Samen met de luisteraars schreef Luc Deflo deze
week het spannende kortverhaal: 'Onder de Budabrug'. Te
beluisteren via podcast. Of te lezen in
pdf-formaat (je kan het afdrukken en er een
handig boekje van maken).
Onder de Budabrug
Een natte duistere steeg, groezelig kronkelend, met één miezerige
straatlantaarn. Je bent alleen. Je wil het niet.
Het gebeurt gewoon. Je pas versnelt, alsof je voeten het commando
hebben overgenomen. Je ademhaling versnelt. Je kijkt
achterom. En nog een keer. Dan, plots, uit het niets. Is
hij daar. Zijn messcherpe schaduw op de muur, pal achter je. Je
hart stopt, heel even, om dan als een razend beest op te veren en tegen je
ribbenkast te springen. Voetstappen. Hij
loopt. Lopen. Lopen. Lopen lopen lopen.
Greet Stevens, zevenentwintig, holde alsof haar leven er van af hing.
Voortgestuwd door een onredelijke maar diepgewortelde angst, die huist in
ieder van ons. De angst om te verliezen. Dat alles wat je hebt
en wat je bent, op die ene vervloekte dag plots niet meer bestaat.
Weggemaaid, met één krachtige haal, door een gek die opduikt uit het
niets.
?God, ik had op mijn stappen moeten terugkeren. En niet zo
trots zijn. En hulp zoeken. Bij mijn vrienden. Stomme
arrogante trut! Die brug! Je had die brug niet mogen
oversteken.? Woorden. Beelden, ze flitsten aan een razend
tempo door haar hersenen, zoals bliksemschichten.
Ongecontroleerd en oncontroleerbaar. Banale dingen, zoals het laatste
tomatensapje dat ze had gedronken, lekker, met een fikse geut
Worchestersaus er in, en peper. Zoals gewoonlijk na de
toneelrepetitie. En hoe ze afscheid had genomen van haar nieuwe
vrienden en met grote passen de Kortrijkse markt was overgestoken en zo de
Leiestraat in, naar de Budastraat, die leeg was. Logisch,
wellicht. Het was ver na twaalven. En dan, dat mooie
authentieke stukje Kortrijk, de schilderachtige Budabrug met sierlijke
krullen in haar gietijzeren reling. Nu, was ze heel eng en
griezelig. Nu, op dit uur van de nacht, alleen en in het donker leken
die krullen op graaiende vingers. En God, ze had gedaan alsof
hij er niet was. Alsof hij niet bestond. Maar ze had hem wél
gezien aan de overkant van de brug. En ze had ook gezien hoe hij snel
een paar passen achteruit was gegaan en dan naar beneden was gelopen waar
ze hem uit het oog was verloren. Verdwenen, alsof hij in rook was
opgegaan. Tenminste dat dacht híj, de gluiperd. Ze wist heus
wel dat hij er was en ze had er ook een vermoeden van waar hij was.
Verscholen, onder de brug, het donkerste plekje. In een nis, met zijn
rug tegen de bakstenen kademuur. Maar ze wist het De
panden van zijn regenjas in het zwakke licht van de straatlantaarns.
Die hadden hem verraden. Ze was heel even blijven staan. Een
paar seconden maar. Hooguit drie. Misschien vier. In het
midden van de brug. Daar had ze een beslissing genomen. De
foute. Mensen moeten elke dag honderden beslissingen nemen. Je
staat er gewoon niet bij stil. Tot die ene, op het eerste gezicht,
banale keuze zich aan je opdringt. Die cruciaal is, en je hele leven
overhoop gooit. Of beëindigd.
Die grote donkere vlek, onder de brug, waar die griezel, zoals ze had
gevreesd, wel degelijk had staan wachten. En niet gewoon staan
wachten. Nee; hij had ?haar? opgewacht. Daar kon nu geen
twijfel meer over bestaan.
Voetstappen. Vlakbij. Hij was het. Hij was haar
achternagelopen. Moest nu vlakbij zijn. En, hij versnelde
nog. Ze kon hem bijna ruiken. Ze hoorde hem hijgen. Of
was het haar eigen piepende ademhaling. Of knepen zijn pezige vingers
al in haar keel. Haar longen stonden in brand.
En plots, lag ze plat op haar buik. Languit op de stoep.
Had hij haar te pakken? Was ze dood? Nee. Nee nee.
De vuilniszak, achter de hoek, ze had hem wel gezien maar te
laat. Te laat!
Greet Stevens spartelde recht. Met haar verstand op nul.
De schaafwonde aan haar knie voelde ze niet. Evenmin als het
kloppende bloed in haar pols en haar rechterhand, die leeg was. Dat
besefte ze nu pas. Haar handtas lag op de grond. In
het midden van de steeg. En hij, dat beest. Vlakbij. Hij
was overal. Greet kreunde en voortgestuwd door pure adrenaline en een
redeloos lijkende overlevingsdrift, haalde ze de hoek van de straat.
?Greet! Greet! Wacht! Alsjeblief.?
Toen ze haar eigen naam hoorde, bleef Greet Stevens stokstijf staan,
geïmmobiliseerd door de emotionele klap. Ze wilde wel maar kon niet
meer bewegen.
De man kwam schoorvoetend dichterbij. Hij was nog jong, niet
onknap zelfs, met gitzwart haar en blauwe stekende ogen. Helemaal
niet de griezel die ze in gedachten had gehad. Hij hapte naar adem en
glimlachte, voorovergebogen, met een hand op zijn heup. Aan de andere
bungelde haar handtas.
Greet keek de jongeman stomverbaasd aan. Ze kon geen woord
uitbrengen.
?Sorry,? zei hij en hij gaf Greet de handtas. ?Ik
wilde je niet doen schrikken.?
?Wie ben jij??
Greet rommelde nerveus in haar tas. Er was op het eerste zicht
niks verdwenen. ?En hoe ken je mijn naam??
?Ken jij me dan niet meer??
?Nee. Natuurlijk niet.?
?Ben. Ben Geeraerts. We hebben in dezelfde klas
gezeten. In het middelbaar? In Scheppers. In
Mechelen.?
Greet kneep haar ogen tot spleetjes maar hoe diep ze ook in haar
herinnering groef, er schoot haar niks te binnen. Het was nochtans
echt wel een knappe kerel. Zo iemand zou ik me vast nog herinneren,
dacht ze maar de ondeugende grijns slikte ze in. Je kon nooit
voorzichtig genoeg zijn als vrouw alleen. En een smoes is gauw
gevonden. Bovendien zijn psychopaten vaak heel charmant en zo.
Dat had ze in de krant gelezen.
?Je weet het niet meer,? zei de jongeman en hij probeerde het
luchtig te houden maar slaagde er niet in zijn teleurstelling te
verdoezelen. ?Het spijt me. Het spijt me echt.? Hij
liep weg. In de richting van waar hij was gekomen.
?Hey??
?Wat??
?Ik woon hier pas. Hoe wist je...?
?Van de toneelaffiche,? zei Geeraerts. ?Ik heb je naam
gezien. Op een toneelaffiche. En ik dacht...?
?Die ga ik staan opwachten en de stuipen op het lijf jagen,?
flapte Greet er uit.
?Nee. Nee nee,? zei Geeraerts en hij keerde op zijn
stappen terug. Het ijs leek gebroken. ?Maar ik durfde niet. Ik
heb me op het laatste nippertje bedacht. Ik, hm, ik heb je eigenlijk
al een keertje staan opwachten, aan het repetitielokaal, om er zeker van te
zijn dat jij het was. Toen durfde ik je ook al niet aanspreken.
Nu had ik besloten om een andere tactiek te gebruiken. Je toevallig
tegen het lijf lopen. Begrijp je.?
Hoewel de glimlach ontwapenend was, toch twijfelde Greet Stevens
nog. Hoe moet dit nu verder vroeg ze zich af. Een eind na
middernacht. Ze stond in tweestrijd. Ze was moe.
Maar hij was knap. Alweer een beslissing die zich aan haar
opdrong.
?Oké,? zei ze en ze besloot om deze keer de kerk in het midden
houden. Blijven stilstaan, in het midden van de brug.
?Misschien moeten we maar een keertje afspreken dan.?
?Ja. Dat zou tof zijn. Ik heb je trouwens onlangs een
mailtje gestuurd. Ben.Geeraerts13@hotmail.com. Da?s mijn
emailadres.?
Opnieuw groef Greet Stevens in haar herinnering. God ze wist
het niet.
?Je weet het niet meer. Da?s oké. Een knappe vrouw als
jij heeft vast wel wat anders te doen dan de fanmail van al je clandestiene
aanbidders te lezen.?
Greet Stevens kreeg een blos op haar wangen. Ondanks de
kou. Hij sloeg de nagel op de kop. Ze kreeg soms tot vijftig mails
per dag. Dat was al zo sedert een toneelvriendin haar bij wijze van
grap had ingeschreven in een datingbureau. Bovendien was ze een
chatbeest. Vaak tot midden in de nacht.
?Ik ga er vandoor,? zei de jonge man. ?Mag ik je nog een
vraag stellen??
?Ja. Natuurlijk.?
?Heb je dat moedervlekje nog??
?Moedervlekje??
?Ja. Dat hartvormige vlekje op je dij,? zei Geeraerts en nu was
hij het die bloosde.
?Hoe... hoe weet jij...?
?Van in de turnles,? zei Geeraerts en zijn ogen vluchtten weg, naar
de punten van zijn schoenen. ?En de zwemles. Ik vond het.
Wel lief, eigenlijk. Sorry. Ik. Laat maar...?
Voor Greet was dit de zoveelste verrassing. Dat vlekje.
Een van haar zorgvuldig gekoesterde geheimen. Maar hij, hij
wist het. Van een ding kon ze nu wel zeker zijn. Haar geheugen,
was een zeef.
?Ben? Wacht. Wacht even.?
?Ik vrees dat we met een seriemoordenaar te maken hebben,? zei
inspecteur Rik Verstappen en hij vloekte binnensmonds. Hij wilde zijn
hand door zijn uitdunnende kruin halen maar bedacht zich. Zijn
collega?s van moordzaken zouden nog jaren de draak met hem steken mocht er
hier, op het vasttapijt, een haar van speciaal inspecteur én instructeur
Rik Alois Verstappen, worden aangetroffen. Hij zocht oogcontact met
Joke, zijn nieuwe en piepjonge collega. Ook dat nog.
?Ja,? beaamde Joke Vinck en ze ging een stap dichterbij en
bestudeerde het blauwe zijden sjaaltje. ?Zelfde sjaaltje, zelfde
modus operandi.? Ze duwde haar pen tussen de zijde en de hals van
Greet Stevens, die er uit zag alsof ze vredig was ingeslapen.
Voorgoed. ?Dezelfde lus, Rik. Lijkt wel een soort van
vissersknoop. Denk je dat hij...?
?Ik denk niks,? bromde Verstappen. ?Ik denk dat we voor
de deur de wacht gaan optrekken en de technische recherche gaan
inschakelen.?
Joke Vinck schrok van de barse toon. Maar Verstappen had
gelijk. Een plaats delict betreden is delicaat. Je moet de
sporen vrijwaren. Niet verzieken. Al de theorie die ze er op de
politieschool hadden ingepompt. Nooit gedacht dat ze die zo snel in
de praktijk zou moeten omzetten. Ze liep naar de deur waar haar
collega, die duidelijk nood had aan een verse dosis nicotine, nerveus
stond te trappelen.
?Rik??
?Hmm.?
?De hospita, die het meisje vanmorgen heeft gevonden. Heeft ze
iets gezien? Gehoord??
?Nee. Niks. De deur was los. Ze heeft de plaats
delict gelukkig niet betreden. Ze is flauwgevallen in het
deurgat,? zei Rik Verstappen en ondanks de penibele situatie kon er
een flauwe grimas vanaf.
Verstappen duwde een sigaret tussen zijn lippen. Hij stak ze
niet aan. Joke Vinck had dus goed gegokt. Het illustreerde hun
verbondenheid. Het klikte, ondanks het leeftijdsverschil.
Verstappen was achtenveertig. Zijzelf amper zesentwintig.
?Ongeveer even oud als ik,? zei Joke, ingetogen, alsof dat nu
pas tot haar doordrong.
?Zoals zijn eerste slachtoffer,? mompelde Verstappen in
gedachten verzonken. ?In Gent. Vijfentwintig pas, dat
meisje. Ook hier geen sporen van braak en ook hier lijkt op het
eerste gezicht niks gestolen. Twee jonge vrouwen. Single.
Pas verhuisd. Vermoord in het midden van de nacht door iemand die ze
zelf hebben binnengelaten. En ik durf er mijn bokshandschoenen op
verwedden dat we ook deze keer geen sporen gaan vinden die rechtstreeks
naar familie of kennissenkring leiden. Bovendien...?
?Bokshandschoenen,? monkelde Joke Vinck en ze monsterde haar
collega, getaand en pezig maar graatmager. ?Ik had al een
vermoeden dat jij het Vlaams Nationalistische ideeëngoed hoog in je vaandel
voerde,? grapte ze maar Verstappen wuifde haar woorden weg. Hij
liet zich niet van de wijs brengen.
?En één keer dat kan toeval zijn,? zei hij en zijn ogen
vernauwden zich. ?Maar geen twee. Ik geloof niet in
toeval. Niet bij een moordzaak. Hoe krijgt hij het in godsnaam
voor mekaar, Joke? Zag je de pose van dat meisje? Ze was
ontspannen. Thuis. Gezellig in de sofa, met een, ongetwijfeld,
interessante gesprekspartner naast haar en een drankje binnen
handbereik. Haar glas staat nog op de salontafel. Het ijs is
verdorie amper gesmolten. Hij moet haar volkomen verrast
hebben.?
?Ja. Je hebt gelijk. Ze heeft niet eens proberen terug te
vechten. En zíjn glas??
?Dat heeft hij meegenomen. Hij is berekend en sluw. Dit
is geen passionele moord. Willekeurig, zo lijkt het wel.
Verdomde smeerlap! Alleen het sjaaltje geeft hij ons. Om met
ons te spelen. Waarschijnlijk gekocht per dozijn.
Onmogelijk te traceren.?
?Er wachten ons lange dagen, heb ik al begrepen,? zei Joke
Vinck en ze probeerde het luchtig te houden.
?En lange nachten. Welkom in het team, lieve Joke,? zei
Verstappen en hij pakte zijn gsm en koos het noodnummer van de technische
recherche. ?En, à propos. Ik ben vroeger, in mijn
studententijd, kampioen geweest bij de lichtgewichten.?
?Oh. Wow. En je handschoenen hangen nu aan een
haakje. Op een ereplaatsje. In je trofeeënkamertje.?
?Nee. Achter de deur van mijn kantoor. Observeren
Joke. Belangrijk in ons beroep.?
?Achter de deur van je kantoor??
?Ja. Om lastige arrestanten te imponeren,? zei Verstappen
en terwijl hij haastig de trappen af liep, grabbelde hij in zijn
broekzak. Op zoek naar zijn aansteker.
?Slappeling,? dacht Joke en ze sloeg haar ogen ten hemel maar nog
terwijl ze het dacht, zag ze de krulspelden van de bovenbuurvrouw, die haar
met nieuwtjesgeile ogen aanstaarde.
?Harde vuisten én scherpe oren,? dacht Joke Vinck en ze maakte
zich breed en ging voor de deur postvatten. Vastbesloten.
Niemand kwam er in. Niemand.
?Hij is berekend en sluw. Dit is geen passionele moord.
Willekeurig, zo lijkt het wel. Verdomde smeerlap! Alleen het
sjaaltje geeft hij ons. Om met ons te spelen. Waarschijnlijk
gekocht per dozijn. Onmogelijk te traceren.?
Joke Vinck herinnerde zich de profetische woorden van
Verstappen. Hij had gelijk gekregen. Ze waren nu precies een
week verder. In de flat van Greet Stevens was geen speldenkop
onaangeroerd gebleven én al haar kennissen waren ondervraagd maar een spoor
naar de dader was er nog steeds niet. Ook haar signalement op TV had
niet die ene gouden tip opgeleverd. Wachten, en hopen dat er geen
nieuwe moord volgde. Dat was het nu zo wat. Om moedeloos van te
worden. Helemaal niet de flitsende actie die ze zich had ingebeeld
toen ze nog op school zat.
Toen ze met doorgezakte schouders voorover boog en haar vingers zich
naar het zeventiende bekertje koffie van deze lange dag uitstrekten,
gebeurde het wonder.
De deur vloog open.
De IT-analist had een rond gezicht met glimmende wangen. De
lippen van zijn vissenmondje tuitten zich.
?Bingo. Prijs,? schreeuwde de man en hij bleef staan
uithijgen in het deurgat en stak een computer logging op. Zijn hand
beefde.
Joke Vinck was op slag klaarwakker maar toch was Verstappen haar te
snel af.
?Wat?? schreeuwde hij. ?Wat, Jules!?
?Haar computer,? hijgde de analist. ?Een email. Ze
hebben allebei een email ontvangen van dezelfde afzender.?
?Wie!? riep Verstappen en hij was al bij de deur en trok de
logging uit de hand van Jules. Terwijl zijn ogen over het papier
vlogen, was het heel even drukkend stil in het nochtans overbevolkte
kantoortje.
?Ben.Geeraerts13@hotmail.com? citeerde Verstappen en de ouwe rot en
ex-bokslegende had warempel een kikker in de keel van de opwinding.
?Heb je hem al kunnen traceren? Jules! Heb je hem
opgespoord??
De zwarte kraaloogjes van de analist werden groot en rond. Hij
slikte. Schudde ?nee?.
?Hoe, nee?? riep Verstappen.
?Hotmail. Niet te traceren. Kan van om het even waar
komen en van om het even wie zijn. De naam is sowieso waarschijnlijk
vals. En...?
?Via het IP-adres,? schreeuwde iemand.
?Nada,? zei de analist, die ondertussen zijn tweede adem had
gevonden en was gaan zitten. Met hangende schouders. Een slecht
voorteken.
?Waarom niet?? vroeg Verstappen, die de bui al voelde
hangen.
?De computer die hij gebruikt is stokoud. Waarschijnlijk
tweedehands gekocht. Van een particulier. Of een afdankertje
uit een internetwinkel. Geen factuur. Geen naam.
Onbegonnen werk. Onmogelijk te traceren.?
De ontgoocheling was bijna tastbaar en nu, had de stilte iets
dreigends, alsof ze in een graftombe zaten. Iedereen zag er
aangeslagen uit. Door hun voorraad adrenaline heen.
?Er is meer,? piepte Jules met een falsetstemmetje dat vloekte met
zijn imposante
lichaamsbouw. Het kantoor leek plots weer op een zoemende
bijenkorf.
?In de mails zat een virus!? zei Jules gewichtig, en hij genoot
duidelijk van de hernieuwde aandacht. Logisch, want de keren dat een
analist een zaak kon openbreken, ze waren schaars. ?Hetzelfde
virus.?
?Ik weet het,? schreeuwde Joke Vinck en ze veerde op. De
koffievlek op haar witte T-shirt werd snel groter maar dat besefte ze niet
eens. ?Via dat virus krijgt de afzender van de mail toegang tot de
computer van zijn slachtoffer en kan hij al haar bestanden en personalia
inkijken. Mails, muzikale voorkeuren, foto?s, alles. Zo doet
hij het. Hij probeert zijn slachtoffers te doorgronden door in hun
privézaken te snuffelen. En dan bang! Dan slaat hij toe!
Hé! Is het niet! Jules!?
De analist schudde opnieuw ?nee?. Zijn mondje ging open, traag,
alsof het visje naar adem hapte: ?Veel erger. Dat virus neemt
de besturing van de...? Bij het volgende woord, zakte
Joke Vinck door op haar stoel. In gedachten zag ze de vingers, die hitsig
over het toetsenbord sprongen en bijna instinctief sloeg ze beschermend
haar handen voor haar borst, die aanvoelde alsof ze vacuüm werd
gezogen. Machteloos, voelde ze zich en vervuld van
afschuw.
Begluurd.
Het volgende slachtoffer.
Ze heeft
okselhaar, mijn poezemoesje. Ze frutselt er in. Zo
ongeneerd. Vreselijk gênant. Toch? Lekker donzig.
Ik kan het bijna aanraken. Nog een beetje inzoomen.
Zo. Hmm. Snoezig dat glinsterende
zweetdruppeltje. Ze ruikt aan haar vingertoppen. Ze denkt echt
dat ze alleen is. Hola. Vies meiske. Wat krijgen we
nu? Zoiets doe je nooit als je met je vriendinnetjes aan
het chatten bent, met ?mijn? webcam op je hypocriete snoetje.
Hohoho. In het neusje peuteren. Ach, laat je maar eens
lekker gaan. Nu mag het. Bij mij wel. Mijn
schattebolleke. Alleen aan mij laat je zien wie je echt bent.
Soms, als je zo helemaal opgetut bent, om je geile vriendjes op te
hitsen. Bah. Dat vind ik laag bij de grond. Ongelooflijk,
dat die losertjes daar in trappen. Maar! Wat krijgen we
nu? Je rolt het snot tot een bolletje. Foei. En nu?
Oh nee. Tussen de benen van je teddybeer smeren.
Viespeukje. Ik dacht dat je het ging opeten. Woeps.
Effe uitzoomen. Control x. Space bar. Zoooo. Niet
te snel. Je mag dat lensje niet zien of horen draaien hé. Het
zou onze intimiteit verstoren. Of zelfs knakken. Knak.
Knak. Man, man, man. Je hele kamertje staat vol
beren. Grote beren, dikke beren, dunne beren, ronde beren, geile
beren. Is dat je geheime droompje? Schattebolleke?
He. Een berenorgietje.
Oeps, wat krijgen we nu? Mijn schatje gaapt.
Holaba. Inzoomennnn! Oeps, een paar van jouw tandjes zijn
dringend aan nieuwe vulling toe. Misschien is het dat ! Ben
Geeraerts...nee, Geeraerts is history. Jaap. Dat ben ik.
Jaap Oosterhuis, een knappe Nederlander met Oostindische roots en
bovendien, een begenadigd tandtechnicus. Ha haha hahaha.
Ho hohoho. Bij de zaak blijven, Japie. Ze prutst aan het
schouderbandje van haar négligé. Ze gaat slapen. Mijn snoezeke
is moe. Le moment suprême! Beetje uitzoomen. Niet te
snel. Ja zo. Zo zo zo zooo. Komaan. Komaan
poppemie. Show me what you got. Moedervlekjes, of van die
snoezige roze gespikkelde tepeltjes? Donshaartje boven, donshaartje
beneden. Hmm... Komaan. Komop. Trek uit dat
niemendalletje...
Fuckkk!!!! Nee. Neeeee! Weg! Weg die vieze vette
vinger! Blijf van die power-knop af! Zet nog een muziekje
op. Trut! Een nummertje voor het slapengaan. Dat gekweel van
die boysbands waar je op geilt. Nee. Niet doen!
Fuck. Bitch. Vuile slet! Zwart. Mijn f?cking
beeld is weg. Zwart. Zoals je zwarte ziel. Je hebt het
echt gedaan. Je pc afgezet! Egoïst!
Aaarrrghhhhh! Daar ga je voor boeten! Boeten, ga
je! Verrekte slet!
Rustig! Rustig blijven Japie. Hmmm. Hmmmmmm.
Je hebt alle troeven in handen. Ha...hahaha... Ik heb je.
Ik heb je, kut! Ik, weet genoeg. Die teddyberen. Daar kom
ik wel mee weg.
?Goedemorgen, juffrouw. Jaap Oosterhuis aan de lijn. Ik
ben een verzamelaar. Có-llec-ti-o-neur, zoals jullie Vlamingen dat zo
sappig benoemen. Ik verzamel beren. Wereldwijd. Ik heb...
hahaha... vernomen dat u een nogal leuke en waardevolle collectie beren in
jouw... haha haha... kamertje hebt... hahahahaha...
staan!
Gek word ik ! Ooit word ik echt helemaal
stapelzot!?