Sla navigatie over
Directe navigatie naar
Navigatie op deze pagina
Links onderaan deze pagina
De sitemap



 
KWISVoxx StemmenTwitterfacebookDiscussieer meeDe ochtendVandaagNieuwsbriefmeteen mee-cd
 

Wie vermoordde Greet Stevens ? Het kortverhaal van Luc Deflo.

Samen met de luisteraars schreef Luc Deflo deze week het spannende kortverhaal: 'Onder de Budabrug'.  Te beluisteren via podcast.  Of te lezen in pdf-formaat (je kan het afdrukken en er een handig boekje van maken).

 

Onder de Budabrug


Een natte duistere steeg, groezelig kronkelend, met één miezerige straatlantaarn.   Je bent alleen.  Je wil het niet.  Het gebeurt gewoon.  Je pas versnelt, alsof je voeten het commando hebben overgenomen.  Je ademhaling versnelt.  Je kijkt achterom.  En nog een keer.  Dan, plots, uit het niets.  Is hij daar.  Zijn messcherpe schaduw op de muur, pal achter je.  Je hart stopt, heel even, om dan als een razend beest op te veren en tegen je ribbenkast te springen.     Voetstappen.  Hij loopt.  Lopen.  Lopen. Lopen lopen lopen.
 
Greet Stevens, zevenentwintig, holde alsof haar leven er van af hing.  Voortgestuwd door een onredelijke maar diepgewortelde angst, die huist in ieder van ons.  De angst om te verliezen.  Dat alles wat je hebt en wat je bent, op die ene vervloekte dag plots niet meer bestaat.  Weggemaaid, met één krachtige haal, door een gek die opduikt uit het niets. 

 ?God, ik had op mijn stappen moeten terugkeren.  En niet zo trots zijn.  En hulp zoeken.  Bij mijn vrienden.  Stomme arrogante trut!  Die brug!  Je had die brug niet mogen oversteken.?   Woorden.  Beelden, ze flitsten aan een razend tempo door haar  hersenen, zoals bliksemschichten.   Ongecontroleerd en oncontroleerbaar.  Banale dingen, zoals het laatste tomatensapje dat ze had gedronken, lekker, met een fikse geut Worchestersaus er in, en peper.  Zoals gewoonlijk na de toneelrepetitie.  En hoe ze afscheid had genomen van haar nieuwe vrienden en met grote passen de Kortrijkse markt was overgestoken en zo de Leiestraat in, naar de Budastraat, die leeg was.  Logisch, wellicht.  Het was ver na twaalven.   En dan, dat mooie authentieke stukje Kortrijk, de schilderachtige Budabrug met sierlijke krullen in haar gietijzeren reling.  Nu, was ze heel eng en griezelig.  Nu, op dit uur van de nacht, alleen en in het donker leken die krullen op graaiende vingers.   En God, ze had gedaan alsof hij er niet was.  Alsof hij niet bestond.  Maar ze had hem wél gezien aan de overkant van de brug.  En ze had ook gezien hoe hij snel een paar passen achteruit was gegaan en dan naar beneden was gelopen waar ze hem uit het oog was verloren.  Verdwenen, alsof hij in rook was opgegaan.  Tenminste dat dacht híj, de gluiperd.  Ze wist heus wel dat hij er was en ze had er ook een vermoeden van waar hij was. Verscholen, onder de brug, het donkerste plekje.  In een nis, met zijn rug tegen de bakstenen kademuur.  Maar ze wist het   De panden van zijn regenjas in het zwakke licht van de straatlantaarns.  Die hadden hem verraden.  Ze was heel even blijven staan.  Een paar seconden maar.  Hooguit drie.  Misschien vier.  In het midden van de brug.  Daar had ze een beslissing genomen.  De foute.  Mensen moeten elke dag honderden beslissingen nemen.  Je staat er gewoon niet bij stil.  Tot die ene, op het eerste gezicht, banale keuze zich aan je opdringt.  Die cruciaal is, en je hele leven overhoop gooit.  Of beëindigd.
 Die grote donkere vlek, onder de brug, waar die griezel, zoals ze had gevreesd, wel degelijk had staan wachten.  En  niet gewoon staan wachten.  Nee; hij had ?haar? opgewacht.  Daar kon nu geen twijfel meer over bestaan. 
 Voetstappen. Vlakbij.  Hij was het.  Hij was haar achternagelopen.  Moest nu vlakbij zijn.  En, hij versnelde nog.  Ze kon hem bijna ruiken.  Ze hoorde hem hijgen.  Of was het haar eigen piepende ademhaling.  Of knepen zijn pezige vingers al in haar keel.  Haar longen stonden in brand. 
 En plots, lag ze plat op haar buik.  Languit op de stoep.  Had hij haar te pakken?  Was ze dood?  Nee.  Nee nee.  De vuilniszak, achter de hoek, ze had hem wel gezien maar te laat.   Te laat! 
 Greet Stevens spartelde recht.  Met haar verstand op nul.  De schaafwonde aan haar knie voelde ze niet.  Evenmin als het kloppende bloed in haar pols en haar rechterhand, die leeg was.  Dat besefte ze nu pas.  Haar handtas lag op de grond.    In het midden van de steeg.  En hij, dat beest.  Vlakbij.  Hij was overal.  Greet kreunde en voortgestuwd door pure adrenaline en een redeloos lijkende overlevingsdrift, haalde ze de hoek van de straat.
 ?Greet!  Greet!  Wacht! Alsjeblief.?
 Toen ze haar eigen naam hoorde, bleef Greet Stevens stokstijf staan, geïmmobiliseerd door de emotionele klap.  Ze wilde wel maar kon niet meer bewegen.   
 De man kwam schoorvoetend dichterbij.  Hij was nog jong, niet onknap zelfs, met gitzwart haar en blauwe stekende ogen.  Helemaal niet de griezel die ze in gedachten had gehad.  Hij hapte naar adem en glimlachte, voorovergebogen, met een hand op zijn heup.  Aan de andere bungelde haar handtas. 
 
  Greet keek de jongeman stomverbaasd aan.  Ze kon geen woord uitbrengen. 
 ?Sorry,?  zei hij en hij gaf  Greet de handtas.  ?Ik wilde je niet doen schrikken.?
 ?Wie ben jij?? 
 Greet rommelde nerveus in haar tas.  Er was op het eerste zicht niks verdwenen.  ?En hoe ken je mijn naam??
 ?Ken jij me dan niet meer??
 ?Nee.  Natuurlijk niet.?
 ?Ben.  Ben Geeraerts.  We hebben in dezelfde klas gezeten.  In het middelbaar?  In Scheppers.  In Mechelen.?
 Greet kneep haar ogen tot spleetjes maar hoe diep ze ook in haar herinnering groef, er schoot haar niks te binnen.  Het was nochtans echt wel een knappe kerel.  Zo iemand zou ik me vast nog herinneren, dacht ze maar de ondeugende grijns slikte ze in.  Je kon nooit voorzichtig genoeg zijn als vrouw alleen.  En een smoes is gauw gevonden.  Bovendien zijn psychopaten vaak heel charmant en zo.  Dat had ze in de krant gelezen. 
 ?Je weet het niet meer,?  zei de jongeman en hij probeerde het luchtig te houden maar slaagde er niet in zijn teleurstelling te verdoezelen.  ?Het spijt me.  Het spijt me echt.?   Hij liep weg.  In de richting van waar hij was gekomen.
 ?Hey??
 ?Wat??
 ?Ik woon hier pas.  Hoe wist je...?
 ?Van de toneelaffiche,?  zei Geeraerts.  ?Ik heb je naam gezien.  Op een toneelaffiche.  En ik dacht...?
 ?Die ga ik staan opwachten en de stuipen op het lijf jagen,?  flapte Greet er uit. 
 ?Nee.  Nee nee,?  zei Geeraerts en hij keerde op zijn stappen terug.  Het ijs leek gebroken. ?Maar ik durfde niet.  Ik heb me op het laatste nippertje bedacht.  Ik, hm, ik heb je eigenlijk al een keertje staan opwachten, aan het repetitielokaal, om er zeker van te zijn dat jij het was.  Toen durfde ik je ook al niet aanspreken.  Nu had ik besloten om een andere tactiek te gebruiken.  Je toevallig tegen het lijf lopen.  Begrijp je.?
 Hoewel de glimlach ontwapenend was, toch twijfelde Greet Stevens nog.  Hoe moet dit nu verder vroeg ze zich af.  Een eind na middernacht.  Ze stond in tweestrijd.  Ze was moe.   Maar hij was knap.  Alweer een beslissing die zich aan haar opdrong.
 ?Oké,? zei ze en ze besloot om deze keer de kerk in het midden houden.  Blijven stilstaan, in het midden van de brug.  ?Misschien moeten we maar een keertje afspreken dan.?
 ?Ja.  Dat zou tof zijn.  Ik heb je trouwens onlangs een mailtje gestuurd.  Ben.Geeraerts13@hotmail.com.  Da?s mijn emailadres.?
 Opnieuw groef Greet Stevens in haar herinnering.  God ze wist het niet.   
 ?Je weet het niet meer.  Da?s oké.  Een knappe vrouw als jij heeft vast wel wat anders te doen dan de fanmail van al je clandestiene aanbidders te lezen.?
 Greet Stevens kreeg een blos op haar wangen.  Ondanks de kou.  Hij sloeg de nagel op de kop. Ze kreeg soms tot vijftig mails per dag.  Dat was al zo sedert een toneelvriendin haar bij wijze van grap had ingeschreven in een datingbureau.  Bovendien was ze een chatbeest.  Vaak tot midden in de nacht.
 ?Ik ga er vandoor,?  zei de jonge man.  ?Mag ik je nog een vraag stellen??
 ?Ja.  Natuurlijk.?
 ?Heb je dat moedervlekje nog?? 
 ?Moedervlekje??
 ?Ja.  Dat hartvormige vlekje op je dij,? zei Geeraerts en nu was hij het die bloosde. 
  ?Hoe... hoe weet jij...?
 ?Van in de turnles,? zei Geeraerts en zijn ogen vluchtten weg, naar de punten van zijn schoenen.  ?En de zwemles.  Ik vond het.  Wel lief, eigenlijk.  Sorry.  Ik.  Laat maar...?
 Voor Greet was dit de zoveelste verrassing.  Dat vlekje.  Een van haar  zorgvuldig gekoesterde geheimen.  Maar hij, hij wist het.  Van een ding kon ze nu wel zeker zijn.  Haar geheugen, was een zeef.    
 ?Ben?  Wacht.  Wacht even.?

 

      
 
 
 ?Ik vrees dat we met een seriemoordenaar te maken hebben,? zei inspecteur Rik Verstappen en hij vloekte binnensmonds.  Hij wilde zijn hand door zijn uitdunnende kruin halen maar bedacht zich.  Zijn collega?s van moordzaken zouden nog jaren de draak met hem steken mocht er hier, op het vasttapijt, een haar van speciaal inspecteur én instructeur Rik Alois Verstappen, worden aangetroffen.  Hij zocht oogcontact met Joke, zijn nieuwe en piepjonge collega.  Ook dat nog.
 ?Ja,? beaamde Joke Vinck en ze ging een stap dichterbij en bestudeerde het blauwe zijden sjaaltje.  ?Zelfde sjaaltje, zelfde modus operandi.?  Ze duwde haar pen tussen de zijde en de hals van Greet Stevens, die er uit zag alsof ze vredig was ingeslapen.  Voorgoed.  ?Dezelfde lus, Rik.  Lijkt wel een soort van vissersknoop.  Denk je dat hij...?
 ?Ik denk niks,?  bromde Verstappen.  ?Ik denk dat we voor de deur de wacht gaan optrekken en de technische recherche gaan inschakelen.? 
 Joke Vinck schrok van de barse toon.  Maar Verstappen had gelijk.  Een plaats delict betreden is delicaat.  Je moet de sporen vrijwaren.   Niet verzieken. Al de theorie die ze er op de politieschool hadden ingepompt.  Nooit gedacht dat ze die zo snel in de praktijk zou moeten omzetten.  Ze liep naar de deur waar haar collega, die duidelijk nood had aan een verse dosis nicotine,  nerveus stond te trappelen. 
 ?Rik??
 ?Hmm.?
 ?De hospita, die het meisje vanmorgen heeft gevonden.  Heeft ze iets gezien?  Gehoord??
 ?Nee.  Niks.  De deur was los.  Ze heeft de plaats delict gelukkig niet betreden.  Ze is flauwgevallen in het deurgat,?  zei Rik Verstappen en ondanks de penibele situatie kon er een flauwe grimas vanaf.
 Verstappen duwde een sigaret tussen zijn lippen.  Hij stak ze niet aan.  Joke Vinck had dus goed gegokt.  Het illustreerde hun verbondenheid.  Het klikte, ondanks het leeftijdsverschil.  Verstappen was achtenveertig.  Zijzelf amper zesentwintig. 
 ?Ongeveer even oud als ik,?  zei Joke, ingetogen, alsof dat nu pas tot haar doordrong.
 ?Zoals zijn eerste slachtoffer,?  mompelde Verstappen in gedachten verzonken.  ?In Gent.  Vijfentwintig pas, dat meisje.  Ook hier geen sporen van braak en ook hier lijkt op het eerste gezicht niks gestolen.  Twee jonge vrouwen.  Single.  Pas verhuisd.  Vermoord in het midden van de nacht door iemand die ze zelf hebben binnengelaten.  En ik durf er mijn bokshandschoenen op verwedden dat we ook deze keer geen sporen gaan vinden die rechtstreeks naar familie of kennissenkring leiden.  Bovendien...?
 ?Bokshandschoenen,?  monkelde Joke Vinck en ze monsterde haar collega, getaand en pezig maar graatmager.   ?Ik had al een vermoeden dat jij het Vlaams Nationalistische ideeëngoed hoog in je vaandel voerde,?  grapte ze maar Verstappen wuifde haar woorden weg.  Hij liet zich niet van de wijs brengen.
 ?En één keer dat kan toeval zijn,?  zei hij en zijn ogen vernauwden zich.  ?Maar geen twee.  Ik geloof niet in toeval.  Niet bij een moordzaak.  Hoe krijgt hij het in godsnaam voor mekaar, Joke?  Zag je de pose van dat meisje?  Ze was ontspannen.  Thuis.  Gezellig in de sofa, met een, ongetwijfeld, interessante gesprekspartner naast haar en een drankje binnen handbereik.  Haar glas staat nog op de salontafel.  Het ijs is verdorie amper gesmolten.  Hij moet haar volkomen verrast hebben.?
 ?Ja.  Je hebt gelijk.  Ze heeft niet eens proberen terug te vechten.  En zíjn glas??
 ?Dat heeft hij meegenomen.  Hij is berekend en sluw.  Dit is geen passionele moord.  Willekeurig, zo lijkt het wel.  Verdomde smeerlap!  Alleen het sjaaltje geeft hij ons.  Om met ons te spelen.  Waarschijnlijk gekocht  per dozijn.  Onmogelijk te traceren.?
 ?Er wachten ons lange dagen, heb ik al begrepen,?  zei Joke Vinck en ze probeerde het luchtig te houden.
 ?En lange nachten.  Welkom in het team, lieve Joke,?  zei Verstappen en hij pakte zijn gsm en koos het noodnummer van de technische recherche.  ?En, à propos.  Ik ben vroeger, in mijn studententijd, kampioen geweest bij de lichtgewichten.?
 ?Oh.  Wow.  En je handschoenen hangen nu aan een haakje.  Op een ereplaatsje.  In je trofeeënkamertje.?
 ?Nee.  Achter de deur van mijn kantoor.  Observeren Joke.  Belangrijk in ons beroep.? 
 ?Achter de deur van je kantoor??
 ?Ja.  Om lastige arrestanten te imponeren,?  zei Verstappen en terwijl hij haastig de trappen af liep, grabbelde hij in zijn broekzak.  Op zoek naar zijn aansteker. 
 ?Slappeling,? dacht Joke en ze sloeg haar ogen ten hemel maar nog terwijl ze het dacht, zag ze de krulspelden van de bovenbuurvrouw, die haar met nieuwtjesgeile ogen aanstaarde. 
 ?Harde vuisten én scherpe oren,?  dacht Joke Vinck en ze maakte zich breed en ging voor de deur postvatten.   Vastbesloten.  Niemand kwam er in.  Niemand.     
 
  
 

 ?Hij is berekend en sluw.  Dit is geen passionele moord.  Willekeurig, zo lijkt het wel.  Verdomde smeerlap!  Alleen het sjaaltje geeft hij ons.  Om met ons te spelen.  Waarschijnlijk gekocht  per dozijn.  Onmogelijk te traceren.? 
 Joke Vinck herinnerde zich de profetische woorden van Verstappen.  Hij had gelijk gekregen.  Ze waren nu precies een week verder.  In de flat van Greet Stevens was geen speldenkop onaangeroerd gebleven én al haar kennissen waren ondervraagd maar een spoor naar de dader was er nog steeds niet.  Ook haar signalement op TV had niet die ene gouden tip opgeleverd.  Wachten, en hopen dat er geen nieuwe moord volgde.  Dat was het nu zo wat.  Om moedeloos van te worden.  Helemaal niet de flitsende actie die ze zich had ingebeeld toen ze nog op school zat. 
 Toen ze met doorgezakte schouders voorover boog en haar vingers zich naar het zeventiende  bekertje koffie van deze lange dag uitstrekten, gebeurde het wonder. 
 De deur vloog open. 
 De IT-analist had een rond gezicht met glimmende wangen.  De lippen van zijn vissenmondje tuitten zich. 
 ?Bingo.  Prijs,?  schreeuwde de man en hij bleef staan uithijgen in het deurgat en stak een computer logging op.  Zijn hand beefde.
 Joke Vinck was op slag klaarwakker maar toch was Verstappen haar te snel af.
 ?Wat??  schreeuwde hij.  ?Wat, Jules!?
 ?Haar computer,?  hijgde de analist.  ?Een email.  Ze hebben allebei een email ontvangen van dezelfde afzender.?
 ?Wie!?  riep Verstappen en hij was al bij de deur en trok de logging uit de hand van Jules.  Terwijl zijn ogen over het papier vlogen, was het heel even drukkend stil in het nochtans overbevolkte kantoortje.   
 ?Ben.Geeraerts13@hotmail.com? citeerde Verstappen en de ouwe rot en ex-bokslegende had warempel een kikker in de keel van de opwinding.  ?Heb je hem al kunnen traceren?  Jules!  Heb je hem opgespoord?? 
 De zwarte kraaloogjes van de analist werden groot en rond.  Hij slikte.  Schudde ?nee?.
 ?Hoe, nee??  riep Verstappen.
 ?Hotmail.  Niet te traceren.  Kan van om het even waar komen en van om het even wie zijn.  De naam is sowieso waarschijnlijk vals.  En...?
 ?Via het IP-adres,?  schreeuwde iemand. 
 ?Nada,?  zei de analist, die ondertussen zijn tweede adem had gevonden en was gaan zitten.  Met hangende schouders.  Een slecht voorteken. 
 ?Waarom niet?? vroeg Verstappen, die de bui al voelde hangen. 
 ?De computer die hij gebruikt is stokoud.  Waarschijnlijk tweedehands gekocht.  Van een particulier.  Of een afdankertje uit een internetwinkel.  Geen factuur.  Geen naam.  Onbegonnen werk.  Onmogelijk te traceren.?
 De ontgoocheling was bijna tastbaar en nu, had de stilte iets dreigends, alsof ze in een graftombe zaten.  Iedereen zag er aangeslagen uit.  Door hun voorraad adrenaline heen. 
 ?Er is meer,? piepte Jules met een falsetstemmetje dat vloekte met zijn imposante
lichaamsbouw.  Het kantoor leek plots weer op een zoemende bijenkorf.    
 ?In de mails zat een virus!?  zei Jules gewichtig, en hij genoot duidelijk van de hernieuwde aandacht.  Logisch, want de keren dat een analist een zaak kon openbreken, ze waren schaars.  ?Hetzelfde virus.?
 ?Ik weet het,?  schreeuwde Joke Vinck en ze veerde op.  De koffievlek op haar witte T-shirt werd snel groter maar dat besefte ze niet eens.  ?Via dat virus krijgt de afzender van de mail toegang tot de computer van zijn slachtoffer en kan hij al haar bestanden en personalia inkijken.  Mails, muzikale voorkeuren, foto?s, alles.  Zo doet hij het.  Hij probeert zijn slachtoffers te doorgronden door in hun privézaken te snuffelen.  En dan bang!  Dan slaat hij toe! Hé!  Is het niet! Jules!?
 De analist schudde opnieuw ?nee?.  Zijn mondje ging open, traag, alsof het visje naar adem hapte:  ?Veel erger.  Dat virus neemt de besturing van de...?   Bij het  volgende woord, zakte Joke Vinck door op haar stoel. In gedachten zag ze de vingers, die hitsig over het toetsenbord sprongen en bijna instinctief sloeg ze beschermend haar handen voor haar borst, die aanvoelde alsof ze vacuüm werd gezogen.  Machteloos, voelde ze zich en vervuld van afschuw. 
 Begluurd. 
 Het volgende slachtoffer. 

 
            Ze heeft okselhaar, mijn poezemoesje.  Ze frutselt er in.  Zo ongeneerd.  Vreselijk gênant.  Toch?  Lekker donzig.  Ik kan het bijna aanraken.  Nog een beetje inzoomen.  Zo.   Hmm.  Snoezig  dat glinsterende zweetdruppeltje.  Ze ruikt aan haar vingertoppen.  Ze denkt echt dat ze alleen is.  Hola.  Vies meiske.  Wat krijgen we nu?   Zoiets doe je nooit als je met je  vriendinnetjes aan het chatten bent, met ?mijn? webcam op je hypocriete snoetje.  Hohoho.   In het neusje peuteren.  Ach, laat je maar eens lekker gaan.  Nu mag het.  Bij mij wel.   Mijn schattebolleke.  Alleen aan mij laat je zien wie je echt bent.  Soms, als je zo helemaal opgetut bent, om je geile vriendjes op te hitsen.  Bah.  Dat vind ik laag bij de grond.  Ongelooflijk, dat die losertjes daar in trappen.   Maar!  Wat krijgen we nu?  Je rolt het snot tot een bolletje.  Foei.  En nu?  Oh nee.  Tussen de benen van je teddybeer smeren.  Viespeukje.  Ik dacht dat je het ging opeten.  Woeps.   Effe uitzoomen.  Control x.  Space bar.  Zoooo.  Niet te snel.  Je mag dat lensje niet zien of horen draaien hé.  Het zou onze intimiteit verstoren.  Of zelfs knakken.  Knak.  Knak.  Man, man, man.   Je hele kamertje staat vol beren.  Grote beren, dikke beren, dunne beren, ronde beren, geile beren.  Is dat je geheime droompje?  Schattebolleke?  He.  Een berenorgietje. 
 Oeps, wat krijgen we nu?   Mijn schatje gaapt.   Holaba.  Inzoomennnn!  Oeps, een paar van jouw tandjes zijn dringend aan nieuwe vulling toe.  Misschien is het dat !  Ben Geeraerts...nee, Geeraerts is history.  Jaap.  Dat ben ik.  Jaap Oosterhuis, een knappe Nederlander met Oostindische roots en bovendien, een begenadigd tandtechnicus.  Ha haha hahaha.
 Ho hohoho.  Bij de zaak blijven, Japie.  Ze prutst aan het schouderbandje van haar négligé.  Ze gaat slapen.  Mijn snoezeke is moe.  Le moment suprême!  Beetje uitzoomen.  Niet te snel.  Ja zo.  Zo zo zo zooo.  Komaan.  Komaan poppemie.  Show me what you got.   Moedervlekjes, of van die snoezige roze gespikkelde tepeltjes?  Donshaartje boven, donshaartje beneden.  Hmm...  Komaan.  Komop.  Trek uit dat niemendalletje...
 Fuckkk!!!! Nee.  Neeeee!  Weg!  Weg die vieze vette vinger!  Blijf van die power-knop af!  Zet nog een muziekje op.  Trut! Een nummertje voor het slapengaan.  Dat gekweel van die boysbands waar je op geilt.   Nee.  Niet doen!
  Fuck.  Bitch.  Vuile slet!  Zwart.  Mijn f?cking beeld is weg.  Zwart.  Zoals je zwarte ziel.  Je hebt het echt gedaan.  Je pc afgezet!  Egoïst!  Aaarrrghhhhh!   Daar ga je voor boeten!  Boeten, ga je!  Verrekte slet! 
 Rustig!  Rustig blijven Japie.  Hmmm.  Hmmmmmm.  Je hebt alle troeven in handen.  Ha...hahaha...  Ik heb je.  Ik heb je, kut!  Ik, weet genoeg.  Die teddyberen.  Daar kom ik wel mee weg. 
 ?Goedemorgen, juffrouw.  Jaap Oosterhuis aan de lijn.  Ik ben een verzamelaar.  Có-llec-ti-o-neur, zoals jullie Vlamingen dat zo sappig benoemen.  Ik verzamel beren.  Wereldwijd.  Ik heb... hahaha... vernomen dat u een nogal leuke en waardevolle collectie beren in jouw... haha haha...  kamertje hebt... hahahahaha... staan! 
 Gek word ik !  Ooit word ik echt helemaal stapelzot!?     
 
 
 

11/07/2008 00:19

audio>

foto>

Jouw reactie:

To prevent automated spam submissions leave this field empty.

foutje in PDF

Aaron

Beste radio 1,


Het PDF bestand rijkt maar tot pagina 11 en tot het volgende stuk van het verhaal:


En één keer dat kan toeval zijn,? zei hij en zijn ogen vernauwden zich. ?Maar geen twee. Ik geloof niet in toeval.


Kan dit misschien aangepast worden?


MVG


15/07/2008 10:53


greet

Luc D

Graag gedaan Greet :-))


11/07/2008 14:07


Jules

greet stevens

Ja,ik vond de beschrijving van Luc over jou,echt goed.Maar amaai Jules,jij kan ook nogal luguber schijven!!!Hopelijk wacht het hiernamaals nog héééél lang voor mij,ik voel me hier nog altijd goed,op onze blauwe planeet.


ps:de mailtjes en sms-jes beginnen hier toe te komen.gelukkig geen Geraerts ertussen.groetjes aan iedereen,die meehielp aan het kortverhaal.


11/07/2008 13:06


Opsporing van de moordenaar

Jules

Dag Greet,

Ik ben blij dat ik als computeranalist heb bijgedragen tot het vinden van je moordenaar!!

Gelukkig dat Luc Deflo mij erbij gehaald heeft, anders liep die freak nog altijd rond!

Groetjes in het hiernamaals.

Jules


11/07/2008 12:08


wordt vervolgd....

barbara geert s / schilde

ruim pikant....


'k geniet ervan


laat maar komen dat vervolg.....


mg


11/07/2008 11:06


11 juli 1302

greet stevens

Bedankt Luc,dat je me niet te bloederig hebt laten sterven in Kortrijk.Het was voor onze voorouders in Kortrijk,vandaag ,wel erg bloederig.


11/07/2008 10:47






Uit in Vlaanderen