Lara Taveirne: "Een piepend scheetje dat meteen verdween in de bakken helderblauwe lentelucht"

19 april 2017
Lara Taveirne: "Een piepend scheetje dat meteen verdween in de bakken helderblauwe lentelucht"
Als je binnenkort naar Parijs gaat dan moet je naar de overzichtstentoonstelling van Auguste Rodin in het Grand Palais. Om jou te overtuigen, en gewoon omdat het een geweldig gedachtenexperiment is, vroegen we vier vooraanstaande auteurs van bij ons om een tekst te maken op het gegeven: Wat denkt de denker van Rodin? Na Herman Brusselmans, Saskia De Coster en Annelies Verbeke is het deze week de beurt aan Lara Taveirne.

Naakt, zittend op de bedrand, in het geluid van haar nahijgende lichaam, waren zijn gedachten met hem op reis gegaan. Hij hoort haar vragen of hij weer bij haar in bed wil komen liggen, maar dat kan hij niet, want hij is ineens nog maar een kind, staat in een tuin aan de rand van Parijs, in een jaartal dat bengelt aan de rand van de oude eeuw. 

Er was een grasveld dat naar beneden afliep, roze bloesems hoog in de paardenkastanjes, een zon die haar aandacht in stukjes en beetjes over het gazon verdeelde. Boven op de helling was een tuinfeest bezig. Het getingel van glazen verwijderde zich, ook de stemmen en het lachen. Nu waren er alleen nog zijn geluidloze voetstappen in het gras. 

Toen hij opkeek zag hij een meisje zitten. Een jaar of negen. In de gevlekte schaduw. Een hoed vol bloemen. Zonderlinge ogen, puntig kinnetje, een gezicht als van een speelgoedpop. Ze zat op een bank en wiebelde met haar benen. Het jurkje van mousseline wipte op en neer. Intussen keek ze hem gretig aan. Hij wilde haar wat vragen, maar was bang dat het minste zuchtje wind haar kon doen verdwijnen. 

Zij was diegene die na ellenlang gewiebel uiteindelijk de stilte doorbrak. Ze sprong rechtop en in de plotse beweging ontsnapte haar een onverwacht geluid. Een klank zonder waarde. Een piepend scheetje dat meteen verdween in de bakken helderblauwe lentelucht. Voor hij het schaamrood op haar wangen heeft kunnen zien stijgen, wordt hij het bed op getrokken. 

Hij belandt weer in het nu, in de armen van een warme vrouw. Hij bekijkt haar goed. In haar ogen ziet hij zichzelf zoals hij met wat hulp van de jaren geworden is. Hij laat zich kussen in de hals. Als antwoord streelt hij haar benen, hapert bij de knieën en duwt ze dan langzaam uiteen. Zij krijgt grote ogen. Vooral als hij vraagt of hij haar nog één keer mag ontdooien.

LARA Rodin