Bierlijk (het, bierlijken)
1) Persoon die uitgeteld is door een teveel aan bier (in de hitte)
2) Term geïntroduceerd door Otto-Jan Ham in zijn Werchter-verslag in 'Villa Vanthilt': 'ik heb al een paar bierlijkjes zien langskomen'
3) Kan ook als adjectief gebruikt worden: 'Ik wens je een bierlijk Nieuwjaar' toe. Een jaar met veel bier.
zie ook: whiskeylijk, wijnlijk

Geef je mening
Reacties