn verbinding Brussel-Parijs volgens het boekje. Privé-firma meneer, weet je wel.

Het drong pas tot me door dat de trein stilstond, toen de breedgeschouderde man zijn jas aantrok en me zo het zicht op mijn futuristisch decor ontnam. De coupé was vol schuifelende mensen. De portieren gleden sissend open. Het konvooi braakte zijn inhoud uit.

Ik trok mijn trui aan, stond op en tastte in het rek boven mijn hoofd naar mijn koffertje. Even voelde ik me net Benny Hill, die, met het wapperende handje en een stomme grimas, de leegte afzocht. Het hele gedoe was, zoals dat ook bij Hill het geval was, niet grappig. Mijn koffertje was verdwenen!

Ontzet zakte ik in de stoel neer. Nee! Niet nu. Niet dat koffertje. Zweet op mijn voorhoofd. Een klem op mijn keel. Een verlammende angst. Ik had mijn koffertje bij het vertrek in Brussel toch in het rek gelegd? Natuurlijk. Het beeld stond me nog duidelijk voor ogen. Er was die breedgeschouderde die heel vriendelijk zijn opgevouwen jas wat had opgeschoven om plaats te maken.

Koortsachtig zocht ik de hele coupé af. De bagagerekken. De stoelen. Eronder. Niks. Mijn koffertje bleef onvindbaar. Het treinstel liep helemaal leeg. Als een angstig kind staarde ik door het raam. Alsof alle heil van buiten te verwachten viel.

Verdomd. Daar liep die breedgeschouderde man! Zou hij? ? Ik stoof het perron op. De man liep op zijn dooie gemak naar de uitgang. Ik had hem zo ingehaald. Hij stapte vreemd: met een hoge rug, het hoofd wat schuin. Pas toen ik voor hem stond, zag ik dat hij met zijn opgeheven schouder een mobieltje tegen zijn oor klemde. Hij hield met beide handen een pand van zijn wijde regenjas vast en prutste aan een knoop die het weldra zou begeven. Hij stapte naast me door zonder me aan te kijken. Ik bleef ontzet achter en kon alleen de waarheid onder ogen zien.

De man had mijn koffertje niet.

In een rustige snackbar in de Rue de Dunkerque, net buiten het station, bestelde ik koffie en belde ik de enige man op die ik kende in Parijs.

?Hallo, Jacques Deschamps.?

Ik herkende zijn diepe basstem meteen. ?Dag mijnheer Deschamps,? zei ik in het Nederlands. ?U spreekt met Rudi Seynaeve.?

Jacques Deschamps was een Belg die al enkele jaren in Parijs woonde. Hij was filmregisseur en werkte voornamelijk voor de reclamewereld. Op de academie in Brussel had hij enkele weken geleden een lezing gegeven en daarbij was me zijn passie voor Jacques Tati opgevallen. Een passie die ik deelde. We hadden na de sessie lang nagekaart. Hij plande een documentaire over Tati, een project waar ik maar al te graag aan zou meewerken. De nacht was geëindigd met het uitwisselen van telefoonnummers.

?Rudi, Rudi? Ach ja, nu weet ik het weer. Tati in Brussel.? Hij schaterde zo luid dat ik mijn toestel een eindje van mijn oor vandaan hield. ?Als je voor de documentaire belt, moet ik je teleurstellen. Ik heb de centjes nog niet.?

?Eh? nee. Ik bel omdat? Wel, ik ben op dit moment in Parijs.?

?Dat wist ik niet. Hartelijk welkom in de meest immobiele stad van het moment.? Opnieuw een bulderlach.

Ik begon te twijfelen of hij wel de juiste man was om me te helpen. ?Ik zit een beetje met een probleem,? zei ik voorzichtig.

?Laat maar horen.?

?Ik bereid een filmpje voor over mijn familie als eindwerk op de academie. Een filmische zoektocht naar mijn roots. Hier en daar wat in scène gezet.?

?Klinkt leuk.?

Ik sloot de ogen. De gebeurtenissen van de voorbije dagen stonden me nog helder voor de geest.

Ik vertelde Deschamps over mijn graafwerk. Mezelf en mijn vader, dat was eenvoudige koek geweest. Een eerste verrassing kreeg ik toen ik ontdekte dat mijn grootvader in Frankrijk geboren was. Niemand wist het, de familie keek raar op. Maar de huidige genealogische sites op het internet doen wonderen. Ernest Seynaeve, geboren op 11 mei 1920 in Parijs. Zoon van Felix Seynaeve. Moeder onbekend.

Dat was vreemd. Meestal waren het de vaders die met de noorderzon verdwenen. Hoe kon een moeder bij de geboorte van een zoon onbekend blijven? Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer het voorval me intrigeerde. En dan had ik de kers op de taart nog niet gehad.

Omdat ik compleet verloren liep in het digitale web van informatie, tikte ik ten einde raad op een Franse zoekmachine de naam Felix Seynaeve in. Consternatie. Hij was gekend. Felix Seynaeve, geboren te Roeselare op 20 september 1885. Als jongeman uitgeweken naar Elzas-Lotharingen en daar tijdens de Eerste Wereldoorlog, tussen februari en december 1916, verwikkeld geraakt in de bloedige Slag om Verdun. Felix Seynaeve was de rechterhand geweest van Emile Driant, een luitenant-kolonel die de opperbevelhebber van het Franse leger, maarschalk Joseph Joffre, vruchteloos waarschuwde voor de naderende Duitse aanval.

?En dit bizarre voorval brengt je naar Parijs?? opperde Deschamps verbaasd.

?Ik heb ontdekt dat er een hele Seynaeve-tak in Parijs heeft geleefd,? zei ik. ?Waarvan nu nog een persoon in leven is. Een zekere Jeanne Ducros, weduwe René Seynaeve. Wie dat ook mag wezen. Wat er precies met mijn overgrootvader Felix aan de hand is geweest, weet ik ook niet. Dat zou zij me vertellen.?

?Ach zo.? Even bleef het stil. Toen scheen bij Deschamps een licht op te gaan. ?Waarom spreek je in de voorwaardelijke wijze? Gaat het niet door??

Ik zuchtte. ?Ik had haar aan de telefoon. Ze deed nogal terughoudend. Ze wilde me enkel spreken als ik kon bewijzen dat ik werkelijk de achterkleinzoon was. Ik had een heel bestand op mijn laptop staan. De stamboom, alle links waar ik informatie gevonden heb. Maar omdat ze zelf geen computer had, bracht ik mijn laptop mee. En die is verdwenen. Samen met het koffertje waarin hij stak.?

?Verdwenen??

?Een beetje gestolen, vrees ik.?

?En je hebt geen back-up??

?Toch wel. Maar??

?Laat me raden. Die stak in je koffertje.?

Ik kon wel door de grond zakken van schaamte. ?Zoiets, ja.?

?Dat is klote,? zei Deschamps gelaten. ?Is er iets waarmee ik kan helpen??

Ik had echt de indruk dat hij het meende. En dat deed goed, na alle tegenslag. Ik vertelde hem dat ik enkel Jeannes telefoonnummer had. Geen adres. We zouden elkaar treffen voor het station, maar niemand daagde op.

?Ik ken Parijs niet zo goed,? zei ik. ?Hoe slaag ik erin om aan de hand van iemands telefoonnummer haar adres te vinden? Ze staat niet in de gids, dat keek ik na.?

?Dat komt in orde,? zei Deschamps vrolijk. ?Ik werkte een tijdje voor een nieuwsdienst. Die weten wel raad. Ik bel je.?

Hij hing op voor ik hem kon bedanken. Ik dronk mijn koffie en slenterde naar buiten. Geen tien minuten later rinkelde mijn mobiel. Deschamps. Met het adres van Jeanne Ducros. Hij scheen opeens zeer gehaast. Nam snel afscheid en beloofde me Tati niet in de kou te laten staan.

De Rue Guy Patin was op loopafstand van het station. Gelukkig, want door de staking was er geen taxi te krijgen. Het nummer 17 was een kantoorgebouw. Advocaten op de gelijkvloerse verdieping, boekhouders iets hoger en op de topverdieping een tandartspraktijk. Er waren geen appartementen in het gebouw, verzekerde me de vrouw die de gang schrobde. Jeanne Ducros kende ze niet.

Ik wilde nagaan of er ergens iets was fout gelopen en belde Jacques Deschamps. Hij nam niet op. Vloekend, grommend liep ik de straat uit. Wat was hier verdomd aan de hand?

Het begon te regenen. Maar dat hield een vlijtige politieagente niet tegen om parkeerbonnen uit te delen. Ze opende haar regenjas en nam een zwart apparaat uit een binnenzak waarop ze driftig begon te tikken. Het apparaat printte een ticket dat ze achter de ruitenwisser van een foutparkeerder kleefde.

Ik stak de straat over. Halverwege liep er opeens een rilling over mijn rug. De agente had me op een idee gebracht. Stel dat je een koffertje met een laptop wilt stelen. Hoe pak je dat aan? Je schuift het koffertje in de ruime binnenzak (die je zelf hebt aangebracht) van je wijde regenjas. Je trekt die aan om geen argwaan te wekken. Omdat door het gewicht je jas verdacht gaat doorhangen, vang je dat op door de jaspand met beide handen vast te nemen. Die vreemde beweging maskeer je door bijvoorbeeld aan je knoop te prutsen.

Exact wat de breedgeschouderde man op het perron had gedaan.

\

Er rotsvast van overtuigd zijn dat die kerel wel degelijk mijn koffertje met laptop had gestolen, was natuurlijk een zaak. Hem opsporen en hem de buit afhandig maken iets helemaal anders. Hier stond ik in het immobiele Parijs, verzwolgen tussen duizenden toeterende auto?s en horden voetgangers. Ik had geen enkel aanknopingspunt. Geen spoor. Geen ingeving. Nada. Ik had zelfs niet het flauwste idee waar dit allemaal over ging.

Als een brok ellende slenterde ik naar het station terug. De TGV nemen en het hele gedoe achter me laten. Dat leek me de enige oplossing. Ik liep het stationsgebouw binnen en zocht naar een infobord. Hoe eerder ik?

Een adrenalinestoot. Mijn keel werd dichtgeknepen. Dit kon niet waar zijn. Ik had net de breedgeschouderde man gezien. In een flits. Maar hij was het. Het postuur, het grimmige gelaat. Waar was hij nu gebleven? Daar was hij opnieuw.

Ik was zo verward dat het pas na een tijd tot me doordrong dat ik naar een reclamepaneel keek. Zo?n modern ding met roterende rechtopstaande driehoeken, zodat je op dezelfde oppervlakte drie reclameboodschappen kwijt kon. Ik moest voorbij het nieuwste model Peugeot en een kanten beha voor ik zijn smoel weer kon zien. En het duurde bijna dertien beurten voordat ik alle informatie die ik nodig had van de affiche had gehaald.

Breedschouder heette Georges Rémy. Hij was acteur in de Compagnie de la Conscience ? geen blitse naam als je het mij vroeg. Ze maakten reclame voor hun nieuwste productie. Rémy stond op de affiche in een oud militair pak. Zwarte lange jas, blinkende knopen, ronde kepie met goudbeslag. Het stuk heette L?Avertissement en zou over enkele dagen in première gaan in het Théâtre St-Georges, dat gelegen was in de gelijknamige straat.

De Rue St-Georges was een smalle eenrichtingsstraat met grijze woonblokken. Het theater was gelegen in een achtergelegen pand dat je bereikte via een binnenkoer. De deur stond open. Ik liep naar binnen. In de gang viel licht uit een dakkoepel op dezelfde affiche aan de muur. Zonder roterende snufjes deze keer, zodat ik alle tijd had om alle kleine lettertjes onderaan te lezen. Het stuk was een eigen creatie. Het decor werd verzorgd door het eigen atelier. En toen kreeg ik mijn zoveelste schok te verwerken.

Metteur en scène: Jacques Deschamps.

Verbluft bleef ik naar de affiche staren. Ik hoorde de man achter me niet aankomen.

?Oui??

Ik draaide me om. Honderd jaar Franse komische films hadden het beeld van de conciërge voorgoed in mijn verbeelding gegrift. En hier stond hij opnieuw voor me. Grijze stofjas, zwarte muts schuin over het hoofd getrokken en een snorretje.

Ik haalde mijn beste Frans boven. ?Je suis invité par Jacques Deschamps, le metteur en scène. Ik mocht een repetitie bijwonen.?

De man knikte. ?Dan hebt u niet veel geluk. De repetitie van vandaag gaat niet door. De staking.?

?Oh, dat is pech,? mompelde ik.

?Maar ik denk dat ik mijnheer Deschamps niet zo lang geleden heb zien naar binnen gaan. Er brandt in elk geval licht. Dus als u zijn invité was, kan het geen kwaad als u een kijkje gaat nemen.? Hij slofte naar buiten.

Ik liep de trap op en kwam in een gezellige bar. Er lag een rode loper naar een openstaande deur. Ik ging naar binnen. Het theatertje was niet zo groot. Hooguit zestig stoelen. Ook het podium was maar een zakdoek groot. Er stond een grote tafel met gepolitoerde poten, enkele stoelen met rood fluwijn op de armleggers en een zilveren kandelaar op een hoge voet. Rondom hingen zwarte doeken.

Georges Rémy stond op de scène in hetzelfde kostuum als op de affiche. Hij declameerde een tekst die ik nauwelijks verstond. Op een van de stoelen zat een personage met de rug naar me toe. Een vrouw, dacht ik, want ze droeg haar haar in een knot. Rémy boog voorover en wees een zwart voorwerp aan dat op de tafel lag. Ik naderde door het smalle gangpad. Toen ik bij het podium was zag ik dat het mijn opengeklapte koffertje was dat op de tafel lag. Ik wilde boos het podium beklimmen, maar ik hoorde gestommel achter me.

?Zo, daar ben je dan toch.?

Jacques Deschamps stond achter me en keek me boos aan.

?En ik had nog zo gehoopt dat je die stomme TGV retour Brussel zou nemen en heel deze zaak zou vergeten.?

Daarop sprak de vrouw op het podium. ?C?était mieux pour nous tous.?

Het was een oudere dame. Ik herkende de stem als die van de achterdochtige Jeanne Ducros enkele dagen geleden aan de telefoon. Alle spelers in dit vreemde drama waren aanwezig.

?Kan iemand me vertellen wat hier precies aan de hand is?? stamelde ik.

?Ik heb een bestandje op je laptop gezet,? zei Jacques Deschamps. ?De kern van het verhaal. Er zal je geen enkel detail ontgaan.? Hij sprong op het podium en schoof de laptop naar me toe. ?Je familiestamboom hebben we al gewist. Dit bestand gaat er zo meteen ook weer af.?

?Maar waarom??

?Lezen,? zei hij kortaf.

Jacques Deschamps plofte in een armstoel en staarde naar het plafond. Ik keek naar het scherm. Tot mijn grote verwondering stond er slechts een summiere tekst in het geopende bestand.

Donderdag 17 februari 1916.

Cher Felix,

Ik, Emile Driant, neem de volledige verantwoordelijkheid op mij voor de subversieve inhoud van deze brief. Ondanks het gevaar dat er door dit schrijven gecreëerd wordt, kan ik niet anders dan je langs deze weg te contacteren. Waarde vriend, we moeten echt tot daden overgaan. De Duitse stellingen bij Verdun worden onrustwekkend gevaarlijk. Ik heb een netwerk van informanten die me, op gevaar van hun eigen leven, voorzien van de laatste stand van zaken. En die ziet er desastreus uit.

Er werden enorme ?Stollen? gegraven. Grote, onderaardse onderkomens waar een heel bataljon zich tot net voor de strijd in kan schuilhouden. Die ruimtes worden niet opgemerkt omdat er geen toevoerloopgraven zijn. De verrassingsaanval van het Duitse leger zal vernietigend zijn.

Al weken druk ik maarschalk Joffre, als leider van het Franse leger, op het hart om deze situatie als zeer ernstig te beschouwen. Hij negeert mijn waarschuwing. Hij schuift mijn aanbevelingen aan de kant.

Waarde vriend Felix, ik sta niet alleen met mijn wantrouwen tegenover Joffre. Wij allen hier te velde zien in de onmiddellijke toekomst maar een oplossing om een bloedbad te vermijden. Joffre moet uit de weg geruimd worden. We hadden het er al over in het verleden. De onverschilligheid en de onkunde van Joffre zullen Frankrijk in de verdoemenis storten. Ik weet dat jij deze zaak toegenegen bent en dat we op jouw medewerking kunnen rekenen.

Overmorgen ben je uitgenodigd op het huwelijk van zijn kleindochter. Als goedboerende wijnproducent ben je vriend en haast een van de vertrouwelingen van Joffre geworden. Je zult dan ook mogen aanschuiven aan de hoofdtafel. Ik weet dat het een harde dobber zal worden, maar duizenden onschuldige Franse soldaten rekenen op jou. Behoed hen voor het slachthuis.

Denk eraan, we strijden samen voor het behoud van Frankrijk.

Je toegenegen vriend,

Emile Driant.

PS:

Vernietig deze brief, in verkeerde handen is hij als een bootlading buskruit.

?Wat is dit voor onzin,? stamelde ik. ?De Seynaeves zijn geen moordenaars.?

?Nee,? lachte Deschamps schamper. ?Het wordt nog veel mooier.?

Hij wapperde ongeduldig met zijn hand. Ik scrolde door de tekst en zag dat er nog een deel kwam.

Woensdag 21 februari 1916.

Cher Emile,

Het huwelijksfeest was een succes. Ik heb met de gastheer uitvoerig over jou gepraat. In tegenstelling tot jezelf, zijn Joffre en ik wel begaan met de vrede. Geloof me maar als ik zeg dat een snelle Duitse overwinning de enige mogelijkheid is om op korte termijn de Elzas als een stabiele regio uit te bouwen. Onder Duits gezag, maar dat moet dan maar. Zoals je weet zijn ook zij zeer te vinden voor een goed wijntje.

Joffre deelt mijn mening, al mag hij dat niet me zoveel woorden zeggen. Ik schrijf je deze brief nadat de Duitse aanval is ingezet. Misschien ben je al gewond, zoniet zit de kans er dik in dat dit zich in een van de volgende dagen voordoet. Misschien haal je zelfs het eind niet. Weet alleen dat je onbezonnen plan niet ongestraft zal blijven. Joffre zal met genoegen al je medestanders opsporen en hen de rekening presenteren. Mocht je de strijd overleven, dan staat dit jou ook te wachten.

Felix Seynaeve.

PS:

Ik heb je brief niet vernietigd. Beter bewijsmateriaal van je subversieve activiteiten kan ik me niet dromen. Mag ik je echter wel vragen om mijn brief opnieuw met de bode mee te geven? Hij heeft namelijk de opdracht om je neer te schieten als je het niet zou doen.

Het was even slikken na deze openbaring. Ik keek op van het scherm. Deschamps, Rémy en Ducros keken me op hun beurt aan. Zonder een spat emotie op hun gezicht.

Mijn gedachten tolden aan een waanzinnige snelheid. ?Hebben jullie hier een theatertekst van gemaakt? Over de waarschuwing aan Joffre en zijn weigering om er rekening meet houden??

?Ja,? zei Deschamps fier.

?Maar waarom dan heel dit gedoe? Waarom mocht ik dit niet weten??

?We hadden liever dat je je hier niet mee bemoeide,? ging Deschamps verder. ?Dit stuk zal een bom doen ontploffen in Frankrijk. Hier heb ik jaren naartoe geleefd. Deze verrassing mocht ik door niemand laten verknoeien.?

?En omdat jij de eerste wilde zijn met het nieuws over de collaboratie van Joffre verzin je de diefstal van mijn laptop en geef je me een vals adres? Dat gelooft toch geen mens??

?Pourtant c?est la vérité,? zei Jeanne Ducros kordaat. ?Er staat veel op het spel voor Deschamps. Het Théâtre St-Georges staat op de rand van het bankroet. Dit stuk zal alle putten dempen.?

Ik keek haar aan met een mengeling van verbazing en afkeuring. ?Als een Seynaeve nazaat werk jij mee aan dit project? Aan de mogelijke ondergang van de familie.?

?Ik moet wel,? zei ze plots triest. ?Ze hebben Adhémar.?

De logische vraag diende zich aan, maar mijn brein ging plots in een versnelling hoger. ?Een huisdier??

?De liefste bichon die er bestaat. Ik krijg hem terug na de première. Wraakroepend, maar ze verzekeren me dat hij goed verzorgd wordt. In het verleden zijn er ergerel slachtoffers gevallen om dit verhaal binnenskamers te houden.?

?Wie dan??

Ze zuchtte. ?Felix? vrouw. Ze had de brieven gevonden en dreigde ermee naar de pers te stappen. Omdat ze op dat moment in verwachting was en Felix Seynaeve absoluut een nazaat wilde, lieten ze haar in leven. Na de geboorte van Ernest in 1920 kreeg ze echter ?een ongeluk?.?

?Daarom stond er ?moeder onbekend? op de geboorteakte??

?Precies.?

Plots stond Deschamps op en schoof de laptop, die nog steeds voor mij lag, naar hem toe. Hij sloot het bestand en haalde de stick eruit. Hij duwde mijn laptop in mijn koffertje. ?Zo, die mag je hebben. Wij zijn geen dieven.?

Mijn hersenen toerden nu op volle toeren. Er was me zonet iets te binnen geschoten. Ik geloofde namelijk geen zier van het verhaal over het nakende bankroet. Ik liet echter niks merken en zei zo onschuldig als mogelijk was: ?Goed. Van mij zullen jullie geen last meer hebben. Mag ik naar de première komen??

?Blijf je?? vroeg Deschamps verrast.

?Jullie hebben me nieuwsgierig gemaakt.?

?Dan krijg je een vrijkaart van me.?

Toen ik terug buiten stond, dacht ik koortsachtig na. De première was over twee dagen. Tijd genoeg voor mijn tegenaanval.

Ik klemde mijn koffertje onder mijn arm en liep de Rue St-Georges weer uit. De grijze Peugeot met de getinte ruiten stond op de afgesproken plek. Ik stapte achteraan in. Er zat een vrouw van middelbare leeftijd op de achterbank. Ze droeg een blauw mantelpakje en keek me streng aan.

?Alors? Hoe is het gegaan?? vroeg ze.

?Zoals we gevreesd hadden,? zei ik. ?Hij had de originele brieven niet bij zich. Ze zaten in een bestandje op een stick.?

?Merde.? Angèle Mourreaux was, als hoofd van de Franse Sureté, een vrouw van weinig woorden.

?Maar ik kreeg een ingeving daarnet,? zei ik dapper.

?Ah oui?? Ze keek me aan alsof ik haar een oneerbaar voorstel had gedaan.

?Jacques Deschamps heeft Adhémar, het hondje van Jeanne Ducros. Veel schuilplaatsen en medewerkers heeft hij niet. Tien tegen één dat als je de plek vindt waar Adhémar wordt vastgehouden, je daar de brieven zult aantreffen.?

?En hoe moeten wij naar dat hondje op zoek??

Ik schoof mijn laptop op haar schoot. ?Ik heb kans gezien om die stick te kopiëren zonder dat iemand iets merkte. Er stond een vrij groot bestand op, veel groter dan die twee brieven. Misschien zit er iets bruikbaars tussen.?

?Bon Dieu,? zuchtte Mourreaux. ?Als je van een naald in een hooiberg spreekt?? Ze wuifde me naar buiten. De Peugeot vertrok nog voor het portier was dichtgeklapt.

De première van L?Avertissement zou geen onverdeeld succes worden. Het was een halfuurtje voor de opvoering en er zaten nauwelijks twintig mensen in de zaal. Drie rijen vooraan en enkele ongeïnteresseerde slungels achteraan. Waarschijnlijk recensenten. Ik liep de zaal door en klom op het podium. Ik werkte me door het zware rode doek en botste bijna tegen Deschamps aan.

Hij leek erg nerveus. ?Nu niet, Seynaeve. We praten na de voorstelling wel. Je moet toch weten dat dit een bijzonder hectisch moment is??

?Het spijt me, maar ik heb slecht nieuws,? zei ik. ?De voorstelling gaat niet door.?

?Wat bazel jij??

?Kijk maar,? zei ik terwijl ik mijn hand omhoogstak.

Het doek gleed open. De zaal was leeg.

Jacques Deschamps staarde me aan. ?Waar is het publiek naartoe??

?Het was niet het publiek, maar politiemensen. Ze bewaken alle mogelijke uitgangen. Niemand komt erin of uit. Het is gedaan, Deschamps. Eerst is er echter iemand die je wil bedanken.?

Achteraan in de zaal klapte de inkomdeur open. Een stralende Jeanne Ducros stapte naar binnen, met aan haar zij een dartel wit hondje. Zijn staart zwiepte als een helikopterschroef. Adhémar vond dit hele gedoe bijzonder leuk.

?Tijd voor wat uitleg,? zei ik, terwijl ik me weer naar Deschamps draaide.

Die voelde blijkbaar de bui al hangen. Hij viel neer in een van de armstoelen en bleef uitgeteld liggen.

?Enkele weken geleden,? begon ik, ?werd ik gecontacteerd door Angèle Mourreaux van de Franse Sureté. Zij was belast met het onderzoek naar de gestolen brieven van Jeanne Ducros.?

Ik zocht voor mezelf ook een gemakkelijke stoel uit en deed het hele verhaal, zoals het mij door Mourreaux was verteld. Deschamps was een beroepsagitator, een revolutionair in de slechte zin van het woord. Chaos en schandaal waren zijn streefdoelen. Hij ontmoette Ducros tijdens een interview toen hij voor de nieuwsdienst als werkte als cameraman. Omdat hij zijn krappe maandloon wat wilde aandikken, zocht hij in haar appartement naar waardevolle items. Hij vond de brieven en zag er meteen én geld én schandaal in.

Het creëren van een theaterstuk om een schandaal te veroorzaken moet een van de mafste ideeën geweest zijn uit de Franse geschiedenis. De Sureté liet begaan, want zij wilde de originele brieven opnieuw in haar bezit krijgen. Om ze voorgoed te vernietigen deze keer. Het geslacht Joffre is nog steeds een belangrijke pijler in de Franse samenleving en dit schandaal moest vermeden worden.

Jeanne Ducros stelde voor om mij in te schakelen. Tenslotte was het ook voor de Seynaeves beter dat de hele geschiedenis bedekt bleef. En ik die zelfs niet op de hoogte was van de Seynaeve tak in Parijs. Maar ik deed mee. Het was de bedoeling om achter Deschamps vodden te zitten met het idee van een familiedocumentaire. We rekenden erop dat hij onvoorzichtig zou worden en me de brieven zou tonen.

?Jammer genoeg toonde je enkel de digitale versie,? zei ik. ?Maar mijn ingeving daarna bleek de goeie te zijn. We wisten dat je geen bankkluis had. Dus moest je de brieven bewaren op een veilige plek. Waar je waarschijnlijk ook Adhémar bewaarde.?

?Hoe heb je hem dan gevonden?? vroeg Deschamps schor.

?Ik heb alles van je stick gekopieerd,? zei ik. ?Deskundigen vonden de toegangscode tot je computer. Je liet hondenvoer via e-mail leveren op een adres in het 11° arrondissement. Je vriendin en Adhémar keken verbaasd op toen de politie binnenviel. Ze vonden ook de brieven.?

?Smerige leugenaars,? siste Deschamps. ?Het publiek heeft recht op de waarheid.?

?Soms is het beter om bepaalde zaken bedekt te laten.?

Hij keek me vuil aan. ?Jij bent dus zelfs geen filmstudent.?

?Net zomin als Adhémar. Trouwens, ik vind Jacques Tati oersaai.?

?Hoe moet het nu met mijn stuk??

?Het spijt me,? zei ik. ?Iemand van de Sureté heeft goede connecties met de vakbondstop. Ongeveer een uur geleden zijn stakersposten begonnen met het weghalen van alle affiches uit stations, metro en bussen. Je stuk zal een stille dood sterven.?

Deschamps was lijkbleek geworden. ?Verraad! Dit pik ik niet. Dit is je reinste verraad.?

Mourreaux was naar binnen gekomen en greep in. ?Deschamps, tu fermes ta gueule. Of we zetten al je voorwaardelijke straffen om in effectieve gevangenis.?

Your device does not support this media type

Benny Baudewyns: Het Verdun verraad

Geef je mening

Enkel je naam en reactie verschijnen op de site.
* verplicht veld

Reacties