Brief van Peter Verhelst

Geachte Heer Pergolesi,
In mijn door de nachtvorst betoverde tuin voeren de koolmezen halsbrekende toeren uit op, onder en rond de vetbollen die we aan de takken van de kastanjeboom hebben gehangen. Ik ben al van kindsbeen verzot op koolmezen. Ik zie ze graag in groep op de kastanjeboom duiken. Hun manier van vliegen - op en neer, op en neer -, hun kwikzilveren lijf, hun kleuren. Op een dag reed ik naar Gent en kwam er een koolmees tegen mijn vooruit terecht, zakte langs de ruit omlaag, bleef aan mijn ruitenwissers haperen. Het was alsof de koolmees in mijn borstkas zat.

Op sommige ochtenden sta je op en zit er een hardnekkige prop in je lijf.

Toen ik het huis kocht waar ik nu nog voor enkele maanden in woon, droomde ik van zomerochtenden waarop iedereen het huis verliet en ik achter mijn laptop naar uw Stabat Mater zou luisteren, de deuren naar de tuin open. Ik heb het nooit gedaan in die zes jaar dat ik hier woon. Het huis was er niet klaar voor. Ik was er niet klaar voor. Sommige dromen worden opgespaard, omdat we weten dat we ze zullen verliezen als ze voortijdig worden verspild.

We zijn al weer een eind in 2010. Tweehonderd vierenzeventig jaar geleden schreef u Stabat Mater en maakte tuberculose een eind aan uw leven. 274: een mooi getal. Om de een of andere reden zie ik altijd schilderijen van Caravaggio bij uw muziek. Caravaggio is negenendertig jaar geworden, u bent er 26 geworden. 39 en 26: beide veelvouden van 13. U stierf 160 jaar na Caravaggio. Een getal betekent niets. Uit de schilderijen van Caravaggio komt net als uit uw muziek altijd licht. Op en neer, op en neer. Uit uw Stabat Mater springen soms koolmezen die op mijn schouder komen zitten.
Op de televisie zie ik beelden uit Iran. Zwartgeblakerde gebouwen en karkassen van motorfietsen in Teheran. Het oude verhaal van agenten die op vrouwen en mannen in hakken. Militieleden op bromfiets die terreur zaaien. Honderden arrestaties. Lijken die door de overheid worden verduisterd. En dan een beeld van nachtelijk Teheran: er is niets te zien. Maar er zijn vele stemmen te horen. Ze schreeuwen, als nachtelijke muezzins zullen ze de hele nacht schreeuwen. Dat is muziek, denk ik. Dat is het muziekje dat de machthebbers nooit helemaal zullen kunnen uitroeien. Mensen die in smeulende straten rondlopen met hun mobiele telefoons en die foto's nemen. Opdat wij zouden kunnen zien. Opdat ze zich minder alleen zouden voelen. Opdat er getuigen zouden zijn van de brutaliteit van de ayatollahs en hun geschifte president Ahmadinejad. Uit sommige ramen van de nachtelijke huizen in Teheran komt hetzelfde licht als uit de schilderijen van Caravaggio.

Op oudejaarsavond hebben we vuurwerk ontstoken in de tuin en op de bank rond de kastanjeboom keken we hoe de hemel als een zwerm koolmezen ontplofte. Binnen brandde de kachel en de deuren naar de tuin stonden open open. Uw Stabat Mater weerklonk. En op een van de tafels lag een van de boeken van Caravaggio open. Ik ontstak het vuurwerk samen met mijn zoon. Achter het raam stonden mijn dochter en mijn vriendin te kijken. Bij elke ontploffing juichten mijn zoon en ik. Er is geen enkele reden om wat dan ook ooit op te geven. Beste Giovanni Battista Pergolesi, het woord consolazione is mooier dan het Nederlandse woord troost. Heeft uw eigen Stabat Mater u ooit getroost?

Hoogachtend,
Peter Verhelst

Geef je mening

Enkel je naam en reactie verschijnen op de site.
* verplicht veld

Reacties