Sla navigatie over
Directe navigatie naar
Navigatie op deze pagina
Links onderaan deze pagina
De sitemap



 
KWISVoxx StemmenTwitterfacebookDiscussieer meeDe ochtendVandaagNieuwsbriefmeteen mee-cd
 

Het kortverhaal van Jo Claes krijgt vandaag zijn ontknoping.

Tom is op het kerkhof verzeild en wordt benaderd door een onbekende man. Lees hier het hele verhaal van Jo Claes.

Je kan het ook in pdf krijgen en uitprinten, gewoon beluisteren op je pc (zie onderaan 'Audio') of je kan het ook podcasten.

 

De man met de kap

 

Het was middernacht voorbij toen Tom Weerhout van het vrijgezellenfeestje kwam dat zijn vrienden voor hem hadden georganiseerd. Hij had zich goed geamuseerd en was lichtjes in de wind maar niet echt dronken. Dat laatste was enkel te danken aan het feit dat hij erop gestaan had om niet later dan tot twaalf uur te blijven. De volgende dag stonden er honderden dingen op het programma en hij moest nog naar Antwerpen om de muziekinstallatie van een kennis op te halen die ze dag erna op het avondfeest zouden gebruiken.

  Na een kwartiertje stappen sloeg hij de straat in waar hij woonde. Het was een rustige buurt met smalle arbeidershuisjes uit de vorige eeuw die gezien de hoge huurprijzen in de stad erg in trek waren bij jonge mensen. Enkele maanden geleden was het pand naast het zijne       gesloopt en toen hij het stuk braakland passeerde, had hij plots het gevoel dat iemand hem    vanuit het duister gadesloeg. Verbaasd hield hij halt en tuurde in het donker. Er was niets te zien. De straat was slecht verlicht en het terrein strekte zich enkele tientallen meters uit in de diepte.

  Een ogenblik lang dacht hij dat hij zich had vergist, maar terwijl hij daar zo stond, nam het gevoel van bekeken te worden nog toe en ineens was hij er bijna zeker van dat iemand zich in de duisternis ophield. Bijna tegelijkertijd voelde hij zijn hartritme toenemen. Zo snel hij kon, legde hij de laatste meters af die hij nog van zijn huisdeur verwijderd was.

  Net op het moment dat hij de sleutel in het slot stak, hoorde hij iets en nog voor hij zich in de richting van het geluid kon draaien, zag hij vanuit zijn ooghoek hoe een schaduw zich       losmaakte uit het zwarte gat tussen de huizen. Geschrokken drukte hij zich met zijn rug tegen de deur; zijn hart ging plots te keer als een op hol geslagen machine. Hij zag nog net iemand de straat uitrennen en om de hoek verdwijnen. De man ? was het een man? ? droeg een     donker trainingspak met een kap over het hoofd.

  Zijn hand, merkte hij, beefde toen hij de sleutel omdraaide. Van het lichte, prettige gevoel dat de alcohol in zijn hoofd had achtergelaten, bleef niets meer over. Hij knipte het licht aan en sloot de deur. Wie in godsnaam had hem de stuipen op het lijf gejaagd? Zijn keel voelde kurkdroog aan, hij moest iets drinken. Hij liep de woonkamer door en ging de keuken in. Meteen zag hij dat de achterdeur openstond. Perplex bleef hij staan. Hij had daarstraks de deur gesloten, daar was hij zeker van. Op hetzelfde ogenblik realiseerde hij zich dat er was ingebroken. De man van daarnet was waarschijnlijk over de tuinmuur gekropen en had zich via de achterdeur toegang tot de woning verschaft.

  Hij vloekte en begon het huis te doorzoeken. Zijn flatscreen teeveetoestel stond er nog, zijn laptop, zijn gps-toestel, zelfs de mp3-speler. Er ontbrak niets. Helemaal niets! Hij rende de trap op en knipte het licht aan in de slaapkamer. Nog voor hij had rondgekeken, voelde hij dat iets anders was dan anders. Toen viel zijn oog op het bed. Midden op de bedsprei lag een  pakje. Een pakje dat er daarstraks niet gelegen had. Een pakje in donkerbruin papier.

  Even wist hij niet wat te doen. Er ging een onbestemde dreiging uit van het ding, hoe klein het ook was. Hij deed enkele stappen dichterbij. Wat op het bed lag, was ongeveer twintig centimeter lang en cilindervormig. Hij duwde er even met zijn vinger tegen. Het was         vederlicht en rolde een eindje verder over de sprei. Enigszins gerustgesteld strekte hij zijn hand uit en nam het op.

  Uit de verpakking kwam een opgerold blad in buigzaam, zwart plastic. Eerst dacht hij dat het een röntgenfoto was, maar toen hij het ding tegen het licht hield, merkte hij tot zijn            ontsteltenis dat het een echografische foto was van een foetus. Perplex liet hij zich op het bed zakken. Wat was dit? Wie had dit in zijn slaapkamer achtergelaten en waarom?

  Hij schrok ineens van zijn eigen gedachte. De foetus? was hij de vader? Lag de foto      daarom op zijn bed? Maar Inge was niet zwanger, dat zou ze hem verteld hebben. Per slot van rekening trouwden ze overmorgen. Van wie was dan? Er overviel hem plots een andere  gedachte. Anke! De vriendin van Bart, zijn beste vriend die hij gevraagd had als getuige. Een halfjaar geleden had hij een onenightstand gehad met haar. Het was toevallig gebeurd, na  afloop van een feestje. Bart was voor het werk op reis; Inge lag met griep in bed. Het was dom geweest, het gevolg van te veel alcohol en van? Tja, van wat nog? In elk geval zaten ze er beiden na afloop mee verveeld en ze hadden elkaar beloofd dat het voorval tussen hen zou blijven. Bart en Inge hoefden niets te weten. Dat was nergens voor nodig.

  Verbouwereerd staarde Tom naar de foto in zijn hand. Was dit het resultaat van die ene nacht? Maar hij had een condoom gebruikt toen, daar had Anke op gestaan. Bovendien,  waarom zou ze hem op deze manier laten weten dat hij een kind bij haar had verwekt? Dat was toch compleet onzinnig. En Bart, was die op de hoogte van de zwangerschap van zijn vriendin? Er was daarstraks niets aan hem te merken geweest. Zou hij trouwens toegestemd hebben om getuige te zijn als hij wist dat? Nee, onmogelijk. Dit had niets met Anke te    maken.

  Hij bekeek de echografie wat grondiger. Hoe oud de foetus was, was moeilijk in te schatten. Het viel hem op dat de witte rand van de foto was afgeknipt. Daar stonden waarschijnlijk  gegevens op als naam, datum? dat soort dingen. Maar van wie was dit kind als het niet van hem was? Wat had hij ermee te maken? En wie was de man met de kap die de foto op zijn bed had achtergelaten?

  Hij zuchtte en keek naar de wekkerradio. Het was één uur voorbij. Hij moest gaan slapen, dringend. Morgen was een drukke dag. Hij ging naar de badkamer, poetste zijn tanden en kleedde zich uit. De echografie lag nog op het nachttafeltje. Hij vroeg zich af of hij in slaap zou geraken.

  Ineens schrok hij wakker. Vlakbij weerklonk een schril geluid. Slaapdronken knipte hij het nachtlampje aan. Het gesnerp bleef aanhouden, werd almaar luider. Hij keek zoekend om zich heen. Het lawaai kwam van links, maar er was niets te zien. Hij trok het hoofdkussen naast het zijne weg. Tot zijn verbazing zag hij een gsm liggen. Op het schermpje stond: ALARM en daaronder: 03.00. Hij drukte op de stoptoets. Het geluid hield op.

  Verward, met een opkomend gevoel van paniek ging hij rechtop zitten. De gsm was hem onbekend. Het was niet Inges toestel, dat was donkerpaars. Had de inbreker het onder zijn kussen verstopt? Een andere verklaring was er niet. Maar waarom en? Hij gilde het bijna uit toen het mobieltje in zijn hand plots begon te piepen. Tegelijkertijd lichtte het schermpje op. Er stond: 1 bericht ontvangen.

  Als gebiologeerd staarde Tom naar de mededeling. Wie stuurde hem om drie uur ?s nachts een bericht? Op een toestel dan nog dat niet van hem was. Hij aarzelde enkele tellen en drukte op de toets om het bericht te openen. Er verscheen: ANONIEM en daaronder: 17.02.2008.

  Hij las de cijfers hardop. Eerst begreep hij niet wat ze voorstelden, toen drong tot hem door dat het om een datum ging: 17 februari 2008. Dat was ongeveer een maand geleden. Wat was er op die dag gebeurd? Hij herinnerde zich niets speciaals. Met de gsm in de hand ging hij naar beneden en sloeg zijn agenda open. Zeventien februari bleek een zondag te zijn. Hij had die dag geen aantekening gemaakt.

  Een rilling trok over zijn rug, van de koude en van de spanning. Iemand had het op hem voorzien, zoveel was duidelijk. Maar waarom en met welke bedoeling? Het enige wat hij met zekerheid wist, was dat er vannacht van slapen niets meer in huis zou komen.

  De volgende dag werkte hij systematisch al de dingen af die voor het feest nog geregeld moesten worden. Hij telefoneerde een paar keer met Inge, maar over het pakje en de gsm  repte hij met geen woord. Wel nam hij zich voor om na de bruiloft contact op te nemen met de politie.

  Omstreeks half drie was hij met alles klaar. Het enige wat hij nog moest doen, was de      muziekinstallatie ophalen in Antwerpen. Hij programmeerde zijn gps-toestel, sprong in de wagen en vertrok. Het weer was barslecht. Typisch maartse buien. Om half vijf nam hij afscheid van zijn kennis. De muziekinstallatie zat veilig in de koffer van de wagen. Hij duwde op THUIS, maar al snel merkte hij dat het gps-toestel een heel andere route aangaf.           Ongeduldig probeerde hij opnieuw, maar de computer bleef hem een verkeerde richting uitsturen.

  Hoe kon dit? vroeg hij zich af, maar bijna op hetzelfde moment drong zich een vreselijk vermoeden aan hem op. De gps had op de salontafel gelegen, hij liet het toestel ?s nachts nooit in de wagen achter. Was het mogelijk dat de inbreker met de computer had geknoeid? Het zweet stond plots in zijn handpalmen. Woedend beukte hij met zijn vuist op het stuur. Dit werd al te gek! Voor hoeveel verrassingen kwam hij nog te staan?

  Hij twijfelde even wat te doen en besloot de aangewezen route te volgen. De regen was   opgehouden, het begon al te schemeren. Tot zijn verbazing merkte hij dat de rit hem naar zijn geboortedorp voerde. Opnieuw vroeg hij zich af wat dat te betekenen had. Wie het ook was die voor dit alles verantwoordelijk was, het moest iemand zijn die veel over hem afwist. De gedachte maakte dat hij zich nog minder op zijn gemak voelde.

  Het was kwart over vijf toen hij zijn geboortedorp binnenreed. Hij keek op het scherm van de gps. In tegenstelling tot wat hij halvelings had verwacht, leidde de computer hem niet naar het huis van zijn ouders. Voor de zoveelste keer begreep hij er niets van. Er woonde niemand anders in het dorp met wie hij nog contact had. De groene pijl op het scherm stuurde hem naar rechts, vervolgens naar links. Aan de rotonde gaf het toestel aan rechtdoor te rijden. Hij draaide om de kerk heen en na een honderdtal meter was hij op zijn bestemming. Hij zette de    motor af en staarde verbijsterd door de voorruit.

 

Enkele meters verder zag hij de poort van het kerkhof. Voor de zekerheid checkte hij of dit wel de locatie was die de gps had aangegeven. Er was geen twijfel mogelijk. Met een onbehaaglijk gevoel stapte hij uit. Het metalen hek stond open. Hij kende dit kerkhof, zijn grootouders lagen er begraven.

  Tegen zijn zin liep hij het terrein op. Er was geen mens te zien. Wat had hij hier verloren? Waarom had de man met de kap hem naar hier gestuurd?

  Hij wandelde de centrale laan af. Links en rechts strekten zich rijen graven uit. Toen hij bij de op één na laatste rij kwam, zag hij op de grafstenen dat de sterfdata allemaal 2008         aangaven. Op hetzelfde ogenblik werd zijn aandacht getrokken door iets anders. De rijen  waren genummerd. Naast de weg, op een klein, witgeverfd betonnen paaltje van een dertigtal centimeter hoogte, zag hij in zwarte cijfers 01 staan. De eerste rij met graven van dit jaar. Hij ging enkele meters verder. Bij het begin van de laatste rij stond 02.

  Het duurde even, maar geleidelijk aan begonnen de cijfers zich in zijn hoofd aan elkaar te rijgen. Hij draaide zich om naar de vorige rij en begon te tellen. Tien grafstenen waren er. De laatste rij had er? Hij volgde het betonnen zijpad tussen de zerken: 11, 12, 13? Er bleven er nog maar enkele over.

  En toen wist hij het! Nog voor hij bij het laatste graf kwam, begreep hij dat de cijfers op het schermpje van de gsm geen datum voorstelden, zoals hij eerst had aangenomen, maar het nummer van een graf. 17.02.2008 stond niet voor 17 februari 2008. Het stond voor het      zeventiende graf dat zich op de tweede rij bevond van dit jaar.

  Hij bleef stokstijf staan. Ondanks de schrale wind die over het kerkhof waaide, brak het zweet hem uit. Daarom had de gps hem dus naar dit kerkhof geleid. Hij keek angstig om zich heen. Het was intussen bijna donker, maar er was niemand te zien. Hij was moederziel alleen.

  Met de moed der wanhoop zette hij zich weer in beweging. Nu hij eenmaal hier was, moest hij weten naar welk graf deze tocht hem had gevoerd. Terwijl hij langzaam voortging, telde hij de zerken: 14, 15, 16? Hij hield zijn pas in. Nummer 16 bleek het laatste graf te zijn. Daarachter bevond zich enkel nog een kuil, afgedekt met een groen plastic zeil dat de       grafdelvers hadden achtergelaten toen ze het gat groeven voor de volgende begrafenis.

  Onbegrijpend staarde hij naar de berg aarde links en rechts van de kuil. Hij had een grafsteen verwacht, niet dit. Waarom had de inbreker hem naar hier gestuurd? Waarom was hij op deze plaats terechtgekomen toen hij op de THUIS-toets van de gps had geduwd? Betekende dat misschien? Hij durfde de gedachte niet af te maken. Was dit zijn zogenaamde thuis? Zijn toekomstige thuis? Was dat de boodschap van de onbekende? Hij begon ter plekke te trillen over zijn hele lijf. Oh God? dacht hij. Ik moet hier weg. Nu. Meteen.

  Op dat ogenblik hoorde hij naderende voetstappen op de betonnen tegels van het pad. Het geluid doorbrak de stilte op het kerkhof. Hij had het gevoel alsof zijn hart met kloppen      ophield. Langzaam, als in slow motion, draaide hij zijn hoofd naar links. Op een twintigtal meter afstand kwam iemand naar hem toe gestapt. Door de duisternis kon hij eerst niet      onderscheiden wie het was.

  Toen, met een schok, herkende hij hem. Het was de man in het donkere trainingspak. De man met de kap. De inbreker die hij gisteravond had zien weglopen.

  Intussen naderde de onbekende langzaam maar zeker. Tom voelde hoe de angst hem bij de keel greep, maar toch slaagde hij erin om enkele woorden uit te brengen.

  ?Wie bent u?? riep hij. ?Wat wilt u van mij??

  De man antwoordde niet. Zijn handen staken in de zakken van het trainingsvest; hij hield het hoofd een beetje gebogen; zijn gezicht ging schuil onder de kap. Stap voor stap kwam hij dichterbij.

  ?Wat wilt u?? riep Tom opnieuw. Zijn stem klonk hoog en schril.

  De man reageerde nog steeds niet. Er ging een onheilspellende dreiging van hem uit, een dreiging die met elke stap toenam.

  ?Wie bent u verdomme?? riep Tom en deed een pas achteruit. Zijn voet vond plots geen weerstand; het was alsof de grond onder hem wegzakte. Meteen verloor hij zijn evenwicht. Hij zwaaide met zijn armen om overeind te blijven, maar het was al te laat. Met een schreeuw viel hij op het zeil dat meegaf onder zijn gewicht.

  Anderhalve meter lager kwam hij met een plof neer op de bodem van het graf. Versuft    probeerde hij overeind te krabbelen. Het zeil had gelukkig zijn val gebroken. Hij keek omhoog. Tegen de achtergrond van de grijze lucht verscheen het gezicht met de kap, niet meer dan een donkere vlek. Tom gilde het uit en toen zijn longen leeg waren, zoog hij ze opnieuw vol lucht en gilde nog eens.

  ?Tom, jongen, kalm maar. Ik ben het: Bart.?

  Hij zweeg abrupt toen hij de stem hoorde. Had hij net Bart verstaan? Zat Bart achter dit   alles? Wist hij dan toch over de affaire met Anke af?

  ?Kijk maar, ik ben het echt.? De man trok de kap van zijn hoofd. Barts gezicht kwam te voorschijn. Hij lachte.

  ?Het was maar een grap, Tom.?

  ?Een grap?? stamelde hij.

  ?De jongens en ik wilden je eens laten voelen wat het betekent om getrouwd te zijn. Voor je het weet, word je vader en dan zit je rustige leventje erop, voorgoed. Eens vader altijd vader. Tot in de kist. Kom, geef me je hand, dan help ik je uit dat gat. Je hebt je toch geen pijn     gedaan, hoop ik??

  Daadwerkelijk stak Tom zijn arm omhoog. Met Barts hulp klauterde hij uit het graf.        Eenmaal boven vroeg hij: ?Was jij dan ook de man bij mijn huis??

  ?Natuurlijk, wie anders? Ik ben een halfuur voor jou op het feest vertrokken, weet je nog??

  Tom knikte werktuigelijk. Hij zou zich opgelucht moeten voelen, maar om de een of andere reden was dat niet het geval. Hij keek in het gezicht van zijn vriend. Barts mond lachte, maar zijn ogen lachten niet mee. Er lag een heel andere uitdrukking in zijn blik, een die hij niet meteen kon plaatsen, maar die hem een onbehaaglijk gevoel gaf.

  ?Kom,? zei Bart. ?We gaan naar huis.?

  Hij legde zijn arm om Toms schouder. Terwijl ze naar de uitgang van het kerkhof stapten, had Tom het gevoel dat de hand van zijn vriend zwaarder en zwaarder werd. Zo zwaar, dat hij het gewicht ervan haast niet meer kon verdragen.

 

Een open einde heet dat...

 

Het boekenpakket van deze week gaat naar Nadine Claes (geen familie van....).

 

Volgende week is het de beurt aan Mieke De Loof.   Je mag haar een beginsituatie voorstellen (zie ander artikel).

25/07/2008 10:48

audio>

foto>

Jouw reactie:

To prevent automated spam submissions leave this field empty.

De man met de kap

Rita

Donderdag en vrijdag kon ik het programma niet volgen. En dat vond ik jammer. Dan merk je de voordelen van internet en een website. Dit wil dus zeggen dat ik niet afgehaakt heb, ben blijven volgen. Ik vond het een goed verhaal. Toch zeker gezien de beperktheid van de tijd en een haalbaar plot. Het was van een andere orde dan de vorige verhalen en daar was ik wel blij om. Wat niet wil zeggen dat de andere verhalen minder geslaagd waren. Afwisseling zorgt voor blijvende interesse.

Nu de teneur wat gevonden is, kan het alleen nog maar leuker worden.


25/07/2008 14:52


De man met de kap

Lies

Fantastisch kortverhaal! Spannend tot en met het einde.


Ik kijk er al naar uit om De zaak Torfs te lezen.


25/07/2008 12:58






Uit in Vlaanderen