Oogafwijkingen en autorijden.

Wie met een auto wil rijden moet over een goed zicht beschikken. Niet alleen uit veiligheidsoverwegingen, maar ook omdat het nu eenmaal wettelijk verplicht is.

30/05/08

Zo'n 30 % van de bevolking heeft zichtproblemen.Gelukkig kunnen bij die mensen de meeste oogafwijkingen gecorrigeerd worden met een bril of contactlenzen waardoor ze zonder problemen met een voertuig kunnen rijden.

Voor anderen zijn er soms zeer drastische oplossingen nodig of kan er helemaal geen hulp meer geboden worden.

CIJFERS.

Uit een onderzoek uit 2005 van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen blijkt immers dat één op acht bestuurders  te slecht ziet om veilig te rijden. Voor senioren ligt dat aandeel nog hoger.

Uit ander onderzoek blijkt  ook dat 1 op 20 automobilisten zéér slecht zou zien en het ook niet beseffen.

Zonder het zelf te beseffen vormen ze op die manier wel een gevaar op de weg. Ze brengen bovendien niet alleen de verkeersveiligheid in het gedrang, ze overtreden ook de verkeerswetgeving.

Er bestaan nu eenmaal wettelijk vastgelegde lichamelijke vereisten om met een wagen te mogen rijden (wanneer je als kersvers chauffeur een rijbewijs afhaalt op het gemeentehuis moet je trouwens een document ondertekenen waarin je verklaart dat je lichamelijk in orde bent om een wagen te besturen. Een document waar ook duidelijk instaat dat je je rijbewijs moet inleveren wanneer je niet meer voldoet aan die wettelijke bepalingen). En daar hoort ondermeer ook het zicht bij.

DE WETTELIJKE MINIMUMVEREISTEN OM EEN WAGEN TE MOGEN BESTUREN.

Een gewone chauffeur moet met beide ogen samen, met of zonder bril, 5 op 10 zien. Als je maar één oog hebt of één oog gebruikt dan moet je een score halen van 6 op 10.

In het duister is het dan weer 2 op 10, met of zonder bril.

En tenslotte moet het gezichtsveld minimum 120 graden bedragen.
Wanneer je een te nauw gezichtsveld hebt, dan kan je niet op een veilige manier deelnemen aan het verkeer (n.v.d.r. het gezichtsveld is dat deel van de omgeving dat met het oog waargenomen kan worden.)

Voor beroepschauffeurs ligt de lat een stukje hoger.

Zo moeten die met twee ogen 8 op 10 scoren, het beste oog moet ook 8 op 10 zien en het slechtste oog moet tenminste 5 op 10 halen. Deze mensen moeten trouwens geregeld op controle. Tot hun vijftigste verjaardag moet dat om de vijf jaar, nadien om de drie jaar. Meer gedetailleerde info hierover kan je krijgen bij het Cara (het Centrum voor Aanpassing van het Rijden door gehandicapte Automobilisten) via www.bivv.be

AFWIJKINGEN.

Wat zijn nu de mogelijke oogafwijkingen die er voor zorgen dat autorijden zonder bril of lenzen niet meer verantwoord is?

BIJZIENDHEID

De meest frequente en klassieke afwijkingen zijn bijziendheid - iemand die dus verafgelegen voorwerpen niet scherp kan waarnemen -, verziendheid - dat is dan weer een afwijking waarbij het oog zaken van dichtbij niet scherp kan zien - en het astigmatisme waarbij een onregelmatige kromming van het hoornvlies er voor zorgt dat het beeld op het netvlies wordt verstoord.

Wat de bijziendheid betreft kan men ruwweg stellen dat iemand die een dioptrie van min 1 heeft, nog een zicht heeft van zo'n 5 op 10.
Zo iemand moet vanaf dat ogenblik, en zeker wanneer die waarden nog lager liggen, wettelijk gezien én uiteraard ook voor z'n eigen veiligheid en die van de anderen, een bril of contactlenzen dragen om nog met een auto te mogen rijden.

VERZIENDHEID

Verziendheid is eigenlijk geen hinderpaal bij het autorijden.
Het enige probleem is dat zo iemand, als hij geen aangepaste bril draagt, de gegevens op het instrumentenbord niet zal kunnen lezen.  Met een aangepaste bril (met dubbel opgedeelde glazen, onderaan voor verziendheid en bovenaan voor bijziendheid) is dat zo verholpen.

KLEURENBLINDHEID

Kleurenblindheid is een niet te genezen aangeboren afwijking waardoor geen kleuren kunnen worden onderscheiden.

Ongeveer 8 % van de mannen en zowat 0,5 % van de vrouwen hebben met deze afwijking te maken.

Kleurenblindheid heeft geen invloed op de gezichtsscherpte, wel op het vermogen om bepaalde kleuren waar te nemen. Het gaat meestal om een verminderd vermogen om groentinten waar te nemen.  In het dagelijks leven levert deze aandoening meestal geen problemen op. Ook voor het autorijden - zelfs bij beroepschauffeurs - is het geen probleem.

Alleen bij sommige beroepen is het een reden tot afkeuring. (vliegtuigpiloten bijvoorbeeld).

Om met de auto te rijden is de gewone kleurenblindheid nu geen beperking meer.

Tot 1998 mochten beroepschauffeurs met bepaalde vormen van kleurenblindheid hun beroep niet uitoefenen. Maar tegenwoordig is dat dus niet meer het geval.

Mensen die problemen hebben om groen-roodtinten van elkaar te onderscheiden moeten dus niet panikeren. Die mogen rustig verder blijven rondbollen.

Wat in geval van totale kleurenblindheid?

Het komt uiteraard zeer zelden voor, maar er zijn mensen die alleen nog maar in zwart, wit en grijs kunnen waarnemen.

Meestal gaat deze vorm van kleurenblindheid echter ook gepaard met een duidelijk verminderd zicht en voldoen die chauffeurs ook niet meer aan de wettelijke normen om een wagen te mogen besturen.

NACHTBLINDHEID

Nachtblindheid is een aandoening waarbij het oog bij weinig licht slecht kan zien. Zeer vervelend is dat iemand met nachtblindheid bij de overgang van licht naar donker altijd enige tijd nodig heeft om te kunnen kijken.Het kan tot ongeveer een uur duren voordat zien in het donker optimaal is.

Nachtblindheid is doorgaans een aangeboren afwijking, maar het verschijnsel kan ook het gevolg zijn van een tekort aan vitamine A.

Wanneer je met een ernstige vorm van nachtblindheid te kampen hebt is rijden eigenlijk ook uitgesloten.

Wanneer je bij nachtelijke omstandigheden niet aan de vereiste 2 op 10 voldoet mag je - wettelijk gezien - niet rijden.

Alles bij elkaar komt die extreme vorm van nachtblindheid niet veel voor. Wel is het zo dat heel wat mensen bij valavond iets minder goed zien. Een lichte vorm van nachtblindheid. Het gaat dan wel doorgaans om personen die lichtjes bijziend zijn of waarvan de bril niet meer aangepast is aan de ogen.  Wie met dit probleem te kampen heeft, kan trouwens z'n brilglazen laten ontspiegelen.

Daardoor heb je geen last meer van storende reflecties en zie je stukken scherper (dergelijke brilglazen zijn trouwens voor iedereen die vaak bij donker weer de weg op moet, meer dan aan te bevelen).

IEMAND MET 1 OOG.

Iemand met één oog dat nog 6 op 10 scoort mag zeker nog met een wagen rijden. Zo'n persoon heeft niet hetzelfde dieptezicht als iemand met twee ogen, maar heeft wel andere middelen om dat te compenseren.

Wel is het zo dat iemand die plots één oog verliest door een ziekte, een operatie of door een oogverband tijdelijk niet met de auto mag rijden omdat hij al die trucjes om dat te compenseren nog niet kent.

SCHEELZIEN

Een andere handicap waarvan je kan vermoeden dat die het autorijden onmogelijk maakt, is scheelzien. Niets is minder waar.
Iemand die scheel ziet, gebruikt meestal maar één oog. Het oog dat de verkeerde richting uitkijkt, wordt gewoon op non-actief geplaatst. En als dat andere oog, dat wel de juiste richting uitkijkt voldoet aan de wettelijke voorwaarden, dan mag er met de auto gereden worden.

Iemand die echter dubbel ziet - dat bestaat dus ook - en mensen die te kampen hebben met een oogspierverlamming, die mogen niet met een auto rijden.

OOGZIEKTES

Naast dit alles zijn er ook een aantal oogziektes die vooral voorkomen bij oudere mensen. Ziektes die zorgen voor afwijkingen in het zicht en die men niet altijd kan bijsturen met lenzen of een bril.

CATARACT

Vooral bij ouderen komt cataract voor. Het is een ziekte waarbij de ooglens vertroebelt. Wanneer de lens zodanig aangetast raakt dat men de wettelijke 5 op 10 niet meer haalt, dan kan dat met een operatie opgelost worden, waarbij de eigen lens vervangen wordt door een inplant-ooglens.

GLAUCOOM

Dit is een ziekte die alles te maken heeft met een verhoogde oogdruk. En dat heeft dan weer z'n invloed op het gezichtsveld.

LEEFTIJDSGEBONDEN MACULAIRE DEGENERATIE

Dat is een ziekte waarbij het centrale deel van ons zicht, dat we nodig hebben om details en om scherp te zien, aangetast wordt.

Aangezien maculaire degeneratie het zicht beperkt in het centrale gedeelte (zelfs tot een zwarte vlek), wordt het perifeer zicht niet aangetast.

Het oog is dus nog steeds in staat om objecten buiten het centrum van het gezichtsveld te zien. Er is dus meestal geen sprake van volledige blindheid.

En ook hier weer: als je geen 5 op 10 meer haalt, mag je niet meer met de auto rijden.

Geef je mening

Enkel je naam en reactie verschijnen op de site.
* verplicht veld

Reacties