Sla navigatie over
Directe navigatie naar
Navigatie op deze pagina
Links onderaan deze pagina
De sitemap



 
Bonjour-microDubbelcheckDiscussieer meeDe ochtendVandaagVoxx StemmenClassics non-stopmeteen mee-cdNieuwsbrief
 

'De Meester', zo heet het kortverhaal van Mieke De Loof.

Na een week van tips, schrijven, suggesties, schrappen, wikken en wegen, oproepen en aanbieden is het kortverhaal aan zijn ontknoping toe.

Hier kan je het nu al lezen,  je kan het ook printen( pdf) en straks als podcast downloaden of kan je het ook straks gewoon beluisteren onder 'Audio'.

 

De Meester

?Ik sla de hoek om en kijk naar het uithangbord dat blikkert in de zon. Hangt dat bord nu scheef of verbeeld ik me maar wat? De deur van de winkel staat op een kier. Dat is ongewoon. Ik duw de deur open, hoor het vertrouwde geklingel van het winkelbelletje, stap de winkel binnen en doe de deur stilletjes achter me dicht. Ik hou mijn adem in. Mijn ogen wennen langzaam aan het schemerdonker en ik zie weer de rouwkransen, de gedenkspreuken, de doodskisten. Rij na rij doemen ze voor me op.

Toch hangt er iets vreemds in de lucht. Ik speur de winkel af. Net als ik naar de verste hoek van de winkel tuur, waar de goedkoopste doodskisten staan, maakt zich een lange schaduw los van het donkere behang. Ik ben hier niet alleen. Ik schuifel vooruit. Nu zie ik het duidelijk: het is een lange, magere man. Zijn rug steekt zwart en scherp af tegen het paarse behang. Van opzij kijk ik naar zijn bleke gezicht, dat half wordt opgeslokt door de schaduw van zijn borsalino. Hij staart naar zijn lakschoenen. Ik wacht.

   ?Hij is er niet?, zegt hij.

   ?Ach zo?, zeg ik.

Zijn gezicht lijkt van stug leer. Alleen zijn mond beweegt. Ik kan zijn accent niet thuisbrengen.

   ?Is je vader thuis?? vraagt hij.

Hij wrijft met zijn rechterhand over de rand van een openstaande doodskist.

   ?Met vakantie?, lieg ik.

   ?Jammer.?

Ik kom nog wat dichterbij en ruik nu zijn zure adem.

 Hij zucht: ?Ach ja, wat doet het er eigenlijk toe? en kijkt me uitdrukkingsloos aan. Pas dan zie ik de ladder.

   ?Ik kom terug?, zegt hij, neemt de ladder en vertrekt. Bij de rouwkransen lijkt hij zich plots te bedenken en draait zich om.

   ?De ladder,? zegt hij, ?wil je op de ladder??

Ik knik. Hij grijnst.

 De winkelbel klingelt vrolijk en hij houdt galant de deur voor me open. Ik wacht op hem en hij leidt me naar het midden van de straat. Voorzichtig schuift hij de lange ladder uit, voelt of die stevig staat, neemt mijn hand alsof hij me ten dans leidt en legt ze op de vierde sport. Ik slik.

    ?Ga nu maar?, zegt hij.

 Zwijgend klim ik naar boven. Dan wacht ik weer en kijk naar beneden. De man in het zwart glimlacht. Ik klim, ik klim, steeds hoger. De man in het zwart wordt steeds kleiner. Door het raam van mijn flat, drie hoog boven de begrafenisondernemer, zie ik mijn boekenkast. Rabelais, Shakespeare, Seneca, help me, hoe hoog kan ik nog klimmen zonder te vallen? Ik  bedwing mijn paniek en klim nog hoger. Als ik de hele buurt zie, beef ik van ontzetting. De ladder schokt.?

Bombardementen hebben mijn stad herschapen in een spookstad. Alle huizen. Weg. Het ziekenhuis. Weg. De school. Weg. Het museum. Weg. De kerk. Weg. En niemand tussen de ruïnes. Niemand. De brug. Weg. Het staatsbedrijf. Weg. Hier en daar staat nog een gevel overeind. Flinterdunne sigarettenblaadjes lijken het, opgehangen aan een onzichtbare wasdraad. Tranen lopen over mijn wangen. De iconen, denk ik, laat dan toch de iconen zijn gered. Ik draai me om. Het dertiende-eeuwse klooster. Weg. Alleen de buitenlandse fabriek staat nog overeind.

Ik wil dit niet langer aanzien, ik kan het niet en daal snel de ladder af. De man in het zwart zet een stap opzij als ik de begane grond bereik en pas nu zie ik hoe een grote droefheid als een zware jas over hem hangt. Hij knikt kort, wendt zijn blik af, neemt de ladder en vertrekt. Ik stap naar de winkel, open de deur, hoor het vertrouwde geklingel van het winkelbelletje, ga naar binnen en doe de deur stilletjes achter me dicht. Tranen lopen langs mijn wangen. Langzaam zie ik weer de rouwkransen, de gedenkspreuken, de doodskisten. Rij na rij doemen ze voor me op.

*                 *

           *

De Meester, diep weggezonken in zijn fauteuil,  heeft de hele tijd geduldig en oplettend naar me zitten luisteren in de houding die me de laatste maanden zo dierbaar is geworden: ellebogen op de leuning, vingertoppen tegen elkaar, wijsvingers lichtjes drukkend op zijn volle lippen. Hij kucht even en gaat nu wat rechter zitten.

    ?Exact. Zo was het exact. Je hebt je nachtmerrie exact weergegeven?, zegt hij.

Ik glunder.

De meester kijkt even op zijn horloge. Ik kan nog dertig minuten van zijn wijsheid proeven. Hij is zo attent, de Meester.  Hij pauzeert om me langer te laten genieten van dit moment 

   ?En je wordt dus wakker met het beeld van die rijen doodskisten?

Ik knik.

   ?In de winkel??

   ?Zo is het.?

   ?Een perfecte cirkelstructuur?,  mompelt hij en maakt een aantekening.

Ik weet dat de Meester af en toe gedichten schrijft en voel me groeien.

   ?Goed, we staan nu voor een belangrijke doorbraak in je ontwikkeling. Je kent mijn devies: de Meester opent de deur maar jij, en dat weet je, moet zelf naar binnengaan.?

   ?Ik wil naar binnen gaan.?

   ?Goed, zo ver zijn we. We zijn in je nachtmerrie, die je nu al tien jaar hebt, binnengegaan.?

De Meester strijkt met een vermoeid gebaar over zijn grijze haren.

   ?Ontsluit nu voor mij de betekenis van deze weerkerende nachtmerrie. Het is de enige manier om je ervan te bevrijden en terug heel te worden. Ik luister.?

Het vertrouwen dat de Meester in me stelt, sterkt me en ik begin.

?De ladder,? zeg ik, ?er is iets met de ladder. De man heeft een kleine ladder bij zich, anders kan het ding niet in de winkel. Maar de ladder kan wel langer worden. Eindeloos lang??

De Meester knikt.

   ?En de man in het zwart is de eigenaar van de ladder??

De Meester knikt weer, maar deze keer nauwelijks merkbaar. Ik weet dat hij geniet van vrouwen, die hem om raad vragen, maar het mag niet al te veel opvallen. Oppassen dus, glad terrein.

   ?De ladder verandert even moeiteloos van vorm als de eigenaar ervan, de man in het zwart?, zeg ik. Even zie ik een glimp van interesse in zijn ogen.

  ?En?? vraagt de Meester.

Ik aarzel en hak dan de knoop door.

   ?Zoals de ladder past ook de man in het zwart zich volledig aan zijn omgeving aan. Zoals een kameleon: eerst is hij onverschillig, dan grijnst hij, daarna beschermt en helpt hij me door de ladder stevig vast te houden en tenslotte ontroert hij me door zijn droefheid. Wie van de vier gedaantes is nu de echte man in het zwart??

Ik voel dat ik gevaarlijk koorddans. Ik stel te veel vragen, ik kom te dichtbij, te dicht bij de waarheid. Terug naar vertrouwd terrein.

   ?U hebt me geleerd: heel jezelf. ? Dat heb ik gedaan door de man in het zwart te volgen. De man die zo hulpvaardig, zo galant, zo gevoelig is. Die me zo sterk aan u doet denken.?

De Meester ontvangt rustig mijn compliment maar blijft me, tegen zijn gewoonte in, aankijken.

   ?Natuurlijk moet ik, zoals u zei, wel durven, ik moet klimmen want anders kan ik de omgeving niet zien. Ik moet mijn problemen onder ogen durven te zien.?

De Meester knikt. Toch stelt me dat niet gerust want hij staart naar me alsof hij me voor de eerste keer ziet. Ben ik te kwistig geweest met mijn complimenten?

   ?Ben je bang om alleen te zijn, Maria??

Zijn vraag verrast me. Hij kijkt me doordringend aan. Ik aarzel even en vervloek mezelf daarvoor.

   ?Schuilen er achter je droom onbewuste wraakgevoelens??

Hij pauzeert even.

   ?Wat heb je me niet verteld, Maria??

Voor het eerst in de tien maanden therapie gebruikt hij mijn voornaam. Ik doorzie zijn tactiek, maar toch vraagt het alles van me om mezelf te beheersen en het verwarde vrouwtje te spelen dat maar vragen blijft stellen.

   ?Euh, de rol van de vaderfiguur??

Hij staat op en komt naar me toe. Ik zie zijn intense blik: een roofdier dat zijn prooi besluipt. Dan voel ik de warmte van zijn lippen vlakbij mijn oor en blijf doodstil zitten.

   ?Beschrijf me de doodskisten, Maria. Waren ze groen??

Zijn adem streelt mijn hals en zijn warme stem maakt me week.

   ?Ziekenhuisgroen?, hoor ik mezelf tot mijn ontzetting zeggen.

Ik zwijg, dit kan niet waar zijn, hoe komt zo?n antwoord over mijn lippen?

Hij kijkt naar me. Niet zoals de man in het zwart maar alert, dreigend. Hij wendt zich van me af en gaat naar de deur.

   ?Wil je me even excuseren, Maria? Ik wil er volledig voor je zijn, maar, je weet het, natuurlijke behoeften krijgen bij mij altijd de prioriteit. Het is ongezond die al te lang te onderdrukken.?

Zo gauw hij de deur achter zich gesloten heeft, spring ik op en volg hem stilletjes naar beneden, naar zijn secretaresse. Ik vang iets op: ?Verwittig Dragan, hij weet wat hem te doen staat.?

Ik hoor de zware, langzame stappen van de Meester op de trap. Bliksemsnel trek ik me terug en ga naar het toilet. Ik doe de deur op slot.

Ik hoor de Meester de kamer binnengaan. Even is het stil. Dan hoor ik hem roepen: ?Maria, verdomme, waar is Maria??

Ik gooi snel wat water in mijn gezicht, stift mijn lippen bij en ga de kamer binnen.

   ?Zoekt u mij, meester?? vraag ik.

De Meester draait zich bliksemsnel om. Zijn blik glijdt naar mijn vuurrode lippen. Ik gloei.

   ?Ik denk dat we enorme vooruitgang hebben geboekt, Maria?, zegt hij en doet glimlachend de deur op slot. ?Ik weet het, er rest ons nog weinig tijd, maar wat denk je, een whisky? Ja? Laat me raden: single malt.?

Hij heeft zijn huiswerk goed gemaakt, besef ik. Wat weet hij nóg van me? De angst slaat me om het hart, maar mijn gezicht blijft onbewogen. Ik kijk naar het icoon Maria en Kind, achter zijn bureau.

   ?Mooi, hè?,  zegt hij terwijl hij het glas Old Pulteney in mijn hand drukt. 

Ik denk aan Dragan, hoofd van zijn privémilitie, die daarnet door de Meester zelf is geactiveerd. Wanneer zullen ze hier staan? Wanneer beuken ze de deur in? Wanneer schakelen ze mij, als lastige getuige, uit?

 Ik toast, sla mijn glas achterover en zeg:  ?Proost. Op Servië, op ons erfgoed.?

Ik denk aan onze iconen: doorkliefd, doorkerfd, doorstoken door Albanese UCK-rebellen. Ik denk aan de heilige boom, geplant door tsaar Dusan in 1336, neergehaald en verbrand in 1999 door Albanese boeren. Ik denk aan onze kerken, kloosters, fresco?s en bibliotheken, gedynamiteerd door Albanese UCK-rebellen terwijl Amerikaanse, Italiaanse, Duitse, Britse en Franse UNPROFOR-soldaten toekeken.

   ?Moslimhonden?, hoor ik de Meester zeggen en hij komt naar me toe. ?Wat jammer dat onze wegen nu moeten scheiden, Maria. Net nu we naar elkaar toegroeien.?

Hij streelt met de rug van zijn hand over mijn wang. Vluchtig.

   ?Zonde?, zegt hij.

Op de achtergrond hoor ik stampende laarzen de trap opkomen.

    ?Go, go, go?. 

En dan begeeft de deur het met een vreselijk gekraak. 

*                 *

           *

Belgrado zucht onder het gewicht van de loden hitte. De gordijnen van de flat, drie hoog, zijn al enkele dagen dicht. De telefoon rinkelt. Niemand neemt op. Maria ligt op haar bed en staart naar de zoldering. Tegen de wand, kriskras door elkaar, hangen foto?s: een halfvergane hand, een jongetje met grote angstogen, een stukgeschoten loods met rijen ziekenhuisgroene doodskisten.

Maria kijkt naar de eremedaille van de Servische Geheime Dienst. Ze hoort weer de stampende laarzen de trap opstormen en voelt de angst. Ze staat op, gooit de eremedaille in haar nachtkastje, sloft naar de zitruimte en zet de televisie aan. Ze steekt een sigaret op en zapt van nieuwszender naar nieuwszender. De BBC interviewt Goran Kojic, hoofdredacteur van Gezond Leven, waar de Meester voor schreef.

De persoon die ik leerde kennen, was iemand die iedereen als vriend zou willen hebben.

De asbak, denkt ze, waar is dat kloteding? Ze graait tussen de kranten waarmee het tapijt en de salontafel zijn bezaaid.

Ik praat alleen over de persoon die ik hier heb ontmoet en waarvan ik niet wist dat hij Radovan Karadzic was. Hij was een heel gecultiveerd persoon, hij was heel tolerant, hij had gevoel voor humor, hij was heel positief ingesteld, hij was een intellectueel van het zuiverste water - kortom hij was iemand van formaat, hoort ze op de achtergrond.

Onder de krant met de krantenkop Anonieme tipgever herkende stem Karadzic vindt ze eindelijk de overvolle asbak. Ze schenkt zich een stevige dram whisky in en ploft op de divan.

   ?Smeerlap?, zegt ze en zet de televisie af.

Ze steekt Einstürzende Neubauten in de cd-speler en klikt naar Seele Brennt.

Alle idolen  moeten sterven

Mijn ziel brandt

Ik verstop me, zit in mijn hol

En wacht op dromen die me redden  

(Ze komen niet)

Tranen lopen langs haar wangen.

 

01/08/2008 10:31

foto>

Jouw reactie:

To prevent automated spam submissions leave this field empty.

dit is slecht

jeroen

Dit is een kloteslechte tekst


27/02/2009 14:46


betere verwoording

Rita

Beste Mieke (de Loof),

Een wederwoord om je te vertellen dat ik aangenaam verrast ben met je reactie en met het inzicht in het schrijfverloop. Ik heb me wat ongelukkig uitgedrukt. En dat wil ik corrigeren.

Ik ben abosuluut overtuigd dat het schrijfproces voor zo'n kort verhaal, met afwachten van dag tot dag voor een vervolg, toch wel een intense energie vraagt. Ik heb het ook de andere auteurs horen vertellen. Ik hoef maar aan mijn eigen correspondentie te denken en dan moet ik deze inspannng vermeerderen met extra porties energie en inzet om een idee te hebben dat schrijven ook 'afzien' is. Zeker met de pijnlijke ontdekking van de verbranding van de bibliotheekkloosters. Ik had beter het onderscheid verwoord tussen het voor ogen hebben van een concept - wat me gemakkelijker lijkt - en de energie die het vraagt om het uit te werken. (En terwijl ik dit schrijf, vermoed ik dat starten met een coherent concept ook niet altijd vanzelfsprekend is).

Laat ik maar beginnen met de genoemde auteurs te lezen om verwondering te blijven voelen.


Met vriendelijk groet,

Rita


03/08/2008 10:23


antwoord voor Rita (deel III)

Mieke de Loof

Dat deed ik omdat Karadzic door de Servische geheime dienst is opgepakt, ondermeer omwille van economische belangen op lange termijn. Zelf heb ik deze week met het opzoekingswerk voor mijn kortverhaal heel veel geleerd. Ik wist bijvoorbeeld niet dat er (Servische) kloosterbibliotheken in brand zijn gestoken (waar hebben we dat nog gehoord, die boekverbrandingen?). Ik heb er zelfs nachtmerries over gehad. Dit maar om te zeggen dat mijn kortverhaal niet zomaar vlug vlug is bedacht, maar tijdens de week langzaam vorm heeft gekregen. Ik vertel je dit allemaal om je meer zicht te laten krijgen op mijn schrijfproces.


Uit je laatste reactie bleek hoe zuiver en logisch je denkt. Van die reactie heb ik voor mijn slot dankbaar gebruik gemaakt. Je schrijft dat je het woensdag begon te vatten en aan Karadzic dacht. Voor een logische geest zoals jij moet het begin surrealistisch zijn overgekomen maar die reactie vind ik net goed want dromen zijn vaak surrealistisch.


Heel hartelijk,

Mieke


01/08/2008 21:17


antwoord voor Rita (deel II)

Mieke de Loof

Je vermoedt dat ik het verhaal vrij vlug in mijn hoofd had. Dat is niet zo. Toegegeven, ik had zaterdag een idee van de slotscène, al is ook dat idee nog grondig veranderd. Maar ik begin altijd met het einde voor ogen en begin dan bij het begin, ik kan niet anders werken. En ik kan je verzekeren dat de constructie van het verhaal me wel bloed, zweet en tranen heeft gekost. Zoals gezegd, ik wist alleen: Karadzic wordt gearresteerd. Dat was alles. De rest was nog blank.


Gelukkig kreeg ik hulp van jullie. Ik ben blij dat je vindt dat ik jullie er goed bij hebben weten te betrekken. Jullie suggesties waren echt heel waardevol. De rol van Maria bijvoorbeeld heb ik, na jullie suggesties, telkens weer aangepast. Eerst was Maria iemand van wie de familie was uitgemoord door Servische milities (ze was uit op wraak, maar dat lag dan toch te veel voor de hand), dan werd ze een Bosnische tolk maar uiteindelijk dacht ik: de werkelijkheid is allesbehalve zwart-wit en dus maakte ik van haar een Servische undercoveragent, die van Servië houdt maar de gruwelijkheden verafschuwt.


01/08/2008 21:16


antwoord voor Rita (deel I)

Mieke de Loof

Beste Rita,


Hartelijk dank voor je reactie. Je vindt dat het 'een mooi verhaal' is geworden en daar ben ik natuurlijk blij om. Dat je het 'prachtig bedacht' vindt dat ik de actualiteit in het verhaal heb verwerkt, is een compliment dat ik heel erg waardeer. De groten van ons genre, zoals Le Carré, Pelicanos, Ellroy, Lehane, George, Mina, Bruen, Leonard, Chandler...(die ik allen zeer bewonder) , gaan altijd verder dan alleen maar ontspanning en ik probeer me aan hen te spiegelen en zo goed te worden als zij.


01/08/2008 21:14


De Meester

Rita

Ik kan het niet laten om al te reageren. Het is een mooi verhaal geworden, maar het was een moeilijk verhaal. Maandag en dinsdag vond ik het allemaal wat surrealistisch. Ik moest echt wennen en kon niet meedenken. Woensdag begon ik het te vatten en opende het voor mij weer mogelijkheden. Ik heb aan Karadjic gedacht, ik heb ook de medewerkster horen getuigen over zijn uitstraling. Toestanden die mijn verstand te boven gaan en ik vermoedelijk nooit zal begrijpen. Een verhaal over de ex-Joegeslavië toestanden is niet de ontspanning waar je aandenkt bij het maken van een crimi. Het was goed om dit nieuws in een crimi te verwerken. Prachtig bedacht. Ik vermoed dat Mieke De Loof het verhaal vrij vlug in haar hoofd had. Alleen moest ze ons in het haar spoor krijgen. Het is haar treffelijk gelukt. Ik had de indruk dat het deze keer een beetje andersom was. Zij gaf ons wenken en wij moesten raden in welke richting ze zou schrijven.

Wat ook spannend kan zijn. Op deze wijze blijft het boeiend.


01/08/2008 11:53






Uit in Vlaanderen