Brief van Annelies Verbeke

Oh Ella!

U waakt al jaren over mij, Ella Fitzgerald. Door winters en verwondingen, door tsunami's van verdriet. Altijd was u daar om mij op te rapen, om mij omhoog te zingen. En als ik al blij wás, dan bevestigde u mijn vreugde.

U doet een mens geloven dat zijn bestaan niet enkel is overgeleverd aan vergankelijkheid en kille willekeur, maar ook aan iets dat door u wordt vertegenwoordigd. ‘Levenslust', zou dat kunnen heten. Uw stem rolt en fladdert over drie octaven, is rauw en zuiver tegelijk, even buigzaam als juist, altijd raak. Uw stem schaterlacht om de kosmos, doordringt het geheel met het grootste gemak. U kon alles zingen, scatte als geen ander en imiteerde elk instrument uit het orkest, het liefst de hoorn.

Het is niet zo origineel om van u te houden, Ella Fitzgerald. Iedereen deed het; Armstrong, Ellington, Basie, Gillespie, Goodman en Sinatra noemden u de beste, met u werken een eer. Niet iedereen krijgt de bijnaam ‘The First Lady of Song'. Die dertien Grammy's en veertig miljoen verkochte albums vallen u ook moeilijk na te doen.

De bewondering die u oogste nam sprookjesachtige vormen aan. Marilyn Monroe zorgde ervoor dat u in de Mocambo kon gaan optreden, een prestigieuze club waar nooit eerder een Afro-Amerikaan was toegelaten. Uw platina blonde vriendin had er wat voor over. Als wederdienst ging ze er elke avond aan een tafeltje zitten. Omdat zij van u hield.

U wist een status op te bouwen waar zelfs racisme niet leek tegen opgewassen. Uw repertoire en uw publiek hadden daar zeker mee te maken. U was een zwarte vrouw die liedjes van joodse imigranten populariseerde voor een publiek dat grotendeels bestond uit blanke Christenen. En zelfs die keer dat uw band het slachtoffer werd van racistische politie agenten, vroegen die heren uiteindelijk om uw handtekening.

Misschien zullen sommigen het u kwalijk nemen dat u geen barricademens was. Terwijl Billie Holiday haar ijzingwekkende Strange Fruit zong, had u het in uw covers, vooral over de liefde, of over het verliezen van een geel mandje, zoals in uw doorbraaknummer A-Tisket, A-Tasket, dat een herwerkt kinderliedje is.

Wie u dat kwalijk zou nemen, vergeet dat u tijdens uw zestig jaar durende carrière een enorm bedrag heeft afgestaan aan organisaties die zich bezig houden met ‘moeilijke jeugd'. Dat was u zelf ook ooit, namelijk, ‘moeilijk jeugd'. Nadat uw moeder overleed, kwam u als vijftienjarige op het slechte, zelfs enigszins maffiose pad terecht, en vervolgens in het verbeteringsgesticht. Daar moet u, zo lees ik, heel veel slaag hebben gekregen. Uiteindelijk wist u er te ontsnappen om, tijdens de vorige financiële crisis, een tijdje op straat te leven.

De Amateur Night in het Apollo Theater veranderde alles. U was gekomen om te dansen maar voelde zich geïntimideerd door betere, mooiere danseressen die dezelfde avond optraden. Toen u dan maar begon te zingen, werd alles duidelijk. Het sprakeloze publiek smeekte om meer. Een band, optredens en een platencontract volgden snel.

Nog zo'n reden waarom het niet moeilijk is om van u te houden: u bent de vleesgeworden American dream. En u had veel vlees, als jonge vrouw, vlees waar u zich om geneerde. Dat u wel wist dat u geen glamourgirl was, zei u vaak. Mensen die met u werkten, noemden u introvert.

U hield er niet van bekeken te worden. Toch moest u dat podium op, want God had u de mooiste stem ter wereld gegeven en zingen was het liefste wat u deed. ‘I sing like I feel', zei u, en volgens mij voelde u zich in 1966 tijdens ‘Duke and Ella live at the Côte d' Azur' beter dan ooit. Wat u daar doet met ‘Mack the Knife' doet vermoeden dat u God bént.
Voor uw stem leefde u en u werkte keihard. Of u het waard vond dat uw pogingen tot een gezinsleven daaraan tenonder gingen, zou een afsluitende vraag kunnen zijn. Maar die vraag beantwoordde u al tijdens uw leven: ja, dat was het waard. Het ging om uw stem.

Toch hou ik er ook van naar uw foto's te kijken. U vond zichzelf geen glamourgirl, maar ik vind u prachtig. Ooit omschreef ik een fantasie die mij overvalt op trieste dagen als volgt: ‘Ik wil dat Ella Fitzgerald, in een galajurk ter grootte van een iglotent, charmant en moederlijk op mij af loopt. Dat ze mij met haar begrijpende hertenogen aankijkt, mij tegen haar malse schouder aandrukt en mijn haar streelt. ‘Ooowww baby', zou ze grommen. ‘Ooowww Ella', zou ik antwoorden en ik zou met volle overtuiging haar omvangrijke middel omklemmen.

Dertien jaar geleden bent u gestorven, met geamputeerde onderbenen en nagenoeg blind door de diabetes. Uw stem was zijn hemelse gloed verloren. De kans dat mijn fantasie bewaarheid wordt, is onbestaande. Toch kan ik me voorstellen dat ik niet de enige ben met dit verlangen. Marilyn Monroe bijvoorbeeld, heeft u die ooit omhelsd?

Geef je mening

Enkel je naam en reactie verschijnen op de site.
* verplicht veld

Reacties