Schrijf verder aan het verhaal van Patrick De Bruyn

_original

Midi Libre schrijft elke week samen met de luisteraar een spannend kortverhaal, de hele zomer lang.    

Op maandag 4 augustus begon auteur Patrick De Bruyn eraan. Luisteraars Linda, Christophe en Annemie zorgden al voor gouden tips, die hem inspireerden tot het volgende verhaal:

Het was al laat. De Nacht van Radio1 klonk door de boxen en we reden naar huis. Ik zat aan het stuur, mijn man zat naast me. Ik zag vanuit een ooghoek dat hij naar me keek. We keerden terug van een trouwfeest, dat nog altijd aan de gang was toen we vertrokken. Maar we hadden zoveel zin in elkaar dat we vroeger dan voorzien afscheid hadden genomen.

Ik keek even opzij. We glimlachten.

?Je kijkt naar me?, deed ik verwijtend.

?Mm. Dat is het voordeel van passagier te zijn.?

?Je bent boos, hè, omdat ik je niet heb laten rijden.?

?Boos? Nee, hoor, nu kan ik hier al aan je frutselen.?

Mijn dreigement was zwakjes: ?Durf het maar niet.? En ik gaf hem een klets op zijn hand toen hij die toch op mijn knie legde. Hij trok ze niet terug. Hij boog zich naar me toe en fluisterde in mijn oor:

?Waarom gaan we niet aan de kant staan? Ik heb ontzettende zin om je te zoenen.?

Ik zei dat hij dronken was, of gek.

?Allebei,? antwoordde hij, ?dronken van liefde en gek van jou.?

Ik zuchtte onhoorbaar. Ja, met een beloning in het vooruitzicht had hij soms een romantische bevlieging. Heel soms.

Maar het leek me wel spannend, een beetje stiekem, in de auto, net als toen ik achttien was.

Ik zei dat we bijna thuis waren: ?Daar wacht ons een bed.?

?Toe-e-e!? zei hij, als een kind dat zou gaan zeuren. Hij wist dat ik dat grappig vond en dat hij dan zijn zin kreeg. En het hielp natuurlijk dat hij ontzettend lekker kon zoenen.

Ik stuurde de auto naar de kant van de weg, op amper vijftig meter van ons huis. Ik liet de motor draaien en de lichten aan.

Hij vroeg, met zijn lippen op die van mij:

?Is er nu iets spannender dan te weten dat die vieze Fons misschien naar ons zit te gluren??

Ik haalde mijn schouders op, sloot mijn ogen en genoot van het moment.

Ik had geen besef van tijd meer, maar ineens ging mijn man weer rechtop in zijn stoel zitten. Ik opende mijn ogen en het interieur van de auto ontvlamde in een schittering van hel wit licht. Felle koplampen schenen door de achterruit naar binnen. Ik keek achterom en zag? blauwe zwaailichten.

Mijn man lachte en vloekte tegelijk:

?Hoe is het verdomme toch mogelijk??

Ik gniffelde: ?Zullen we ze voor een koffie thuis vragen??

We kregen allebei de slappe lach. Ik deed mijn raampje naar beneden en wachtte op een politieman die vast heel streng zou kijken.

Maar plots werd de passagiersdeur opengerukt. Een hand met een pistool verscheen.

Een mannenstem riep: ?Eruit!?

Alle vrolijkheid was op slag verdwenen.

?Oké, oké?, zei mijn man. ?Rustig, dit is mijn vrouw. Wij wonen daar??

Hij opende zijn veiligheidsgordel en terwijl hij uitstapte, boog ik wat voorover naar de passagiersdeur:

?Zeg, is dat niet een beetje overdreven? Wij deden hier geen kwaad, hè.?

Maar op dat moment kreeg ik achter een harde duw tegen mijn hoofd. Ik keek om. Aan mijn open raampje stond nog een man met een pistool.

En het was duidelijk geen politieman.

Hij was erg voorkomend.

?Blijft u alstublieft zitten,? zei hij, ?Leuke auto. Is dat een automaat??

Ik knikte en hoorde mijn man, die geïrriteerd raakte, vragen:

?Zeg, is dit een politiecontrole, of wat??

De man met het pistool glimlachte minzaam. Ik huiverde. Ik besefte: deze man kon pijn doen. Met één vingerknip. Willekeurig.

?Wilt ú in ónze wagen plaatsnemen, alstublieft?? vroeg hij aan mijn man. ?Achter het stuur.?

Mijn man antwoordde stug dat hij niet zinnens was om in die auto te stappen voor hij wist?

Maar hij kon zijn zin niet afmaken, want plots schreeuwde hij het uit. Hoog en akelig. Niets is zo misselijkmakend als een man die gilt van de pijn. Hij viel op zijn knieën, met zijn gezicht tegen de zijruit achteraan. Zijn gezicht vertrokken van de pijn.

Ik weet nog dat ik zijn naam gilde, en ik kreeg een tik van het pistool.

?Wat vervelend toch. Was het echt nodig om tegendraads te doen? Ik vroeg het toch vriendelijk??

Mijn man kroop weer overeind, een hand aan zijn rug. Had zijn belager hem daar geraakt? Waarmee? Het ontging me.

Hij liep traag naar de andere wagen met een pistool tegen zijn hoofd.

De man die aan mijn raampje had gestaan, kwam naast me zitten.

?Nu wij tweetjes?, zei hij en stak zijn pistool in de zak van zijn jasje. ?Het doet een beetje afbreuk aan de gezelligheid, hè, zo?n stuk ijzer.? En terwijl hij me bleef aankijken, begon hij rustig twee dunne rubberen chirurgenhandschoenen aan te trekken. De rubber maakte telkens een kletsend geluidje, dat me ijskoude rillingen bezorgde.

Toen trok hij het portier dicht, klikte zijn gordel vast en legde een hand op mijn knie.

?Rijden maar?, zei hij.

Ik huiverde, probeerde hem weg te duwen, maar zijn duim en wijsvinger zetten zich als een tang om mijn knieschijf. Ik kreeg tranen in de ogen van de pijn.

?Waarheen dan?? vroeg ik.

?Ik geef je wel instructies. Waar woonde u ook alweer, zei uw man?? We reden langs ons huis. Hij keek er aandachtig naar.

Na tien minuten reden we op de hoofdstraat de stad in. De verkeerslichten stonden op knipperstand.

Plots draaide hij de volumeknop van de radio helemaal open. De Nachtradio spatte uit de boxen.

?Plankgas!? riep hij.

Toen voelde ik zijn hand op mijn knie duwen. Hij duwde mijn been naar beneden! Mijn voet duwde het gaspedaal dieper in. Ik kronkelde om los te komen! Maar zijn greep was ijzersterk! We zwalpten over de weg. Ik weet dat ik gilde, ik gilde als gek, van uitzinnige angst.

Ik hield het stuurwiel krampachtig vast. Ik kon met mijn andere voet niet bij de rem. Ik zag de meter van 80 naar 90 naar 100 gaan. We raasden over de kruispunten met alleen knipperende verkeerslichten. De rit leek nooit te zullen eindigen.

Ineens liet hij mijn knie los. Mijn been was gevoelloos. Het lukte me toch om te remmen.

Ik bleef staan in het midden van de weg. Het was eindelijk voorbij, dacht ik. En ik ging, met mijn hoofd op het stuur, onbedaarlijk huilen.

?Waauw!? hijgde de man naast me. ?Te gek. Dát geeft pas een kick! Bedankt! Heb jij ook genoten??
Hij raakte mijn arm aan. Ik maakte een sprongetje en ging dichter tegen het portier zitten.
?Dit wilde ik echt ooit eens meemaken. Maar niet met míjn auto, natuurlijk. Dat zul je wel begrijpen.?
Die man is gek, dacht ik, maar ik durfde hem niet tegen te spreken.
?Ga eens wat aan de kant van de weg staan?, zei hij.
Ik had alle moeite, want ik hield niet op met beven. Ik zag in de achteruitkijkspiegel dat hun auto tien meter achter de onze halt hield.
?Waarom ga je niet weg? Wat willen jullie dan nog meer van ons?? vroeg ik. ?Je hebt je pleziertje nu toch gehad??
?Jij houdt toch ook wel van een spelletje, zag ik.?
?Ik hield hier helemaal niet van. Ik had dood kunnen zijn.?
?Ik ook. Mourir de plaisir. Geweldig toch. Zaten jullie trou-wens echt te zoenen, daarstraks in de auto? Ben je dan nog zo erg op je man gesteld??
Ik antwoordde hem niet.
?Zo erg dat je je leven voor hem zou willen geven? Mourir d?amour??
Op dat moment wist ik dat hij iets vreselijks achter de hand hield.
?We hebben besloten dat we een van jullie beiden in leven zouden laten?, zei hij.
Ik wist niets te zeggen. Hij declameerde:
?Is er een intensere liefde dan deze die voortkomt uit het verdriet om een heengegane geliefde? Allesoverheersende smart, toch? Een van jullie zal de rest van zijn leven heer-lijk kunnen treuren om zijn verloren liefde. Mooier is er toch niet??
Ik kon mijn mond niet meer houden en zei:
?Je bent gek.?
?Ja, dat beweert men wel eens?, antwoordde hij minzaam. ?Kijk?, zei hij, en legde zijn pistool op het dashboard. ?Daar ligt mijn pistool, geladen en ontgrendeld.
Op dit moment wordt je man met een pistool in bedwang gehouden door mijn compagnon. Over exact ? hij keek op zijn horloge ? één minuut en 11, en 10, en 9 seconden krijgt hij een kogel door zijn hoofd. Tenzij jij hem redt. En dat doe je door met dit pistool hier een kogel door je eigen hoofd te schieten.?
Ik keek naar het pistool.
?Hé, ik zie je zo denken: je neemt dat pistool en je schiet míj dood. Nee, nee, nee. We hebben afgesproken dat ik direct na het schot uitstap. Dan pas laat mijn compagnon je man gaan. Misschien gek, maar niet dom, hoor.?
Hij schoof het pistool naar me toe, ik nam het in de hand.
?Voorzichtig?, zei hij.
Ik had nog nooit een wapen in mijn handen gehad. Je zag die dingen alle dagen op tv, maar ik wist niet eens dat het zo licht was.
?De trekker is erg gevoelig?, zei hij. ?Leg er je vinger niet op voor je zeker weet dat je wilt schieten.?
Ja, ik was ertoe bereid, bedacht ik. Ik gunde het mijn man.
?Nog 45, 44, 43?? Hij volgde de seconden op zijn horloge.
Maar ik dacht: was degene die achterbleef er niet het ergst aan toe? Je schuldig voelen dat je nog leefde. Een heel le-ven lang. Is dat niet het ergste wat je kan overkomen, be-dacht ik.
Ik zette de loop van het pistool tegen mijn voorhoofd.
?Nee, nee, nee. Zo niet. Je schedel is daar veel te dik. Zal ík het voor je doen??
Dat hij direct na het schot moest uitstappen om mijn man levend vrij te krijgen, was zijn levensverzekering. Ik liet hem het wapen uit mijn hand nemen.
?Doe het raampje open,? zei hij, ?anders wordt het interieur vuil.?
Hij glimlachte weer en richtte de loop van het pistool naar buiten. En hij schoot! Een keer! Twee keer!
Ik gilde. Ik gilde als gek. Twee keer. Niemand doodt zich-zelf met twéé kogels.
Ik duwde tegen hem aan. Ik duwde en gilde:
?Stap uit! Stap dan toch uit.?
Maar hij boog zich over mij heen en klikte mijn portier open. Ik zwaaide met mijn hand naar buiten en wilde roe-pen dat ik hem niet had gedood.
Maar toen klonk er een schot in de andere auto.

Op donderdag 7 augustus is er geen uitzending van Midi Libre (In de plaats is er 'Sporza Olympia') Daarom wou Patrick De Bruyn vandaag al dé cruciale tips krijgen, om zijn verhaal af te ronden.

Patrick wou  weten wat het doel was van de twee gangsters.  Wat zijn ze echt van plan?  Blijft het bij zinloos geweld of is er veel meer aan de hand?

Patrick koos voor de suggestie van Brigitte. Zij wint een boekenbon.

Op vrijdag 8 augustus hoor (en lees) je hoe Patrick haar tip in zijn verhaal verwerkt heeft.

Geef je mening

Enkel je naam en reactie verschijnen op de site.
* verplicht veld

Reacties