Misttips

_original

Wat te doen bij dichte mist?

  • Steek je lichten aan, en je mistachterlicht als het zicht minder dan 100 meter bedraagt. (Op autosnelwegen staan verlichtingspalen op ongeveer 50 meter van elkaar. Dus als je er maar twee kan zien bedraagt het zicht zowat 100 meter of minder.)
  • Vertraag voorzichtig, niet plots, en hou achteropkomend verkeer in de gaten.
  • Volg niet te dicht op je voorganger en let op de stoplichten.
  • Hou er ook rekening mee dat een voorligger plots kan remmen.
  • Wanneer je aan de staart van een file staat, verwittig dan achteropkomend verkeer door middel van de vier richtingsaanwijzers.
  • Kijk ook extra uit voor voetgangers en  tweewielers!
  • Open een venster van je wagen. Zo zie en hoor je veel beter.
  • Gebruik je ruitenwissers. Die verwijderen het dunne (soms onzichtbare) laagje druppeltjes dat zich op de voorruit vastzet en het zicht nog meer beperkt.
  • Zet de verwarming op om de voorruit langs de binnenkant te ontwasemen.
  • Wanneer het zicht in extreme gevallen beperkt is tot nul meter, kan je beter stoppen. Zet je wagen aan de kant, helemaal buiten de rijweg, en doof alle lichten, want die kunnen voor verwarring zorgen.
  • Mocht je toch betrokken raken bij een ongeval in dichte mist, verlaat dan zo snel mogelijk je auto, zoek een veilige plaats aan de kant van de weg en probeer het achteropkomend verkeer te waarschuwen.

Lichten

De grote lichten aansteken, heeft geen zin. Die lichtbundels zijn hoger gericht, worden weerkaatst door de mistdruppeltjes en verblinden je. Met gewone lichten zie je dus toch meer.

Mistlichten zijn natuurlijk de beste oplossing. Die verspreiden een zeer platte en brede lichtbundel, waardoor ze de druppeltjes niet kunnen doen oplichten. Met dergelijke lichten kan je enkele meters verder zien. De brede lichtbundel zorgt er ook voor dat de wegbermen duidelijker worden verlicht.

Wetgeving

Bij slecht weer dragen mistlichten bij tot een beter zicht op de weg. Ze laten je toe om voldoende afstand te bewaren en ongevallen te vermijden.

Maar... als ze gebruikt worden wanneer het niet is toegelaten, kunnen ze hinderlijk zijn en zelfs ongelukken veroorzaken.

Het gebruik ervan is dan ook aan duidelijke voorschriften onderworpen.

Voormistlichten

Voormistlichten zijn niet verplicht.  Bij sneeuw, hevige regen of mist mogen ze alleen of samen met de dimlichten of grootlichten gebruikt worden.  (Er staat dus MOGEN, dit wil zeggen: IS NIET VERPLICHT.)

In alle andere omstandigheden mogen ze niet gebruikt worden.

Dus NIET:

  • overdag als het niet hevig regent, sneeuwt of mistig weer is.
  • bij valavond of 's nachts als het niet hevig regent, sneeuwt of mistig weer is.
  • bij niet-hevige regenval.

Achtermistlichten

Achtermistlicht(en) zijn wel verplicht. Er moet dus minstens één zijn.

Het rood achtermistlicht MOET verplicht branden bij:

  • mist: wanneer het zicht minder dan 100 meter is.
  • sneeuwval: wanneer het zicht minder dan 100 meter is.
  • hevige regen: altijd.

Hieronder de camerbeelden van een aantal belangrijke invalswegen van en naar Brussel, Antwerpen en Gent op een zeer mistige ochtend (donderdag 11 oktober 2007).

Het zicht was toen door de dichte mist op heel wat plaatsen fors beperkt. Die ochtend stonden er op de hoofdwegen alleen al meer dan 250 kilometer files.

De camerabeelden zijn van het Vlaams Verkeerscentrum.

Album: #113114