"Er is een spookrijder gesignaleerd. Rij je op de E40 Brussel-Gent ter hoogte van Affligem, hou dan uiterst rechts en haal niet in".
Het is een verkeersbericht dat je geregeld te horen krijgt op de VRT-radio.De voorbije 10 jaar is het aantal meldingen sterk toegenomen.
25/02/08
In 1996 werd het bericht 82 maal omgeroepen. In 2004 was dat 140 maal. In 2002 kreeg de verkeersredactie maar liefst 199 meldingen.
Wie zijn die spoorijders en wat is de verklaring voor dit fenomeen?
Een spookrijder is een automobilist die, door bepaalde omstandigheden, in de verkeerde rijrichting rijdt.
Dit tegendraads rijgedrag komt niet alleen voor op autosnelwegen. Ook op niet-autosnelwegen zoals dubbelvakswegen, of wegen met plaatselijke rijstrookverdubbelingen en wegen met éénrichtingsverkeer komt het fenomeen voor.
Hierover bestaan er echter bitter weinig gegevens. Wel over spookritten op autosnelwegen.
Luister ook naar een reportage over spookrijders. (klik op audio).
De confrontatie met een spookrijder is altijd een bangelijke ervaring.
Als je op een autosnelweg rijdt, dan verwacht je dat er links, achter je en zelfs rechts van je wagens opduiken, maar zeker geen voertuig dat plots op de linkerrijstrook in de tegenovergestelde richting komt aangereden.
Vandaar ook dat de VRT-verkeersredactie bij de melding van een spookrijder de raad geeft uiterst rechts te houden. Een spookrijder zal, zelfs wanneer hij het doorheeft dat hij verkeerd is, automatisch rechts blijven rijden. Voor jou dus de linkerrijstrook (of het zou een verdwaalde Brit moeten zijn die links rijdt).

Wanneer je geconfronteerd wordt met een spookrijder zorgt dat niet alleen voor een flinke dosis adrenaline, je zal wellicht ook doodsangsten uitstaan. Niet ten onrechte.
Niet alle spookrijders veroorzaken een ongeval, maar indien wel, dan zijn de gevolgen doorgaans zeer ernstig. Dat is ook niet te verwonderen. Ongevallen met spookrijders zijn meestal frontaal en gebeuren vaak met een relatief hoge snelheid.
Zo is het risico om te sterven in een ongeval met een spookrijder maar liefst 7 maal groter dan in een gewoon ongeval op een autosnelweg.
Gelukkig blijft het aantal ongevallen met spookrijders in ons land vrij beperkt.
In 2003 telde de federale politie 410 spookrijders op onze snelwegen, waarvan er iets meer dan 11% werd onderschept. Gelukkig veroorzaakten ze niet allemaal een ongeval.
De laatste beschikbare ongevallencijfers tonen aan dat er zich in 2001 15 letselongevallen voordeden met spookrijders. Daarbij vielen 6 doden, 10 ernstig gewonden en 23 lichtgewonden. Ongevallen met spookrijders vertegenwoordigen 2 % van de letselongevallen op autosnelwegen en 3 % van het aantal doden op de autosnelweg.
Tussen 1991 en 2001 lieten 78 personen het leven bij ongevallen met spookrijders. Als men betrokken raakt bij een ongeval met een spookrijder is het overlijdensrisico 8 maal groter dan bij andere ongevallen.
Algemeen kan gesteld worden dat in heel Europa het aantal spookrij-ongevallen maar een relatief klein aandeel heeft in het totale aantal letselongevallen op autosnelwegen. Gemiddeld niet meer dan 1 %.
Het aantal ongevallen met spookrijders mag dan meevallen, het aantal meldingen is toch behoorlijk hoog.
Zo is tussen 1996 en 2002 bij de VRT-verkeersredactie het aantal meldingen meer dan verdubbeld. (Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om meldingen, niet om ongevallen die veroorzaakt zijn door een spookrijder.)
Globaal genomen krijgt de verkeersredactie de meeste meldingen binnen tijdens de herfst- en wintermaanden.

De slechte weersomstandigheden en het donkere weer zijn meer dan waarschijnlijk twee factoren die dit fenomeen in de hand werken.
De algemene stijging van het aantal meldingen heeft wellicht in de eerste plaats te maken met de toename van het verkeer.
Niet alleen tijdens de werkdagen, ook in het weekeind wordt het met de dag drukker. Tijdens die weekeinds krijgt de verkeersredactie trouwens, in vergelijking met gewone werkdagen, gemiddeld meer meldingen van spookrijders binnen. Wellicht gaat het hier in de meeste gevallen om chauffeurs die zich tijdens een uitstap op onbekend terrein begeven en verkeerd rijden.
Een tweede reden van de vrij spectaculaire stijging van het aantal spookrijdermeldingen moet gezocht worden in de extra kanalen waarlangs de VRT-verkeersredactie info binnen krijgt.
V E R K LA R I N G ?
Je kan je de vraag stellen hoe het mogelijk is dat spookrijden zo vaak voorkomt. Vooral als je bedenkt dat alle autosnelwegen uitgerust zijn met uniforme signalisatie en dat al die wegen - vooral in ons land dan - 's nachts goed verlicht zijn.
Vooral ter hoogte van op- en afritten - waar de spookritten vaak beginnen - tracht men door een goede signalisatie en verlichting vergissingen uit te sluiten.
Maar ondanks dit alles slagen sommige mensen er toch in om een snelweg in de verkeerde richting op te rijden. Wel moeten we toegeven dat op bepaalde plaatsen de signalisatie of de aanleg van een verkeerswisselaar niet altijd optimaal is.
Hier en daar laat men wel eens een steekje vallen en is de signalisatie niet altijd even duidelijk of is de afrit (voor een spookrijder de oprit) zodanig aangelegd dat die makkelijker aanleiding kan geven tot spookrijden.

Spookritten beginnen echter niet altijd ter hoogte van een afrit van een autosnelweg.
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat dergelijke ritten op zowat alle plaatsen op een autosnelweg kunnen beginnen.
Ter hoogte van parkeerplaatsen, benzinestations en bij het begin van een snelweg kan een automobilist per vergissing z'n weg in de verkeerde richting verder zetten.
Wie zit er nu eigenlijk aan het stuur van zo'n spookwagen? Wat voor chauffeurs zijn dat?
Er bestaat geen uitgesproken typisch profiel van een spookrijder. Ieder van ons is een potentiele spookrijder.
Wel zijn er een aantal kenmerken die vaak voorkomen en laten vermoeden dat we als chauffeur eerder overhellen naar dit minder aangepast rijgedrag.
Zo zijn velen erg onregelmatige (en dus onervaren) chauffeurs. Onder de spookrijders telt men immers zeer weinig beroepschauffeurs en militairen. Verder zijn spookrijders, vergeleken met de gemiddelde chauffeurs, vaker betrokken bij een ongeval en begaan ze meer overtredingen.
Daarnaast zijn er volgens de statistieken duidelijk meer oudere chauffeurs en automobilisten die gedronken hebben én komt het spookrijden vooral 's nachts voor.
Dit laatste heeft meer dan waarschijnlijk te maken met het zicht dat niet honderd procent in orde is.
Uit Belgische cijfers uit 1998 blijkt bijvoorbeeld dat 55 % van alle spookritten 's nachts gebeuren. In 23 % van de gevallen was alcohol in het spel, en bij nog eens 23 % ging het om chauffeurs ouder dan 65 jaar.
In grote lijnen kunnen we een aantal categorieën onderscheiden:
- mensen die rijden onder invloed van alcohol, drugs en/of medicijnen
- mensen die door minder goede of verwarrende signalisatie de verkeerde kant oprijden
- mensen die door verstrooidheid of onoplettendheid een spookrijdersrit beginnen
- en tenslotte mensen die bewust spookrijden
Deze laatste groep kan men nog eens opdelen in verschillende groepen.
Zo zijn er mensen die onbewust verkeerd rijden en die fout trachten te herstellen door gewoon verder te rijden in de hoop iets verderop (aan het volgende af- en oprittencomplex) die fout goed te maken.
Daarnaast zijn er ook chauffeurs die bewust spookrijden om tijdwinst te boeken. En tenslotte zijn er mensen die het doen voor de kick, een weddenschap of om zelfmoord te plegen.
Gelukkig zijn de meeste spookrijders geen doorzetters.
Gemiddeld rijden ze maar drie tot vijf kilometer in de verkeerde richting. Bij de volgende afrit hebben ze meestal wel door dat er iets niet pluis is.
Sociologen en psychologen onderzochten ondermeer op welke manier een spookrijder reageert wanneer hij vaststelt dat hij fout zit. Wel, zo'n persoon raakt gewoon in paniek.
Hij kan niet meer normaal nadenken en schakelt over op automatische piloot. Op dat ogenblik is het zijn onderbewustzijn dat de wagen bestuurt. En in plaats van onmiddellijk ergens een veilige plaats op te zoeken blijft hij gewoon doorrijden in de hoop wat verderop z'n misstap recht te zetten.

O P L O S S I N G E N
Een betere infrastructuur, meer en duidelijker signalisatie (grotere en opvallender borden bijvoorbeeld), goede en extra wegmarkeringen en een
betere verlichting. Met deze aanpassingen zou je al een groot aantal spookritten kunnen uitsluiten.
Probleem blijft natuurlijk de minder nuchtere chauffeurs die onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen gewoon niet meer weten wat ze doen en de mensen die opzettelijk de verkeerde kant uitrijden.
Om die terug te dringen moet je al uitpakken met zeer drastische middelen.
Wat doen als er een spookrijder opduikt?
Vertraag en hou uiterst rechts tot je bijna op de pechstrook rijdt. Dit is de beste manier om de gevolgen van een dergelijke ontmoeting te vermijden. Studies tonen immers aan dat spookrijders sterk geneigd zijn om rechts te rijden (dus op de linkse rijstrook voor jou).
Geef eventueel signalen met je koplampen op het ogenblik dat je een spookrijder kruist. Niet eerder, anders raakt hij in paniek.
Zet je waarschuwingslichten aan en hou halt bij de eerste praatpaal om aan de politiediensten de aanwezigheid van een spookrijder te melden. In ons land staat er om de 2 kilometer zo'n praatpaal. Het gebruik van deze noodtelefoons in plaats van een gsm biedt het voordeel dat de plaats en de rijrichting vanwaar de oproep komt, zonder fouten kan worden geregistreerd.
Wat doen als je per vergissing zelf gaat spookrijden?
Vertraag en zet je kruis- en waarschuwingslichten op. Versnel in geen geval om zo snel mogelijk de volgende oprit te bereiken.
Let goed op dat er geen enkel voertuig uit de tegenovergestelde richting opdaagt, rij naar de pechstrook en stop. Zijn er toch tegenliggers, hou dan zoveel mogelijk rechts, zodat het naderende voertuig een uitwijkmanoeuvre kan uitvoeren (naar rechts).
Verwittig onmiddellijk de politie (bij voorkeur via een praatpaal). Ze zullen je terug op weg helpen.


Geef je mening
Reacties