Mieke De Loof staat voor een moeilijke opdracht.

_original

Help haar.

Zij moet een kortverhaal schrijven, rekening houdend met de tips van de luisteraars en met als deadline : vrijdag.

Mieke De Loof combineerde de beginsituaties van Pieter en Diane.

Ik sla de hoek om en kijk naar het uithangbord dat blikkert in de zon. Hangt dat bord nu scheef of verbeeld ik me maar wat? De deur van de winkel staat op een kier. Dat is ongewoon. Ik duw de deur open, hoor het vertrouwde geklingel van het winkelbelletje, stap de winkel binnen en doe de deur stilletjes achter me dicht. Ik hou mijn adem in. Mijn ogen wennen langzaam aan het schemerdonker en ik zie weer de rouwkransen, de gedenkspreuken, de doodskisten. Rij na rij doemen ze voor me op.

Toch hangt er iets vreemds in de lucht. Ik speur de winkel af. Net als ik naar de verste hoek van de winkel tuur, waar de goedkoopste doodskisten staan, maakt zich een lange schaduw los van het donkere behang. Ik ben hier niet alleen. Ik schuifel vooruit. Nu zie ik het duidelijk: het is een lange, magere man. Zijn rug steekt zwart en scherp af tegen het paarse behang. Van opzij kijk ik naar zijn bleke gezicht, dat half wordt opgeslokt door de schaduw van zijn borsalino. Hij staart naar zijn lakschoenen. Ik wacht.

   ?Hij is er niet?, zegt hij.

   ?Ach zo?, zeg ik.

Zijn gezicht lijkt van stug leer. Alleen zijn mond beweegt. Ik kan zijn accent niet thuisbrengen.

   ?Is je vader thuis?? vraagt hij.

Hij wrijft met zijn rechterhand over de rand van een openstaande doodskist.

   ?Met vakantie?, lieg ik.

   ?Jammer.?

Ik kom nog wat dichterbij en ruik nu zijn zure adem.

 Hij zucht: ?Ach ja, wat doet het er eigenlijk toe? en kijkt me uitdrukkingsloos aan. Pas dan zie ik de ladder.

   ?Ik kom terug?, zegt hij, neemt de ladder en vertrekt. Bij de rouwkransen lijkt hij zich plots te bedenken en draait zich om.

   ?De ladder,? zegt hij, ?wil je op de ladder??

Ik knik. Hij grijnst.

 De winkelbel klingelt vrolijk en hij houdt galant de deur voor me open. Ik wacht op hem en hij leidt me naar het midden van de straat. Voorzichtig schuift hij de lange ladder uit, voelt of die stevig staat, neemt mijn hand alsof hij me ten dans leidt en legt ze op de vierde sport. Ik slik.

    ?Ga nu maar?, zegt hij.

 Zwijgend klim ik naar boven. Dan wacht ik weer en kijk naar beneden. De man in het zwart glimlacht. Ik klim, ik klim, steeds hoger. De man in het zwart wordt steeds kleiner. Door het raam van mijn flat, drie hoog boven de begrafenisondernemer, zie ik mijn boekenkast. Rabelais, Shakespeare, Seneca, help me, hoe hoog kan ik nog klimmen zonder te vallen? Ik  bedwing mijn paniek en klim nog hoger. Als ik de hele buurt zie, beef ik van ontzetting. De ladder schokt.

Wat ziet de hoofdfiguur dat haar met ontzetting slaat ? 

Mieke De Loof haalde de bijdrage van Frank Van Camp ("ik") er uit. Hij wint de boekenbon.

Geef je mening

Enkel je naam en reactie verschijnen op de site.
* verplicht veld

Reacties