Wat doet de Meester met Maria ? Schrijf mee aan het kortverhaal van Mieke De Loof.

_original

Morgen eindigt het verhaal. Maar het  kan nog alle kanten uit. Dit hebben we tot nog toe.

?Ik sla de hoek om en kijk naar het uithangbord dat blikkert in de zon. Hangt dat bord nu scheef of verbeeld ik me maar wat? De deur van de winkel staat op een kier. Dat is ongewoon. Ik duw de deur open, hoor het vertrouwde geklingel van het winkelbelletje, stap de winkel binnen en doe de deur stilletjes achter me dicht. Ik hou mijn adem in. Mijn ogen wennen langzaam aan het schemerdonker en ik zie weer de rouwkransen, de gedenkspreuken, de doodskisten. Rij na rij doemen ze voor me op.

Toch hangt er iets vreemds in de lucht. Ik speur de winkel af. Net als ik naar de verste hoek van de winkel tuur, waar de goedkoopste doodskisten staan, maakt zich een lange schaduw los van het donkere behang. Ik ben hier niet alleen. Ik schuifel vooruit. Nu zie ik het duidelijk: het is een lange, magere man. Zijn rug steekt zwart en scherp af tegen het paarse behang. Van opzij kijk ik naar zijn bleke gezicht, dat half wordt opgeslokt door de schaduw van zijn borsalino. Hij staart naar zijn lakschoenen. Ik wacht.

   ?Hij is er niet?, zegt hij.

   ?Ach zo?, zeg ik.

Zijn gezicht lijkt van stug leer. Alleen zijn mond beweegt. Ik kan zijn accent niet thuisbrengen.

   ?Is je vader thuis?? vraagt hij.

Hij wrijft met zijn rechterhand over de rand van een openstaande doodskist.

   ?Met vakantie?, lieg ik.

   ?Jammer.?

Ik kom nog wat dichterbij en ruik nu zijn zure adem.

 Hij zucht: ?Ach ja, wat doet het er eigenlijk toe? en kijkt me uitdrukkingsloos aan. Pas dan zie ik de ladder.

   ?Ik kom terug?, zegt hij, neemt de ladder en vertrekt. Bij de rouwkransen lijkt hij zich plots te bedenken en draait zich om.

   ?De ladder,? zegt hij, ?wil je op de ladder??

Ik knik. Hij grijnst.

 De winkelbel klingelt vrolijk en hij houdt galant de deur voor me open. Ik wacht op hem en hij leidt me naar het midden van de straat. Voorzichtig schuift hij de lange ladder uit, voelt of die stevig staat, neemt mijn hand alsof hij me ten dans leidt en legt ze op de vierde sport. Ik slik.

    ?Ga nu maar?, zegt hij.

 Zwijgend klim ik naar boven. Dan wacht ik weer en kijk naar beneden. De man in het zwart glimlacht. Ik klim, ik klim, steeds hoger. De man in het zwart wordt steeds kleiner. Door het raam van mijn flat, drie hoog boven de begrafenisondernemer, zie ik mijn boekenkast. Rabelais, Shakespeare, Seneca, help me, hoe hoog kan ik nog klimmen zonder te vallen? Ik  bedwing mijn paniek en klim nog hoger. Als ik de hele buurt zie, beef ik van ontzetting. De ladder schokt.?

Bombardementen hebben mijn stad herschapen in een spookstad. Alle huizen. Weg. Het ziekenhuis. Weg. De school. Weg. Het museum. Weg. De kerk. Weg. En niemand tussen de ruïnes. Niemand. De brug. Weg. Het staatsbedrijf. Weg. Hier en daar staat nog een gevel overeind. Flinterdunne sigarettenblaadjes lijken het, opgehangen aan een onzichtbare wasdraad. Tranen lopen over mijn wangen. De iconen, denk ik, laat dan toch de iconen zijn gered. Ik draai me om. Het dertiende-eeuwse klooster. Weg. Alleen de buitenlandse fabriek staat nog overeind.

Ik wil dit niet langer aanzien, ik kan het niet en daal snel de ladder af. De man in het zwart zet een stap opzij als ik de begane grond bereik en pas nu zie ik hoe een grote droefheid als een zware jas over hem hangt. Hij knikt kort, wendt zijn blik af, neemt de ladder en vertrekt. Ik stap naar de winkel, open de deur, hoor het vertrouwde geklingel van het winkelbelletje, ga naar binnen en doe de deur stilletjes achter me dicht. Tranen lopen langs mijn wangen. Langzaam zie ik weer de rouwkransen, de gedenkspreuken, de doodskisten. Rij na rij doemen ze voor me op.

 

 

De Meester, diep weggezonken in zijn fauteuil,  heeft de hele tijd geduldig en oplettend naar me zitten luisteren in de houding die me de laatste maanden zo dierbaar is geworden: ellebogen op de leuning, vingertoppen tegen elkaar, wijsvingers lichtjes drukkend op zijn volle lippen. Hij kucht even en gaat nu wat rechter zitten.

    ?Exact. Zo was het exact. Je hebt je nachtmerrie exact weergegeven?, zegt hij.

Ik glunder.

De meester kijkt even op zijn horloge. Ik kan nog dertig minuten van zijn wijsheid proeven. Hij is zo attent, de Meester.  Hij pauzeert om me langer te laten genieten van dit moment 

   ?En je wordt dus wakker met het beeld van die rijen doodskisten?

Ik knik.

   ?In de winkel??

   ?Zo is het.?

   ?Een perfecte cirkelstructuur?,  mompelt hij en maakt een aantekening.

Ik weet dat de Meester af en toe gedichten schrijft en voel me groeien.

   ?Goed, we staan nu voor een belangrijke doorbraak in je ontwikkeling. Je kent mijn devies: de Meester opent de deur maar jij, en dat weet je, moet zelf naar binnengaan.?

   ?Ik wil naar binnen gaan.?

   ?Goed, zo ver zijn we. We zijn in je nachtmerrie, die je nu al tien jaar hebt, binnengegaan.?

De Meester strijkt met een vermoeid gebaar over zijn grijze haren.

   ?Ontsluit nu voor mij de betekenis van deze weerkerende nachtmerrie. Het is de enige manier om je ervan te bevrijden en terug heel te worden. Ik luister.?

Het vertrouwen dat de Meester in me stelt, sterkt me en ik begin.

?De ladder,? zeg ik, ?er is iets met de ladder. De man heeft een kleine ladder bij zich, anders kan het ding niet in de winkel. Maar de ladder kan wel langer worden. Eindeloos lang??

De Meester knikt.

   ?En de man in het zwart is de eigenaar van de ladder??

De Meester knikt weer, maar deze keer nauwelijks merkbaar. Ik weet dat hij geniet van vrouwen, die hem om raad vragen, maar het mag niet al te veel opvallen. Oppassen dus, glad terrein.

   ?De ladder verandert even moeiteloos van vorm als de eigenaar ervan, de man in het zwart?, zeg ik. Even zie ik een glimp van interesse in zijn ogen.

  ?En?? vraagt de Meester.

Ik aarzel en hak dan de knoop door.

   ?Zoals de ladder past ook de man in het zwart zich volledig aan zijn omgeving aan. Zoals een kameleon: eerst is hij onverschillig, dan grijnst hij, daarna beschermt en helpt hij me door de ladder stevig vast te houden en tenslotte ontroert hij me door zijn droefheid. Wie van de vier gedaantes is nu de echte man in het zwart??

Ik voel dat ik gevaarlijk koorddans. Ik stel te veel vragen, ik kom te dichtbij, te dicht bij de waarheid. Terug naar vertrouwd terrein.

   ?U hebt me geleerd: heel jezelf. ? Dat heb ik gedaan door de man in het zwart te volgen. De man die zo hulpvaardig, zo galant, zo gevoelig is. Die me zo sterk aan u doet denken.?

De Meester ontvangt rustig mijn compliment maar blijft me, tegen zijn gewoonte in, aankijken.

   ?Natuurlijk moet ik, zoals u zei, wel durven, ik moet klimmen want anders kan ik de omgeving niet zien. Ik moet mijn problemen onder ogen durven te zien.?

De Meester knikt. Toch stelt me dat niet gerust want hij staart naar me alsof hij me voor de eerste keer ziet. Ben ik te kwistig geweest met mijn complimenten?

   ?Ben je bang om alleen te zijn, Maria??

Zijn vraag verrast me. Hij kijkt me doordringend aan. Ik aarzel even en vervloek mezelf daarvoor.

   ?Schuilen er achter je droom onbewuste wraakgevoelens??

Hij pauzeert even.

   ?Wat heb je me niet verteld, Maria??

Voor het eerst in de tien maanden therapie gebruikt hij mijn voornaam. Ik doorzie zijn tactiek, maar toch vraagt het alles van me om mezelf te beheersen en het verwarde vrouwtje te spelen dat maar vragen blijft stellen.

   ?Euh, de rol van de vaderfiguur??

Hij staat op en komt naar me toe. Ik zie zijn intense blik: een roofdier dat zijn prooi besluipt. Dan voel ik de warmte van zijn lippen vlakbij mijn oor en blijf doodstil zitten.

   ?Beschrijf me de doodskisten, Maria. Waren ze groen??

Zijn adem streelt mijn hals en zijn warme stem maakt me week.

   ?Ziekenhuisgroen?, hoor ik mezelf tot mijn ontzetting zeggen.

Ik zwijg, dit kan niet waar zijn, hoe komt zo?n antwoord over mijn lippen?

Hij kijkt naar me. Niet zoals de man in het zwart maar alert, dreigend. Hij wendt zich van me af en gaat naar de deur.

   ?Wil je me even excuseren, Maria? Ik wil er volledig voor je zijn, maar, je weet het, natuurlijke behoeften krijgen bij mij altijd de prioriteit. Het is ongezond die al te lang te onderdrukken.?

Zo gauw hij de deur achter zich gesloten heeft, spring ik op en volg hem stilletjes naar beneden, naar zijn secretaresse. Ik vang iets op: ?Verwittig Dragan, hij weet wat hem te doen staat.?

Ik hoor de zware, langzame stappen van de Meester op de trap. Bliksemsnel trek ik me terug en ga naar het toilet. Ik doe de deur op slot.

Ik hoor de Meester de kamer binnengaan. Even is het stil. Dan hoor ik hem roepen: ?Maria, verdomme, waar is Maria??

Ik gooi snel wat water in mijn gezicht, stift mijn lippen bij en ga de kamer binnen.

   ?Zoekt u mij, meester?? vraag ik.

De Meester draait zich bliksemsnel om. Zijn blik glijdt naar mijn vuurrode lippen. Ik gloei.

   ?Ik denk dat we enorme vooruitgang hebben geboekt, Maria?, zegt hij en doet glimlachend de deur op slot. ?Ik weet het, er rest ons nog weinig tijd, maar wat denk je, een whisky? Ja? Laat me raden: single malt.?

Hij heeft zijn huiswerk goed gemaakt, besef ik. Wat weet hij nóg van me? De angst slaat me om het hart, maar mijn gezicht blijft onbewogen. Ik kijk naar het icoon Maria en Kind, achter zijn bureau.

   ?Mooi, hè?,  zegt hij terwijl hij het glas Old Pulteney in mijn hand drukt. 

Ik denk aan Dragan, hoofd van zijn privémilitie, die daarnet door de Meester zelf is geactiveerd. Wanneer zullen ze hier staan? Wanneer beuken ze de deur in? Wanneer schakelen ze mij, als lastige getuige, uit?

 Ik toast, sla mijn glas achterover en zeg:  ?Proost. Op Servië, op ons erfgoed.?

Ik denk aan onze iconen: doorkliefd, doorkerfd, doorstoken door Albanese UCK-rebellen. Ik denk aan de heilige boom, geplant door tsaar Dusan in 1336, neergehaald en verbrand in 1999 door Albanese boeren. Ik denk aan onze kerken, kloosters, fresco?s en bibliotheken, gedynamiteerd door Albanese UCK-rebellen terwijl Amerikaanse, Italiaanse, Duitse, Britse en Franse UNPROFOR-soldaten toekeken.

   ?Moslimhonden?, hoor ik de Meester zeggen en hij komt naar me toe. ?Wat jammer dat onze wegen nu moeten scheiden, Maria. Net nu we naar elkaar toegroeien.?

Hij streelt met de rug van zijn hand over mijn wang. Vluchtig.

   ?Zonde?, zegt hij.

Op de achtergrond hoor ik stampende laarzen de trap opkomen.

    ?Go, go, go?. 

En dan begeeft de deur het met een vreselijk gekraak. 

Morgen volgt het einde van dit verhaal en wordt het boekenpakket uitgereikt.

Vandaag wint Johan de boekenbon.   

 

                                        

                                                  

Geef je mening

Enkel je naam en reactie verschijnen op de site.
* verplicht veld

Reacties